KLEUREN

.

Als ik me niet vergis, heb ik het al eerder gehad over kleuren voor volwassenen. Meestal gaat het dan om mandala’s of allerlei ingewikkelde en vooral drukke patronen. Patronen om helemaal iebelig van te worden. Een paar weken geleden moesten wij in Almere zijn en omdat we wat tijd over hadden, liepen we een beetje rond. Opeens stonden we voor een winkel waar van alles op creatief gebied te koop is. Natuurlijk wilden we naar binnen. Als ik zeg “van alles”, bedoel ik ook echt van alles. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is daar te vinden. Van bouwpakketten tot borduursetjes, van schilderdoeken tot kraaltjes, ze hebben vrijwel alles. En als ze het niet hebben, willen ze het ook nog voor je bestellen. In die winkel ontdekte ik dus kleurboeken voor volwassenen die totaal anders zijn dan de mandalaboeken. Ik werd er heel hebberig van. Ik heb twee verschillende boeken gekocht, één voor thuis en één voor in ons hutje, want om nou elke keer alles heen en weer te slepen is ook zo wat. De te kleuren platen zijn afbeeldingen van schilderijen. Thuis heb ik het boek met Inuit Art. Eigenlijk heel simpele afbeeldingen, maar erg mooi.
Nu ben ik in het rijke bezit van nog twee zussen die ook heel graag met kleuren bezig zijn. Gisteren zou één van mijn zussen op bezoek komen, dus besloot ik als verrassing voor haar ook het Inuit boek te kopen. Voor mijn andere zus heb ik weer een heel ander boek gekocht met iets ingewikkelder afbeeldingen. Zij is dan ook een stuk jonger en kan dat makkelijk aan. Ik weet alleen nog niet wanneer ik in de gelegenheid ben om het haar te geven, maar dat is niet erg, het ligt niet in de weg. Mijn moeder zou zeggen: Het loopt niet weg en het eet geen brood, dus…

Mijn zus was zeer aangenaam verrast toen ze het cadeautje kreeg. Meestal als we naar haar toegaan of als zij hier komt, geef ik haar een pakje kaasvlinders van onze banketbakker. Daar is ze dol op, maar sinds ze lactose-intolerant is, mag ze dat niet meer hebben. Dit boek was dus een leuk alternatief. Ik hoop dat ze met heel veel plezier aan het kleuren gaat.

Voor mezelf heb ik trouwens ook nog een kleurboek gekocht met afbeeldingen van mode ontwerpen uit 1912 en 1913. Superleuk. Wat ik vooral leuk vind is, dat aan de binnenzijde van de kaft alle originele afbeeldingen in kleur zijn te zien. Je kunt dus exact die kleuren gebruiken, maar je kunt ook de kleuren geheel naar je eigen idee invullen. Kortom, laat de kou maar komen. Mijn zussen en ik hoeven ons binnen niet te vervelen.
.

EEN BEETJE VAN DIT EN EEN BEETJE VAN DAT

.
Eerst even een kleine update. Het lijkt er op dat de mens toch een tikkie slimmer is dan de muis, want sinds twee weken geleden het gaas is aangebracht, hebben we geen sporen van muizen meer gevonden. Tenzij er muizen bestaan die keurig hun keuteltjes achter zich opruimen en geen voetsporen nalaten, is de serre nu muisvrij. Hoera voor de mens.

Wat boffen we toch met het weer de laatste week, elke dag een zonnetje, af en toe lichtelijk afgeschermd door een verdwaalde wolk en ’s nachts een buitje voor het stof. Daar kan ik heel goed mee leven. Hoewel ik er geen probleem mee zou hebben om op deze manier de winter door te komen, lijkt het me voor de natuur toch ook wel handig als we weer eens een echte winter krijgen. Sneeuw is niet noodzakelijk, al zou ik de omgeving van ons hutje graag eens bedekt zien met een mooi pak hagelwitte vlokken. Daarna mag de sneeuw weer verdwijnen, zonder rommel achter te laten. Een goede vorstperiode daarentegen lijkt me wel wat, zeker als daar dan ook de zon bij komt kijken. Dan wordt het extra genieten van een beker hete chocolademelk na het halen van een frisse neus. Na een serieus koude periode kan ik me weer verheugen op de lente met al het moois dat die te bieden heeft. Nog vijf en een halve week wachten op de kortste dag en dan mogen we de dagen wederom zien lengen.

