UITSLAG EN LEUK

.

Allereerst de uitslag van de autopsie. Sheelah is overleden aan een acute zware longontsteking, waarschijnlijk veroorzaakt door een agressieve bacterie. Hier kan ik dus helemaal niets mee, want die longontsteking was al bekend en waar zou opeens die agressieve bacterie vandaan zijn gekomen? Het enige wat voor mij duidelijk is, is dat ze dood is en dat ik vind dat de dierenarts min of meer gefaald heeft bij haar eerste en tevens laatste onderzoek. Ik wil er echter niet langer over nadenken. Een klacht indienen tegen de dierenarts brengt Sheelah niet terug, het zou alleen maar meer frustraties opleveren.

We zijn nog steeds in ons hutje dat meer en meer op een echt thuis gaat lijken. Ik heb hier nu ook een wasmachine, dus de vuile was kan gewoon hier weggewerkt worden. Toch gaan we a.s. woensdag naar huis. Echtgenoot gaat ’s avonds met een van de zonen naar voetbal. Donderdag komt schoondochter met Bjorn langs en vrijdagavond mogen wij oppassen. Genoeg redenen om een paar dagen naar huis te gaan, dacht ik zo. Het oppassen is wel een klein beetje eng, we zijn al zo lang uit de kleine kinderen, dat het toch wel even vreemd zal zijn. Maar we verheugen ons er zeer op. Stiekem hoop ik dat hij niet de hele avond ligt te slapen, maar gewoon lekker een beetje aan het spoken gaat. Een mooie reden om hem op te pakken en heerlijk te wiegen en een liedje voor hem te zingen. Hoewel…met mijn stem is dat misschien niet zo leuk voor hem. Maar ik kan natuurlijk al wel verhaaltjes verzinnen en vertellen. Daar is mijn stem uitermate geschikt voor.

Zondag willen we dan weer terug naar ons hutje. Eerlijk gezegd, had ik van tevoren eigenlijk niet gedacht dat het ons zo goed zou bevallen, dat we meer hier zijn dan thuis. Het leven hier is echter zo relaxed, we maken ons nergens druk om. Klusjes worden fluitend gedaan en verder is het alleen maar genieten. Wat wil een mens nog meer?

.

AFSCHUWELIJK

.
Het beloofde een mooie dag te worden gisteren. Een strak blauwe lucht en een enthousiast zonnetje. We hadden net koffie gedronken in de serre en ik zei tegen echtgenoot dat ik weer zin had om logjes te lezen en zo links en rechts een reactie achter te laten. Echtgenoot bleef lekker zitten en ik ging naar binnen. Het was vijf over half twaalf.

Ik startte met Rietepietsz en man, wat was daar veel te lezen. Net toen ik klaar was om een reactie te plaatsen, kwam ze naast me zitten, Sheelah, ons andere cavaliertje. Ze voelde zich al een paar dagen niet lekker, wilde de avond ervoor niet eten en had een paar keer gespuugd. Ze keek me aan met grote betraande ogen, een druppel aan haar neus. Haar ademhaling ging schurend en stotend.
“Ach meissie toch, voel je je zo beroerd?” Alsof ze antwoord wilde geven, duwde ze haar snuit tegen mijn hand. Ik liep naar echtgenoot en zei dat ik het een goed plan vond om toch maar even naar de dierenarts te gaan. Hij stond onmiddellijk op, zocht zijn telefoon en het kaartje van de dierenarts. Dat hadden we gekregen toen we er met Stubby heen moesten. Inmiddels was het vijf voor twaalf. De dierenarts zou om twaalf uur stoppen, maar was bereid op ons te wachten.

Ze voelde en luisterde, maar kreeg niet echt duidelijk wat er nu precies aan de hand was. Ze wilde een foto van de longen maken. Prima. Doen. Nu meteen. Ik ben slecht in het begrijpen van wat er te zien is op röntgenfoto’s. Ik zag echter wel dat er iets in de longen zat. De dierenarts wist niet precies wat het was, dus wilde ze ook nog een beetje bloed aftappen. Sheelah, was zo moe van het moeizame ademen dat ze alles goed vond. Van de uitslag van het bloedonderzoek begreep ik ook niet veel, het ene was te hoog en het andere was te laag. Oké, maar wat doen we eraan? Ze schreef tabletjes voor, tweemaal daags een helft van elk tablet. We gaan weer naar huis. Het is één uur.

