THUIS

.

Ja, we zijn weer een paar dagen thuis. Gisterochtend moest ik voor de diabetescontrole. Alles werd in orde bevonden, een mooie lage bloeddruk, geen harde spuitplekken, alleen een ietsje teveel eiwitten in de urine. Dat moet wel even in de gaten gehouden worden. De bloedsuikerwaarden houd ik keurig op lange lijsten bij, die kleine boekjes die ze daarvoor beschikbaar hebben zijn niets voor mij. Dan zou ik echt stapels nodig hebben. De conclusie deze keer, net als de andere keren, is dat ik stabiel aan de hoge kant zit. Stabiel is goed en ik voel me daar zeer prettig bij. Dus.

Gisteravond hadden we een andere afspraak. Iemand had voor mij een schilderij gemaakt, van een krokodil. Het is 80 bij 80 cm en krijgt een prominente plaats in ons hutje. Het is geschilderd door een kennis van oudste zoon en ze heeft er ongelooflijk haar best op gedaan. Wij zijn er dan ook heel erg blij mee.
Vanochtend ben ik naar de kapper geweest en heb nu weer een makkelijk kort koppie. Verder hoeven we vandaag niets. Alleen een beetje tennis kijken, maar daar word je niet echt moe van.

En dan morgen. Morgen wordt onze kleinzoon Bjorn, alweer één jaar. Dat jaar is razend snel voorbij gevlogen. Echt, hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd lijkt te gaan. Maar morgen is het dus groot feest. Ik ben benieuwd of hij een lekkere slagroomtaart krijgt waar hij heerlijk in mag graaien. Dat zou echt genieten worden voor ons en de andere opa en oma. Voor de papa en mama misschien iets minder, want die mogen later de heleboel weer schoonmaken, maar ach, je (klein)kind wordt maar één keer één jaar, nietwaar? Feesten dus.

Vrijdag gaan we dan weer terug naar ons hutje. Nam ik in het begin steeds vuile was mee naar huis, tegenwoordig neem ik het mee naar het hutje. Daar zijn we deze maanden vaker, dan dat we thuis zijn. Goed, ik heb daar geen droger, maar wel de mogelijkheid om de was lekker in de buitenlucht te drogen. Als het niet regent dan, hè. Het fijne daarvan is, dat het zo lekker gaat ruiken. We blijven er nu drie weken achtereen, daarna nemen jongste zoon en zijn vriendin het hutje voor twee weken in beslag. Kunnen we eindelijk thuis weer eens aan de (grote) schoonmaak. Is geen overbodige luxe geloof ik, maar ik vind het ook nog geen grote noodzaak. Dus.

.

DONDER EN BLIKSEM

.

Pfffft, wat was het warm de afgelopen dagen. Ook nu loopt de temperatuur al weer aardig op. De eerste warme nacht werd een ramp. Echtgenoot is normaal al een behoorlijk luidruchtige slaper, maar meestal is een por of twee, drie voldoende om hem te laten draaien en mij de kans te geven om in slaap te vallen. Deze keer echter niet. Echtgenoot sliep bijna naakt en wilde niets over zich heen. Dat is natuurlijk prima, maar voor mij werkt dat niet. Ik wil niet alleen een nachthemd aan, ik wil ook onder het dekbed liggen. We lagen nog maar amper in bed en ik had echtgenoot net gevraagd: “No noise?” of hij begon met zagen. Eerst zachtjes, maar langzaamaan steeds luider en in no time had hij de eerste trap tegen zijn been te pakken. Dit herhaalde zich een paar keer tot ik toch in een lichte slaap viel. Niet voor lang echter. Ik werd wakker van een “elektrische” zaag. Shoot! De rest van de nacht werd ik zo’n beetje elk uur gewekt door de herrie naast me. Het maakte geen flikker uit hoe hij lag, op zijn rug, zijn linker- of zijn rechterzij. Ik was geradbraakt gisterochtend (echtgenoot trouwens ook) en ging om zes uur uiteindelijk mijn bed uit.
Heel voorzichtig stelde echtgenoot later voor: “Zal ik vanavond in het andere kamertje gaan slapen?” Een unieke vraag, want we hebben eigenlijk nog nooit apart geslapen. Ik zei meteen: “Ja, doe maar”.

