VAN OPA EN ZUSJE

.

Zolang ik hem ken, heeft echtgenoot een aantrekkingskracht voor kinderen. Ze zoeken hem altijd op en hij is nooit te beroerd om met ze te spelen. Liggend op de grond met autootjes rijden, botsingen veroorzaken en dan heerlijk overdreven schrikken. Kind in een deuk van het lachen. Met de kleinkinderen is het al niet anders: opa is de bom, zowel voor de jongens als voor de meisjes. Met de meisjes speelt ie rustig met poppen en dergelijke, maar uiteraard niet op de manier waarop meisjes met poppen spelen. Dat zorgt altijd weer voor mooie lachende kleinkinderen.

Wij hebben nu zeven kleinkinderen, drie jongens en vier meisjes. Voor zes van hen was opa meteen het feestbeest. Echter niet voor Mats, die moest het eerste jaar absoluut niets van opa hebben. Dat was natuurlijk vreemd, helemaal als je bedenkt dat hij als twee druppels water op zijn opa lijkt. Mats is nu twee en het laatste jaar is de situatie totaal veranderd. Opa is het helemaal. Of hij hem nu in levende lijve ziet of via een videogesprek, zijn hele gezicht licht op zodra hij opa ziet. Vorige week was Mats een beetje ziekjes en dat tijdens de vakantie. Zoon belde met beeld en eerst was daar de altijd blije Bjorn te zien die de vakantie heel erg leuk vond. Het genieten, iets dat hij ontzettend goed kan, straalde van zijn gezicht. Toen draaide de telefoon naar Mats die stilletjes op de grond zat met een boekje op zijn schoot. Opa riep zijn naam en de reactie was prachtig. Hij draaide zich om en met zijn waterige oogjes keek hij naar opa op de telefoon. Er verscheen een grote glimlach en met schorre stem klonk: “Opa opa!!”. En wat ik nou zo mooi vond, ’s avonds was hij weer een stuk opgeknapt. Ik denk gewoon dat hij een dosis opa nodig had.

Afgelopen vrijdag zou mijn zusje jarig zijn geweest. Het was een vreemde dag. Andere jaren waren we altijd de hele dag in Hardenberg, meestal met prachtig weer. Dit jaar gingen we alleen op de koffie bij zwager en het weer was somber en nat. Ik denk dat zusje boven tranen met tuiten huilde, omdat ze er niet bij kon zijn. Zwager had gelukkig afleiding door een logeerpartij van zijn jongste kleinzoon. Ze hadden samen taartjes gehaald voor bij de koffie en het werd nog heel gezellig, met maar weinig tranen, toen ook de zoons van zusje langs kwamen. Ze waren het er allemaal over eens, de vlinder op mijn bovenarm is prachtig geworden. Ze heeft hem zelf nooit gezien, maar ik laat hem regelmatig aan haar foto zien, in de hoop dat ze er toch iets van mee krijgt.

.

Advertenties

LEVEN

Dat het leven gewoon doorgaat heb ik met eigen ogen kunnen constateren. Het laatste weekend van juni organiseerde zoon R zijn jaarlijkse zomer bbq. Dat doet hij elk jaar rond zijn verjaardag. De winter bbq valt altijd rond de verjaardag van schoon N. Maar goed, de zomer bbq dus. Het was prachtig weer en zoon had een redelijk groot zwembad neergezet waar met veel plezier door de kleinkinderen gebruik van werd gemaakt. Oh, en uiteraard ook door zoon zelf. De jongste twee kinderen zijn nog te jong om in dat voor hen diepe water te zwemmen. Dacht ik. Maar Noëmi, onderdeurtje van 19 maanden, wilde ook. Met zwembandjes en onder toezicht mocht ook zij en ze vond het prachtig. Ze is ook nergens bang voor, wat het in mijn ogen toch best wel gevaarlijk maakt. Maar het ging gelukkig goed. Opeens kwamen er de nodige waterpistolen tevoorschijn en toen, ja, toen was het echt feest. Ik denk dat er niemand droog is gebleven.’Het was fantastisch.

’s Avonds hebben wij Bjorn en Mats meegenomen om bij ons te slapen, zodat zoon en schoon lekker uit konden slapen. Mats sliep vrij snel, maar Bjorn had even een klein probleem. Ik had de deur van de slaapkamer op een kier gezet, maar hij moest gewoon helemaal open blijven. Dat was snel opgelost en daarna was hij binnen een paar minuten vertrokken. De volgende dag hebben wij ze meegenomen naar zoon J om de verjaardag van oudste kleinzoon te vieren. Die is inmiddels al 14 jaar. Kleine kinderen worden groot. Zoon R en schoon N hebben daar hun kinderen in dankbaarheid weer van ons overgenomen.