Van de week heb ik een poging gedaan om een stukje te fietsen. Veel meer dan een poging is het niet geworden, helaas. De bewegingen die nodig zijn om je fiets vooruit te krijgen, lijken erg op traplopen, maar dan met iets meer kracht, been omhoog en been omlaag. Daar had ik van tevoren niet bij stil gestaan, maar mijn heup liet me dat razendsnel weten. Eerst dacht ik nog: daar moet je even doorheen, Neel, maar al snel realiseerde ik me, dat dat toch niet heel verstandig was. Binnen twintig minuten waren we weer terug en ik was kapot. De hele middag is mijn heup aan het zeuren gebleven. Beetje jammer.

Komende zaterdag gaan we iets leuks doen, namelijk op verjaarsvisite bij een medeblogster. Is maar een klein stuk hier vandaan en ik heb er nu al zin in. Echtgenoot gaat gezellig mee, hij kent haar inmiddels ook goed en bovendien kan hij goed overweg met haar echtgenoot, dus hij zal zich ook prima vermaken.
Tot zover dit allegaartje.
.

CRIMINEEL?

.

Ik ben fan van series als CSI en NCIS, inclusief CSI New York en NCIS LA. Gisteravond kregen we vast een voorproefje van een nieuwe spin-of van NCIS. Dat wordt NCIS New Orleans. Daar verheug ik me nu als op. Wordt dat niet een beetje veel van hetzelfde? Nee, dat denk ik niet, want totaal andere personages zorgen ervoor dat elke aflevering toch weer heel anders verloopt. Wat me bij CSI vooral fascineert is hoe ze de kleinste details gebruiken om allerlei misdaden op te lossen. Af en toe is slechts een klein deel van een vingerafdruk voldoende om een zaak tot een goed einde te brengen. Nou snap ik heus wel, dat veel van die dingen in het echte leven niet zo soepeltjes verlopen als in de series, maar het blijft bijzonder. Soms krijg je de indruk dat absoluut niets onmogelijk is. Vingerafdrukken zijn uniek en geen twee mensen hebben de zelfde vingerafdruk. Zegt men. Er zijn ook mensen die nauwelijks een vingerafdruk hebben. Echt waar. In zo’n serie is er dan altijd sprake van afgevijlde vingertoppen of zelfs verwijderde vingertoppen. Maar het kan ook anders zijn.

Voor een nieuw paspoort worden tegenwoordig ook vingerafdrukken genomen. Doorgaans lukt dat bij iedereen en waarschijnlijk kom je dan in een of andere databank terecht, denk ik. Zeker weten doe ik dat niet. Gisteren gingen echtgenoot en ik samen naar het gemeentehuis om een nieuw paspoort aan te vragen. Na ons volgnummer in ontvangst te hebben genomen gingen we op zoek naar een zitplaats om te wachten. Echt zoeken was niet nodig, want er was plaats genoeg. Nog voor we een stoel naar achteren hadden kunnen schuiven, kwam ons nummer al aan bod op het scherm. Mooi, hoeven we tenminste niet zo lang te wachten. Oude paspoorten ingeleverd en verse pasfoto’s afgegeven. Wat getik op de computer en formulier controleren of alle gegevens juist zijn. Dan is het grote moment daar, tijd voor de vingerafdrukken. Het apparaatje wordt eerst schoongepoetst en mijn linker wijsvinger mag erop geplaatst worden. Een groen knipperend lichtje laat me denken dat het klaar is. Oeps, foutje. Nogmaals vinger erop. Even optillen en nogmaals plaatsen. Dan mag mijn linker middelvinger. Hetzelfde ritueel, plaatsen, optillen, plaatsen, optillen, plaatsen, optillen. Mijn linker ringvinger, wederom hetzelfde en ik vraag of ze tegenwoordig een afdruk van elke vinger willen. Dat is niet het geval, maar mijn vingers laten geen afdruk achter, zegt de dame aan het loket. Hè? Hoe kan dat nou? Veel tijd om na te denken krijg ik niet, we proberen het met mijn linker duim. Pffft, die doet het. Er zijn twee afdrukken nodig, dus gaan we over naar mijn rechterhand. Hoera, mijn wijsvinger levert een keurige afdruk en de dame is happy. Echtgenoot heeft totaal geen problemen met het achterlaten van zijn vingerafdrukken.