Het was afgelopen nacht zo mogelijk nog warmer.

Het begon in het begin van de avond al te rommelen in de lucht. Droge donder, noem ik dat. We dachten beide dat de regen uit zou blijven en er geen echt onweer zou komen. Dat zei in eerste instantie de buienradar, maar dat viel tegen. Tegen de tijd dat we naar bed gingen, was het feest in de lucht. Het donderde en bliksemde alsof het niks was. De regen kwam met bakken uit de hemel. De hond had zich bij het eerste gerommel al verstopt onder mijn bureau en kwam daar niet meer vandaan. Even leek het iets rustiger en we gingen naar bed, ieder in zijn eigen kamer. Vreemde gewaarwording. Toen begon het gedonder weer. En hemeltje lief, wat ging het hard. Ik lag te trillen in mijn bed. Thuis ben ik super bang voor onweer, maar hier viel dat mee, hoewel het hier gevaarlijker is dan thuis met al die hoge oude bomen om ons heen. Opeens was daar een dubbele knetterende donder en ik schrok me wezenloos. Toch bleef ik liggen. Het hield echter niet op en uiteraard was het onmogelijk om in slaap te komen. Het onweer zat pal boven ons. Om vijf voor half een ging ik mijn bed uit en liep naar echtgenoot, die natuurlijk ook nog wakker was.

“Verdomme”, zei ik, “nou kan ik evengoed niet slapen en ik kan jou niet eens de schuld geven”. Echtgenoot lachte en zei dat hij dat zelf ook al had bedacht. We zijn maar in de kamer gaan zitten, waar de hond nog steeds verscholen lag. Na een half uurtje gingen we het weer proberen. Wonder boven wonder, het onweer verdween en binnen de kortste keren sliep ik. Een verder ononderbroken nacht, tot echtgenoot me vanochtend wakker maakte om kwart voor acht. Wat een luxe!

.

RATJETOE

.IMG_2466

Vandaag is onze oudste kleinzoon jarig, hij is tien jaar geworden. Ik schrijf niet zo vaak (lees: nooit) over hem, want ik zie hem en zijn zusje maar bar weinig. Afgelopen zondag werd zijn verjaardag gevierd en daar waren we natuurlijk bij. Normaal ben ik niet zo van het geven van grote cadeaus aan kinderen, (ook niet aan volwassenen eigenlijk) maar 10 is toch een kroonjaar. Ik had toevallig gehoord dat hij wel van lego houdt en dus hebben we een prachtige doos voor hem gekocht. Hij was er super blij mee en is bijna de hele middag bezig geweest met het bouwen van één van de drie mogelijkheden. Het werd het vliegtuig. Toen we ’s avonds thuis waren, kregen we een wassapje met een foto toegestuurd. Het vliegtuig was klaar en hij was apetrots. Wij ook.
..
We zijn een paar dagen thuis, juist nu de temperatuur omhoog gaat. Hoezo, bad planning? Het kon echter even niet anders. Vandaag moest ik een beddegoedwas draaien. Ja, ik heb daar een wasmachine, dat weet ik, maar die lange lappen kan ik er niet ophangen. Ik heb het een keer geprobeerd, het heeft toen drie dagen geduurd voor het helemaal droog was, omdat het een aantal keer was dubbel gevouwen, anders kon ik het niet kwijt. Dat was dus zeuren. Nu doe ik gewoon wat langer met het spul, zodat ik niet elke week naar huis hoef. Ik wacht gewoon tot het gaat stinken….Nee, niet echt, maar ik doe het bed niet elke week verschonen. Na twee weken kan ook, toch? Of drie….
..
Morgen moet ik urine inleveren en bloedprikken in het ziekenhuis en zaterdag viert zoon zijn verjaardag. En vanavond? Vanavond gaan we lekker (hoop ik) uit eten met ons net geregistreerde paar. We gaan naar een Chinees restaurant in Almere. Ik ken het, want we hebben er twee minuten vandaan gewoond en er in die tijd ook regelmatig gegeten. Maar nu had zoon het over “All you can eat sushi”. Ieks! Ik eet absoluut geen rauwe vis, ook geen rauw vlees trouwens. Ik vind rauw überhaupt zo, ehhh, rauw, zal ik maar zeggen. Volgens zoon kun je ook vis en vlees van de grill krijgen. Dat hoop ik dan maar, anders moeten we vanuit de Chinees ook nog naar de Mac of iets dergelijks. Echtgenoot, zoon en vrouw vinden het alle drie erg lekker, dus wie ben ik dan om spelbreker te zijn? Ik kan natuurlijk altijd een pakkie brood meenemen voor als de nood aan de man komt…hm, iets om over na te denken.
..
Zondag gaan we weer terug naar het hutje, waar de eekhoorns in steeds grotere aantallen langs komen. Afgelopen maandag waren er zes tegelijk. En maar jagen op elkaar, met af en toe een pauze om snel iets uit een voerbakje te pakken. Vorige week hadden we al gezien dat er één helemaal in het bakje ging zitten om op z’n dooie gemak te smikkelen. Nog geen dag later kroop er een tweede bij. En nee, het is geen grote voerbak, het is een gewoon klein kastje met een klepje. Hoe ze het doen weet ik niet, maar ze moeten ongelooflijk lenig zijn om dat te kunnen. Ik was al bang dat we ze uit de knoop moesten halen, maar nee, één voor één kwamen ze er weer uit. Zo leuk om te zien.