Echtgenoot gaat een broodje voor ons klaar maken en stopt twee halve tabletjes in een stukje leverworst. Ze wil het niet. Echtgenoot doet haar bek open en duwt het naar binnen. Sheelah slikt en het is weg. Prima, wij gaan eten. Het is half twee.

Ik ben een spelletje aan het spelen als echtgenoot opeens roept: “Ze zakt door haar poten en er komt bloed uit haar neus. Wat is dat nou weer?” Er klinkt paniek door in zijn stem. Hij pakt een stukje keukenrol en veegt haar neusje schoon. Het lijkt te zijn opgehouden. Ik kijk naar Sheelah en zie dat er meer druppeltjes bloed komen. Ik roep dat echtgenoot meteen de dierenarts moet bellen. Dan komt er een golf bloed uit haar bek.

“Oh shit! Wat is dat voor troep die dat mens heeft gegeven?” Ik vloek, iets wat ik niet vaak doe. De stukken keukenrol zijn niet genoeg. Sheelah staat op en wankelt door de kamer. Ze valt en overal laat ze bloedsporen na. Echtgenoot heeft inmiddels de assistente aan de telefoon, die zegt dat Sheelah misschien te veel energie heeft moeten verbruiken bij het krijgen van de medicijnen. Niks energie, het was hap-slik weg. Ze gaat overleggen met de dierenarts en belt zo terug. Het is tien over twee.

Sheelah heeft het moeilijk en probeert bij haar waterbak te komen. Ze valt, ze rochelt en golven bloed komen uit haar neus en bek. Ik voel me compleet machteloos. Wat is dat afschuwelijk om te zien. En ik kan niets doen. Haar lichaam trekt krampachtig samen, ze maakt ongelooflijk nare geluiden. Alsof ze huilt en roept om hulp. Ze voert een echte doodsstrijd. De dierenarts belt terug en snapt er niets van. Hoe kan dit nou opeens. Ja, hallo, jij bent de dierenarts, wij niet. We moeten meteen terugkomen. Dan is het opeens stil. Nog twee keer een stuiptrekking en het is over. Sheelah is dood. Op dat moment belt mijn oudste zoon. Het is kwart over twee.

Ik ben boos, nee, dat is te zwak uitgedrukt. Ik ben kwaad, zo ontzettend kwaad en leg de schuld volledig bij de dierenarts. Die had moeten weten dat het echt niet goed ging, dat het niet zo maar een longontsteking was. Gefrustreerd gooi ik het hele verhaal eruit tegen mijn zoon. Het huilen staat me nader dan het lachen. Wat ik net heb zien gebeuren, was zo verschrikkelijk, zo afschuwelijk, dat hoop ik echt nooit meer mee te maken. Echtgenoot dekt Sheelah toe met een handdoek. Hij brengt haar naar de praktijk.

Om kwart over drie is hij weer terug en zegt dat het waarschijnlijk een longbloeding is geweest. Onmiddellijk gaan we zoeken op internet. Het blijkt dat een longbloeding zomaar kan ontstaan, er valt niets tegen te doen. Oké, misschien was het niet direct de schuld van de dierenarts. Ik word er iets rustiger door. De dierenarts belt en vraagt of ze een autopsie mag doen, want ze wil toch wel heel graag weten hoe het zat. Ja, dat mag, graag zelfs. Wij willen het ook weten.

We begonnen net te wennen aan het gemis van Stubby. We kunnen weer van voor af aan beginnen. De herinnering aan het sterven van Sheelah is echter een stuk minder prettig. Ik krijg dat beeld maar niet uit mijn kop.
.

 

KOOL

.

Kom op, spoor ik mezelf geluidloos aan, je hebt het beloofd, dus moet je het ook doen.

“Ik heb helemaal niets beloofd”, zeg ik hardop, “ik heb gezegd dat ik MISSCHIEN weer een stukje zou schrijven. Misschien, dat is niet hetzelfde als beloofd.”

Oké, maar je wilde het eigenlijk toch al doen, volgens mij, dus….waarom steeds weer uitstellen?

“Ja, nou, dat weet ik ook niet precies hoor. Als ik ’s morgens lapje heb aangezet, doe ik alleen kijken of er mail is en lees ik het nieuws, daarna gaat hij meteen weer uit. Ik denk dat ik gewoon niets te melden heb.”