Onderweg naar huis bedenk ik dat er misschien wel een nieuwe carrière voor me in het verschiet ligt, die van kleine crimineel. Inbreker of iets dergelijks. Als ik er maar aan denk om uitsluitend met mijn linkerhand aan het werk te gaan en mijn duim niet te gebruiken, zie ik best wel mogelijkheden. Hoewel? Inbreken kan natuurlijk alleen op de begane grond, want trappen lopen draait me de nek om. Hard weg rennen zal ook niet lukken, auto rijden doe ik niet en aan fietsen heb ik een hekel. Hm, zoveel mogelijkheden zijn er dus eigenlijk toch niet. Bovendien zou ik dan regelmatig ’s avonds op stap moeten om aan het werk te gaan. Dat zijn dus meer nadelen dan voordelen van die nieuwe carrière. Oké, dan maar geen criminele toekomst, ik houd het wel bij genieten van het niets doen.

.

SLIM(MER)

.
Heb ik al eens gezegd dat we ontzettend blij zijn met ons hutje? Ja hè? Dat klopt nog steeds. Eigenlijk zouden we vandaag naar huis gaan, maar opeens bleek het mooi weer te zijn, dus blijven we nog een nachtje. En dat komt goed uit, want we have a fight on our hands. Ik kan jullie bijna horen denken: vechten? Met wie dan? Zit je?

We gaan het gevecht aan met muizen. Schattige kleine beestjes, die helemaal in de natuur thuis horen. Daar hebben wij ook geen enkele moeite mee. Dat weet je nou eenmaal als je besluit een hutje aan te schaffen dat midden in bos- en heidegebied staat. Het zijn alleen buitengewoon brutale muizen, die het als hun goed recht zien om af en toe op bezoek te komen in de serre. Bij voorkeur ’s nachts. Dan is het lekker rustig voor ze en worden ze niet gestoord door steeds in en uit lopende mensen. Logisch toch? Ja, klopt. Maar waarom laten ze ons dan zien dat ze zijn geweest, door het achterlaten van kleine keuteltjes? Op de stoelen en de bank nota bene. Hoe komen ze daar boven op, vraag ik me af, want de gladde stalen poten maken het ze, denk ik toch niet makkelijk. Ik had boven dit stukje net zo goed “buiten dus 2” kunnen zetten, want het liefst heb ik dat ze buiten blijven. Maar we hebben een trucje bedacht.

Om te voorkomen dat de dakgoot iedere keer verstopt raakt met afgevallen bladeren, hebben we, of eigenlijk heeft echtgenoot, daar gaas in aangebracht. Op zo’n rol gaas zit natuurlijk veel meer dan nodig is en dat komt nu goed van pas. Op de plekken waarvan wij denken dat ze binnen komen, hebben we, nee, heeft echtgenoot, driedubbel gevouwen stukken gaas aangebracht. Eerst alleen in de hoeken, maar vanochtend bleek dat dat niet voldoende was. Op de een of andere manier werken ze zich via het zand onder het terras naar boven en komen dan precies onder het randje naar buiten. Dat was vanochtend duidelijk te zien, overal zag je kleine muizenpootjesafdrukken staan. Slimme beestjes dus, die het gaas wisten te omzeilen. Maar hé, is een mens niet slimmer dan een muis? Ja, toch zeker?

Omdat we toch een extra dagje blijven, heeft echtgenoot vanochtend de tijd gehad om de gehele rand van gaas te voorzien. Eens kijken wat er nu gebeurt. Morgenochtend zullen we het weten.