.

ZOMER EN SOKKEN

.
Kom je ’s morgens uit je warme bed, hoewel…het was behoorlijk koud vannacht, denk je in een behaaglijke woonkamer te stappen. Niets is minder waar, het is slechts 16 graden. Wat doe je dan? Je doet de verwarming aan, want je wilt toch wel op een prettige manier een beetje wakker worden. Buiten ligt de temperatuur op een schamele 9 graden en het ziet er niet naar uit dat dat snel meer zal zijn, want het is zwaar bewolkt en het miezert. Je gaat douchen en je aankleden. Je kijkt in je kast en ziet alle fleurige zomerkleding hangen. Brrrr, toch maar even niet nu. Het wordt een lange legging met een tuniek met lange mouwen. En sokken. Let wel, het is 16 juni hè. Hoezo zomer? Hoezo opwarming van de aarde?

De vogels trekken zich nergens iets van aan. Die gaan vrolijk verder met het voeren van de jonkies. Of ze beginnen aan een tweede leg. Daar moet je als mens toch niet aan denken, zo kort op elkaar. Zij wel. We hebben tegenwoordig ook dagelijks bezoek van de eekhoorns. Ja, meervoud deze keer, er zijn er af en toe drie tegelijk. Dat gaat niet altijd goed natuurlijk. Regelmatig wordt er op elkaar gejaagd, boom in boom uit. Omhoog en omlaag, springend van de ene boom naar de andere. Spannend om naar te kijken, maar ik ben altijd bang dat er misschien een gewond raakt. Dat zal natuurlijk ook best wel eens gebeuren, maar voor wij ons hutje hadden, kregen we daar helemaal niets van mee. Nu wel. We leren ze trouwens ook een beetje uit elkaar te houden. Niet letterlijk tijdens hun jacht op elkaar, maar op hun uiterlijk. Er is een bijna geheel grijze eekhoorn, met nauwelijks nog haar aan de staart, door ons meteen uitgeroepen tot het oudje. Er is er een met een prachtige roodbruine kleur en een mooie volle staart waar een beetje donkere gloed over valt. En dan is er ook nog een kleintje. Of dat nog een jong dier is of gewoon een niet zo grote eekhoorn, weten we niet precies, maar hij is razendsnel en prachtig om te zien.

Het stukje grond om ons hutje begint ook aardig vol te raken. Iedere keer vinden we weer leuke plantjes en iedere keer vinden we daar dan weer een mooi plekje voor. De rhodo’s hebben allemaal prachtig in bloei gestaan en beginnen nu met hun groeischeuten. De een wat meer dan de ander, maar ze doen het allemaal. Het wachten is nu op de bloei van de hortensia’s en andere plantjes. Het wordt hier steeds mooier en we genieten, ook nog steeds, met volle teugen.

.

GETROUWD?

.