Niets? Helemaal niets? Daar geloof ik geen barst van. Je zou nu al ik weet niet hoeveel blaadjes kunnen vullen over je kleinzoon of over het verschil in thuis zijn of in je hutje. Dat trouwens ook als thuis voelt. Hoe zei je dat ook al weer? “Home away from home”, ja, dat was het. Er zijn genoeg dingen waar je over kunt schrijven, zelfs het Nederlandse weer is altijd een dankbaar onderwerp. Je hebt nu even het rijk alleen, niemand die je stoort, dus geen smoesjes meer.

Hier zit ik dan. In ons hutje, de zon schijnt regelmatig, maar wordt om de haverklap gestoord door grote grijze en witte wolken. Als je naar de lucht kijkt, lijken die wolken best snel langs te drijven, maar zodra ze voor de zon hangen, verdwijnt al die snelheid. Beetje jammer. Er is de laatste tijd gigantisch veel regen gevallen, genoeg voor een jaar, denk ik. De grond is zo verzadigd, dat elk klein buitje meteen enorme plassen oplevert. Zo, genoeg over het weer.

Onze kleinzoon groeit als kool. Waarom zeggen we dat eigenlijk? Groeit kool zo hard, vraag ik me nu opeens af. Hm, moet ik me toch eens in verdiepen. Hij probeert nu al hele gesprekken met je aan te gaan en kan zomaar van het ene op het andere moment in huilen uitbarsten. Dat duurt nooit langer dan een minuut en ik vermoed dat hij af en toe krampjes heeft. Grappig eigenlijk, bij een baby spreek je over krampjes, bij volwassenen heet het gewoon kramp. Elk mens weet hoe het voelt en begrijpt zonder problemen dat zoiets voor een baby heel pijnlijk kan zijn. Hij heeft inmiddels al bijna twee keer zijn geboortegewicht bereikt. Als hij in dit tempo door groeit, hebben we straks een reuzen kleinkind. Dan spreken we natuurlijk niet meer over een klein-, maar over een grootkind. Gelukkig werkt het niet zo.

We zijn tegenwoordig vaker in ons hutje dan in ons huis en dat bevalt prima. Waarschijnlijk wordt dat in de winter iets anders, hoewel het me prachtig lijkt om hier te zijn als alles bedekt is met een dik pak sneeuw. En dat zeg ik, die een ontzettende hekel heeft aan de winter en de kou en alle narigheid die dat met zich meebrengt. Ik hoef het ook niet te voelen, ik wil het alleen maar zien. Als ik het eenmaal gezien en bewonderd heb, mag de sneeuw weer als sneeuw voor de zon verdwijnen. Moet de zon wel komen natuurlijk.

.

 

VOORDEEL

.

Wat was (en is het nog steeds) het warm hè? Ik houd van warm, begrijp me niet verkeerd, maar ik heb het al eens eerder gezegd, 25 graden, dat is mijn favoriete temperatuur. Niet meer en niet minder. We zijn al een week in ons hutje en dat is natuurlijk genieten, maar de afgelopen dagen waren we eigenlijk tot niets in staat. Alleen al zitten en kijken naar mijn lapje liet het zweet in straaltjes langs mijn gezicht lopen. Mijn haar bleef na het douchen en drogen gewoon nat. Ook vandaag is dat nog steeds het geval. Hoewel het vannacht behoorlijk geregend heeft, ook nu regent het nog steeds trouwens, is de temperatuur amper gedaald. Gisteren en eergisteren haalden we hier met gemak de 38 graden. Geen temperatuur om enthousiast iets te ondernemen. Ik heb gelezen. Drie Tess Gerritsen boeken achter elkaar. Meer heb ik er niet, dus nu lees ik weer iets heel anders. Een boek van Julie Parsons. Ik ken haar nog niet en weet ook niet of het wat is, ben er nog maar net in begonnen.

Onze kleinzoon groeit als kool. Zoonlief stuurt gelukkig regelmatig wat foto’s en voor we naar ons hutje vertrokken zijn we eerst nog even langs geweest om hem nogmaals te bewonderen en te knuffelen. Het is zo’n ongelooflijk lief mannetje, volgens mij de liefste baby van de hele wereld. Of zeggen alle nieuwe oma’s dat? Ach, wat maakt het uit, hij is lief en mooi en schattig en nog zo veel meer. De trots van opa en oma.