Wie is er slimmer, de mens of de muis?
.

BUITEN DUS

.

Insecten? Ik heb er niks mee en in principe heb ik er ook niets tegen. Dat wil zeggen, zolang ze daar zijn en blijven waar ze horen: buiten. Daar kan ik vol bewondering kijken naar de kunstwerken, gemaakt door spinnen, de prachtige kleuren van sommige kevers en het drukke leven van hele hordes mieren. Ze zullen vast wel ergens nuttig voor zijn en hebben alle recht op leven. Buiten dus. Komen ze mijn huis binnen dan wordt het een heel ander verhaal. Dan verliezen ze, wat mij betreft, elk recht dat ze in eerste instantie hadden.

Echtgenoot is een zeer vredelievend man, moeilijk kwaad te krijgen en van ruzie moet ie al helemaal niets hebben. Maar soms, gelukkig niet zo vaak, komt er een ongekend moordzuchtig wezen in hem naar boven. Ik zal het uitleggen.

Het is donker en we liggen in bed. In het halletje brandt een nachtlampje. Het is hier ’s nachts echt stikdonker en ik zie dan niets. Soms moet ik wel eens mijn bed uit voor een nachtelijk plasje en om dan geen benen of andere onderdelen van mijn lijf te beschadigen, is daar dat nachtlampje. Het grote licht is net vijf minuten uit.

“Mug”, zeg ik.

“Wat?”, zegt echtgenoot verbaasd. Ons hutje is namelijk overal voorzien van horren, juist om dit soort dingen te voorkomen.

“Ik hoor een mug”.

Binnen twee tellen staat echtgenoot naast het bed en is het grote licht weer aan. Zijn blik gaat speurend door de kamer. Niets. Na een paar minuten geeft hij het op. Het licht gaat weer uit en hij kruipt weer in bed. Hè gatver….hij heeft meteen weer een paar ijskoude voeten. Even later…

“Defenitely! Er is een mug.””

Sneller dan de eerste keer staat echtgenoot naast het bed en floept het licht weer aan. Er komen wat minder nette woorden over zijn lippen en hij staart woest in het rond. Deze keer kom ik ook overeind en speur met hem mee. Wederom niets. De muren zijn licht van kleur en je zou toch zeggen dat je een mug dan duidelijk moet kunnen zien. Als hij ergens gaat zitten, natuurlijk. Maar nee, geen mug te zien. Echtgenoot schudt met het dekbed en zwaait met de gordijnen. Nog steeds niets.

“Ik ga maar even plassen”, zeg ik. Als ik terugkom, staat echtgenoot te zwaaien met een krant.

“Mis, verdomme! Ik heb hem gemist.”

“Zag je hem?”, vraag ik onnozel.

“Ja, maar ik miste het kreng.”

Hij was ook meteen weer compleet verdwenen, die mug. Inmiddels pisnijdig, legt echtgenoot de krant op zijn nachtkastje en belooft dat hij net zo lang jacht maakt tot het beest dood is. Ik vind het goed en kruip weer onder de wol. Ik trek het dekbed over mijn hoofd zodat ik het gezoem van het beestje niet kan horen, sluit mijn ogen en zeg welterusten. Vijf minuten later klinkt een enorme vloek. Het beest vond bij mij geen gehoor meer en viel nu echtgenoot lastig. Dat had ie niet moeten doen. Een ferme klap met de krant maakt een einde aan het leven van de mug. Tevreden komt echtgenoot naast me liggen.

“Morgen ruim ik het lijk wel op”, zegt ie. Binnen de kortste keren vallen we in slaap.

Vanochtend heb ik vol bewondering naar de plek op de muur gekeken. Mijn echtgenoot, mijn held, heeft ervoor gezorgd dat wij de rest van de nacht heerlijk hebben geslapen. En die mug? Die speelde met zijn leven vanaf het moment dat ie besloot onze slaapkamer in te vliegen. Ik heb verder niets tegen muggen, zolang ze mijn nachtrust niet verstoren en blijven waar ze horen. Buiten dus.