Jaaaaa, het is gelukt. Oudste zoon is gisteren getrouwd. Of wacht even…nee, hij is niet getrouwd. Of toch wel? Hoe zit dat nou precies?
Tegenwoordig zijn er zo veel verschillende vormen van samenwonen mogelijk, het is voor een normaal mens gewoon niet meer bij te benen. Ik ga ze hier niet allemaal uitleggen, want de helft begrijp ik zelf niet eens, maar zoonlief is dus gisteren getrouwd en toch ook weer niet. Hij en zijn vriendin zijn officieel geregistreerde partners geworden. Dat wil zeggen dat ze getrouwd zijn, maar het wordt niet zo genoemd. De ceremonie op het stadhuis is exact hetzelfde, met alles deropenderan, alleen de benoeming is aangepast. Zoon wil namelijk een trouwerij met alle toeters en bellen die maar mogelijk zijn en daar is geld voor nodig. Heel veel geld. En dat hebben ze nu niet. Er moet natuurlijk in huis veel veranderd worden nu er een baby op komst is en ook dat kost geld. Ze willen echter wel dat de baby zonder allerlei kunstgrepen officieel hun beider kind is en op deze manier is dat mogelijk. Zodra de financiële mogelijkheid er is, kunnen ze het geregistreerd partnerschap om laten zetten in een huwelijk en gaat het uitgebreid gevierd worden.

Op die schitterende dag die het gisteren was, hebben zij dus hun jawoord gegeven. In slechts een klein gezelschap, bestaande uit ouders, broers en een paar vrienden. De ceremonie was eenvoudig, de ambtenaar kwam sympathiek over, maar maakte helaas toch een paar foutjes. Ik mocht één van de getuigen zijn en daarom werd mijn volledige naam ook een paar keer genoemd. Helaas noemde de man steeds een verkeerde naam. Het scheelde maar één letter, maar toch. In een officieel stuk moeten alle namen goed gespeld zijn. Bij de slotwoorden van de ambtenaar kreeg zoonlief opeens een heel andere naam toebedeeld, Peter. Ter verontschuldiging zei de ambtenaar dat hij door het noemen van al die namen een beetje in de war was. De naam Peter kwam echter helemaal nergens voor en ik kwam tot de conclusie dat hij gewoon zijn eigen naam (Pieter) belangrijker vond. Het is echter goed afgelopen. Op mijn verzoek heeft hij mijn naam in alle stukken gecheckt en bood daarna zijn excuses aan, omdat hij gewoon niet goed gelezen had, maar mijn naam was wel goed geschreven. Toch wel een beetje slordig.

Dat mocht de pret verder niet drukken. Zoon en schoondochter zijn zielsgelukkig met elkaar en na de felicitaties zijn we met zijn allen naar hun huis gegaan om een klein feestje te vieren. Het werd een ontzettend warme, maar heel erg leuke dag. De naam Peter kwam nog regelmatig langs, maar gelukkig is zoon een zeer relaxed mens, die daar allerminst moeilijk over doet en vrolijk om de grap meelacht. Er hing een zeer positieve sfeer deze dag en volgens zoon heeft dat er ook toe bijgedragen, dat er bij de vier kinderen, variërend in leeftijd van 11 maanden tot 9 jaar, die de hele dag aanwezig waren geen traan of lelijk woord is gevallen. Waar kom je dat nog tegen?

Lieve zoon en schoondochter, ik wens jullie alle geluk van de wereld en ik hou van jullie.

.

STAPPEN

.

Soms denk je, kom, laat ik eens een dagje op stap gaan. En dan ga je naar een plek die je kent en denk je te weten dat een andere parkeerplaats je dichter bij je doel brengt. Denk je te weten. Maar je weet het niet en het blijkt ook niet zo te zijn. De eerste extra stappen van de dag worden gemaakt. Dan kom je uiteindelijk op de plaats van bestemming en ben je al doodmoe voor je aan het echte stappen begint. Eerst koffie dus. Oeps, verrassing, er staan je nog veel meer extra stappen te wachten. Daar heb je natuurlijk geen rekening mee gehouden, maar je doet een dappere poging. Halverwege echter, dringt het besef door, dat je het niet gaat redden en je moet dus afhaken. Tien minuten, zittend op een bankje, doen de ergste pijn verdwijnen. En langzaam begeef je je naar het punt van waar je vertrok. Onderweg krijg je nog onverwacht de kans om snel een leuke zomerse rok met bijkleurend T-shirt te scoren. In de uitverkoop natuurlijk. Daarna loop je verder en stort uiteindelijk neer op een stenen muurtje tegenover een kerk. Pffff, stappen is leuk, maar te veel stappen is pijnlijk. Na een kwartier kun je weer verder. Inmiddels heb je behoefte aan een maaltijd en een bezoekje aan een toilet zou ook wel prettig zijn. Tijd om echt even bij te komen, voor je de vooraf geplande stappen kunt gaan zetten.