Zal ik eens iets intiems over de warmte vertellen? De extreme warmte heeft namelijk ook een voordeel. Ik zie nu gewoon een frons verschijnen. Ja echt, voor mij echt wel een prettig voordeel. Weet je, mijn buik is best wel een beetje dik in verhouding tot de rest van mijn lijf. Daar heb ik verder in totaal geen moeite mee, want er hebben vier kinderen in gewoond. Ooit. Nadeel van die dikke buik is dat ondergoed niet altijd netjes op zijn plaats blijft zitten, zodat ik regelmatig loop te hijsen. Dat is geen gezicht natuurlijk, dus meestal weet ik dat een beetje heimelijk te doen. Wat is nu het voordeel van dit warme weer? Alles plakt, dus ook mijn ondergoed. Het blijft netjes zitten waar het hoort. Ideaal!

Het regent nog steeds en alles ziet er weer fris en groen uit. Mag het nu stoppen? Alsjeblieft? We willen zo nog even wat boodschappen doen. Dus. Alvast bedankt.

.

GEARRIVEERD

.

Bij bovenstaande titel denk je al snel aan een lange reis en dat klopt ook wel een beetje. Negen maanden is toch een pittige tijd om onderweg te zijn.

Meestal doen we in de ochtend de boodschappen en ’s middags zet ik dan, als het nodig is, de wasmachine aan. Gisteren ging het anders. Nog voor de koffie draaide de wasmachine al en had ik de vorige was opgevouwen in de kast. Na de lunch deden we de boodschappen. Ik wilde ook een staatslot hebben. Meestal vraag ik om de zelfde eindcijfers. Gisteren niet, ik wilde 79 aan het eind. Het was tenslotte 9 juli. Ik dacht aan mijn kleinkind, dat pas volgende week zondag verwacht werd. Diep van binnen wist ik op de een of andere manier dat hij niet zo lang zou wachten. Hoewel zoonlief niets had laten weten over een aanstaande bevalling. Laatste gesprek ging als de voorgaande gesprekken: Alles gaat goed, N is alleen erg moe.

We legden de boodschappen in de auto en stapten in. Toen ging mijn telefoon. Ik wist het meteen.

“Vertel”, zei ik, “hoe is het gegaan?” Blij vertelde zoon ons de naam van zijn eerste kind, Bjorn. Zonder umlaut. De bevalling was goed verlopen en de baby is helemaal gezond met alles derop en deraan. En hij heeft haar, donker haar. N was heel erg moe, want had de laatste nachten nauwelijks kunnen slapen, maar ze voelde zich on top of the world. Helemaal happy.

Omdat ze in het ziekenhuis was bevallen, kregen we het verzoek om zijn huis een beetje te versieren en voor wat harde broodjes te zorgen. N had behoefte aan een hard broodje met filet americain. Met uitjes. Dat had ze een jaar niet mogen eten dus dat was het eerste wat ze wilde. Natuurlijk regelen wij dat.

Wij waren om vier in zijn huis en hebben een paar leuke slingers opgehangen. Daarna begon het wachten. En dat duurde lang. Vier uur en drie kwartier, om precies te zijn. N was namelijk nogal duizelig en niet meteen in staat om zelf te douchen. Om half acht kregen we het bericht dat dat inmiddels gelukt was, maar nu moesten ze nog even wachten op de papieren. Even.

Om even over achten kregen we gezelschap van de kraamhulp en eindelijk, om kwart voor negen kwamen ze thuis. N wankelde behoorlijk en viel meteen op de bank neer. Ze was totaal uitgeput en zag lijkbleek. Maar oh, wat is ze blij met haar zoon. Ik heb meteen een zeer gewenst broodje voor haar klaar gemaakt en echtgenoot maakte gelijk een serie foto’s. Die plaats ik hier echter niet. Er lopen mij net iets te veel gekken rond, die babyfoto’s voor heel andere doeleinden gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn.

Na het uitgebreid bewonderen van onze kleinzoon en het eten van beschuit met muisjes, hebben we ze alleen gelaten met de kraamhulp. Om tien uur waren we thuis, mooi op tijd voor de voetbalwedstrijd. “We” liggen er uit, maar wat kan mij dat nou schelen?

Wij zijn de trotse en superblije opa en oma van een prachtig mannetje.

.

MOOIE ROOIE

Het is woensdag 2 juli als onze mooie rooie opeens omvalt en het vreselijk benauwd krijgt. Hij kan niet meer overeind en kijkt me smekend aan. Ik aai hem over zijn kop en fluister lieve en, naar ik hoop, rustig makende woordjes. Echtgenoot gaat op zoek naar een dierenarts hier in het dorp. Hij krijgt contact en vertelt wat er aan de hand is.

“Ik doe geen honden, alleen paarden.”