.

 

OUBOLLIG

.
Als je hier over het park rondwandelt, zie je dat sommige mensen hun huisje of chaletje een naam hebben gegeven. Oubollige namen als “huisje weltevree” of “ons genoegen”, kom je dan tegen. Nou vind ik het geven van een naam aan een huis sowieso al vreemd, maar stel dat het verplicht zou zijn, hè. Dat iedereen een naam voor zijn huis moest bedenken, die naam op een dakpan, plank of weet ik veel waarop, moest schilderen en dit dan aan de gevel moest hangen. Wat voor naam zou je dan bedenken? Zou dat ook zoiets oubolligs worden of zou je echt een pakkende naam weten te verzinnen? Zelf zou ik voor ons hutje gaan voor iets als “plan B” (spreek uit als “plen bie”, of “second best”. Ah, hoor ik jullie nu denken, dan is dit niet echt wat ze wilden dus, dit hutje.

En dat klopt. Een beetje. Eigenlijk wilden we emigreren naar Australië, maar dat was niet zo heel realistisch, want daarvoor is het hebben van geld, heel veel geld, noodzakelijk en op dat punt schieten we dus iets (als in heel veel) te kort. We wisten dus al jaren dat die droom voor altijd een droom zou blijven. En dat is helemaal goed, want zonder dromen wordt het leven een beetje saai. Dan hadden we net zo goed een aantal geraniums voor het raam kunnen zetten en daarachter kunnen gaan zitten. Kijken naar hoe het leven buiten langs glijdt. Daar zijn wij niet echt geschikt voor. Vandaar dat wij dit mooie plekje hebben uitgekozen om zo vaak mogelijk van de natuur te kunnen genieten. Al zou het wel fijn zijn als we wat vaker de Australische temperaturen zouden hebben. Maar hé, een mens kan niet alles hebben.

Hoewel……ervan dromen mag natuurlijk altijd. Toch?

.

TRAPPEN

.

Help! Het is alweer herfst. Kan iemand de tijd even stop zetten? Hij vliegt namelijk voorbij. Nu we regelmatig huis verruilen voor hutje, of hutje voor huis, ’t is maar hoe je het bekijkt, lijkt de tijd nog veel sneller te gaan. Voor je het weet, ben je oud. Wanneer is dat eigenlijk, oud? Volgens mijn denkwijze ben ik nog hartstikke jong, maar mijn lijf doet flinke pogingen om dat tegen te spreken. Maar ik ben aan de winnende hand, want het lopen gaat steeds beter. Ik moet alleen geen onbekende trappen op of af lopen, want dan gaat het razendsnel fout.

Gisteren waren we in het gemeentehuis van Heiloo voor het huwelijk van een nichtje. Er was een levensgrote trap richting de trouwzaal en ik zag de bui al hangen, iedereen boven en ik in mijn eentje beneden. Die trap is er nog steeds natuurlijk, want slopen is geen hobby van me, maar gelukkig was/is er ook een lift, de held van de dag. Vrijdag gingen we naar Almere. Om vanuit de parkeergarage in de winkel te komen waar we moesten zijn, moet je een enorme trap op. Ik heb geen lift gezien. Mijn heup gaf het halverwege al op. Stapje voor stapje, met af en toe een pauze, kwamen we waar we moesten wezen. Ik was kapot. Na onze aankoop, moesten we natuurlijk ook weer terug. Een trap oplopen is al lastig genoeg, maar diezelfde trap weer af is een regelrechte ramp. Heb ik dus ook niet gedaan. Ik ben heel langzaam (niet om echtgenoot de tijd te geven, maar omdat ik gewoon niet sneller kon) naar een plek gelopen waar je met de auto langskomt als je de garage verlaat. Daar heb ik slechts twee minuten, met een heerlijk nog best warm zonnetje op mijn gezicht, hoeven wachten. Toen kon ik instappen en eindelijk zitten. Pfffft, wat een doffe ellende. Trappen zouden verboden moeten worden. Vervelende, niet meewerkende heupen ook.

-