Stappen, stappen en nog veel meer stappen. Je lijf voelt alsof het niet meer bij je hoort. Je hebt een been dat alle kanten op wil, behalve de goede. Het is maar goed dat er iemand is aan wie je je stevig vast kunt houden, anders was je al een aantal keren omgevallen. Zitten wil je. Zitten wil je lijf, dat schreeuwt om rust en om een stoel. Of een bankje, of een muurtje. Je vindt zo’n plekje gelukkig en dankbaar laat je je vallen. Voorlopig sta ik niet meer op denk je dan. Je drinkt een beker thee, voert een prettig gesprek en dan dringt tot je door dat je nog niet uitgestapt ben. Je moet nog terug naar je auto. Voorzichtig sta je weer op en neemt afscheid. Je instrueert je lijf en stap voor stap begeef je je op weg. En dan weet je opeens de weg niet meer, want welke straat moet je nu in? Uiteraard pak je eerst de verkeerde straat. Verdikke, nog meer extra stappen. Dan opeens herken je een winkel die je eerder die dag al hebt gezien. Daar moet je heen.

Uiteindelijk plof je neer op de autostoel en laat je je prinsheerlijk naar huis rijden. Wow, wat heb je veel stappen gezet vandaag. Je mag trots zijn op jezelf. En dat ben je ook. Doodmoe, maar apetrots.

.

TOEVAL?

.

Het plan was om gisteren te vertrekken naar ons hutje. Het weer was echter zodanig, dat we dachten, morgen kan ook. Vandaag dus even gezogen en de tassen ingepakt. Natuurlijk willen we eerst even rustig koffie drinken voor we weggaan. Na de koffie krijgt de vaatwasser nog even een slinger en in die tijd kan echtgenoot even gaan tanken en een krant en brood halen. Neem je brood mee? kan ik jullie nu horen denken, hebben ze in Drenthe soms geen bakkers? Eh jawel, er zijn wel bakkers, maar het brood van onze eigen bakker is nou eenmaal het lekkerste brood dat bestaat. Dus.

De koffie is bijna op als de telefoon van echtgenoot gaat. Verbaasd ziet hij dat schoondochter belt. Tijdens het gesprek zet hij de telefoon op de speaker en kan ik meeluisteren. Schoondochter vraagt of wij een sleutel van hun huis hebben. Ja, die hebben we. Ze is namelijk onderweg met de trein van Schiphol, waar zij, haar familie en onze zoon gezamenlijk haar zusje hebben uitgezwaaid. Die is voor de liefde vertrokken naar verweggistan. Zoon is vanaf Schiphol met de auto naar zijn werk gegaan, maar schoondochter heeft nu geen sleutels om haar huis binnen te kunnen gaan. Oeps.

Echtgenoot is de beroerdste niet en zegt dat hij onmiddellijk die kant op gaat rijden. De gedachte dat schoondochter en kleinzoon uren voor de deur moeten staan wachten, vindt hij maar niks. Hij neemt wel mijn sleutelbos mee, want daar zit de bewuste sleutel aan, alleen weet ik niet welke het is. Er hangen niet alleen onze eigen huissleutels aan, maar ook die van alle vier de kinderen en die van ons hutje. Dus.

Schoondochter is blij, de vaatwasser is inmiddels klaar en het wachten is nu op de terugkeer van echtgenoot. Als bonus kreeg ik de kans voor dit stukje. Voor hij de deur uitging zei hij nog, dat het maar goed was dat we niet gisteren al waren vertrokken. Ach, het heeft zo moeten zijn. Noem je zoiets nou toeval of het lot?

.