Dat schiet niet op. Nogmaals zoeken. Nu vinden we er een een paar dorpen verderop en hij is bereid  naar zijn praktijk te rijden en we mogen onmiddellijk komen. Binnen een kwartier zijn we er. De dierenarts, een aardige nog vrij jonge man, neemt zijn taak serieus en onderwerpt Stubby aan een grondig onderzoek. Hij is heel duidelijk.

“Dit is een aflopende zaak. Zijn hart valt me nog mee, maar zijn longen zijn misvormd. Het kan zijn dat er vocht in zit, maar er kunnen ook tumoren op zitten die de misvorming veroorzaken. Hoe oud is hij?”

“Negen en een half”, zeggen we in koor.

“Dat is behoorlijk oud voor dit ras. Ik kan wel voorstellen om foto’s te maken, maar dan zien we wat we eigenlijk al weten en dat is een slecht hart en slechte longen. Dit is een aflopende zaak.”

Dat wisten we al natuurlijk, maar je wilt hem zo lang mogelijk bij je houden.

“Ik zou hem nog een laatste oppepper kunnen geven, zodat u volgende week eventueel bij uw eigen dierenarts euthanasie kunt laten plegen. Mocht het morgen beter gaan, kunt u morgenochtend nog wat tabletten ophalen om het hem wat makkelijker te maken, die laatste dagen.”

“Doe maar”, zeggen we, wederom in koor.

Drie spuiten krijgt hij, waarvan één een vochtafdrijver. Die werkt!! De hele avond zijn we aan het dweilen. De volgende ochtend als ik de kamer in kom, moet ik goed kijken waar ik mijn voeten neerzet, want overal liggen plasjes. Stubby lijkt zich wat beter te voelen, hij heeft het niet meer benauwd en kwispelt me vrolijk tegemoet. De dag komen we door alsof we een pup in huis hebben. Slapen, plassen, slapen plassen. Maar hij loopt weer en lust ook weer snoepjes. Echtgenoot maakt nog een foto waar hij nog best goed opstaat.

De volgende dag, gisteren dus, voelde hij zich nog beter. Donderdag hadden we nog die tabletjes voor hem gehaald en hij leek weer helemaal het mannetje. Omdat we hem niet te lang alleen wilden laten, hebben we ’s middags even snel in het dorp een paar boodschappen gehaald. Bij terugkomst heeft hij nog een tabletje gehad. Tien minuten later was het over. Onze mooie rooie was rustig ingeslapen. Niks geen euthanasie, hij heeft zijn eigen tijd gekozen. Negen en een half jaar hebben wij van hem mogen genieten.

Dag lieve Stubby, dag mijn mooie rooie.

IMG_7997

 

KLEUR

.

Voetbal? Ik heb er weinig mee. Echtgenoot daarentegen vindt het nog steeds een prachtig spelletje. Vandaar dat hier regelmatig gejuicht (zonder dat achterlijke pak, gelukkig) of geschreeuwd wordt. Of er wordt gescholden op de scheidsrechter, die uiteraard partijdig is. En natuurlijk kijk ik dan af en toe met één oog mee, want, hoewel ik er verder niet warm of koud van word, ik heb er wel verstand van. Al zeg ik het zelf. Maar daar gaat het nu eigenlijk niet over. Ik wil het hebben over de schoenen van de voetballers. Heb je ze gezien? Om kleurenblind van te worden! Van lichtgevend roze en oranje tot gifgroen, van streepjes en stippeltjes tot een baby blue en een zacht roze exemplaar. Oh, felgeel heb ik ook nog gezien. Ik vind het geen gezicht. Heb je gisteravond de keeper van Uruguay nog langs zien komen? Volgens mij is die stiekem fan van het Nederlandse team. Hij was namelijk van top tot teen in het oranje gehuld. Alleen zijn hoofd had nog de natuurlijke kleur. Al die stoere kerels in die belachelijke kleurtjes. Hoe kan dat? Wie verzint zoiets? Wat kan er mis zijn met de gewone zwarte kicksen, zoals die vroeger bij ons thuis in de gang slingerden?

Voetbal? Ik heb er weinig mee, maar als ik nu per ongeluk met echtgenoot meekijk, word ik constant afgeleid door de schoenenkleurtjes. Wie draagt welke kleur? Mogen de spelers zelf hun schoenen uitkiezen, of wordt er geloot wie de roze of de gele schoenen aan mag/moet?

Iemand enig idee?

.