Vorige week hebben we de vijfde verjaardag van Bjorn gevierd. Hij is allang geen klein kleutertje meer, maar wordt al een echte stoere jongen. Wij zijn gek op lego en hebben aardig wat dingen staan, speciaal voor als Bjorn komt. Hij vindt het namelijk ook prachtig en is er heel voorzichtig mee. Voor zijn verjaardag had hij dan ook een heleboel lego gekregen en met af en toe een klein beetje hulp heeft hij alles zelf in elkaar gezet. Super knap! Schoon N stuurde een filmpje van een bouwende en zingende, intens gelukkig ogende, Bjorn. De tranen schoten me in de ogen en ik zag mezelf als jong meisje terug, ik zong ook altijd bij alles wat ik deed.

Het is duidelijk, wat er ook gebeurt, het leven gaat verder en alles komt weer op één of andere manier terug. Mooi toch?
________

Oeps, en dan vergeet ik nog te vertellen dat afgelopen dinsdag de vlinder tattoo voor zusje is gezet. Hij is heel erg mooi geworden en ik ben er super blij mee. Dus…ze was al voor altijd in mijn hart, maar nu tevens voor altijd symbolisch op mijn bovenarm.

.

IN JE HART

.

Kijk eens goed om je heen. Wat zie je? Lachende mensen, huilende mensen, werkende mensen en stakende mensen, haastige mensen en mensen die alle tijd van de wereld lijken te hebben. Spelende kinderen, schreeuwende kinderen, slapende kinderen en kinderen die elkaar de hersenen lijken in te willen slaan. Kortom, een levendige gemeenschap, die duidelijk maakt dat het leven altijd doorgaat. Ook als je zelf het gevoel hebt dat jouw leven op een bepaald moment stil staat. Ja, je gaat door met ademhalen, maar je brein blijft draaien om die ene gebeurtenis en terug schakelen naar je gewone leven is lastig, want van het ene op het andere moment is het je gewone leven niet meer.

Mijn zusje en ik hebben, vooral de laatste tien jaar, zo ontzettend veel samen gedeeld en haar overlijden heeft een grotere impact op me gehad dan ik van tevoren kon inschatten. De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk ook in het feit, dat ik bij haar was, toen ze stierf. Ik had al twee zussen en een broer verloren en ook toen was ik van slag, maar niet zo zeer als nu bij mijn kleine zusje.

Mijn opa overleed toen ik twintig was en hij was de eerste dode die ik zag. Ik ben daar toen zo van geschrokken, hij leek in niets meer op de opa die ik kende en liefhad, dat ik daarna nooit meer heb gekeken naar overleden mensen. Niet naar mijn vader, mijn moeder, mijn zussen en broer. Naar niemand. Er zat/zit een bepaalde angst in mij, die me daarvan weerhoudt. Nog steeds.

Mijn zusje was heel speciaal voor mij en ik ben blij bij de gedachte dat ik haar die laatste minuten de rust heb kunnen geven om te gaan. Dat hoop ik tenminste.

En dan kijk ik om me heen en vraag me af hoe het mogelijk is dat de wereld gewoon door draait, dat het leven gewoon door gaat. Alsof er niets gebeurd is. Maar er is wel degelijk iets gebeurd. Een geweldig mooi mens heeft deze wereld verlaten en een groot gat geslagen in mijn hart en leven. Dat mooie mens was mijn zusje en ik mis haar zo erg. Ik probeer me vast te houden aan de woorden van haar oudste kleinzoon, een prachtige puber met Down. Na het lezen van het in memoriam kwam hij naar me toe, legde zijn hand op mijn borst en zei: “Ze is voor altijd in je hart”.

En dat is ze.

.

NOOIT MEER

.

Morgen is het drie weken geleden, dat zusje deze wereld verliet. Ik loop tegen steeds meer dingen aan waarvan ik denk: dat kan nooit meer.

Bij ons hutje hebben we een pioenboom (klinkt groter dan ie is) waarin zes prachtige grote roze bloemen zitten. Dat vond ze altijd prachtig, maar ze zal ze nooit meer kunnen zien.

Samen winkelen in Hardenberg, Assen, Almere of Lelystad, terwijl de mannen, gewapend met fotocamera’s op stap gingen in de natuur, dat gaat nooit meer gebeuren.

Met z’n vieren op vakantie naar Texel, ook dat zal nooit meer gebeuren.

Als ik een stukje had geschreven stuurde ik altijd twee berichtjes, één naar oudste zoon en één naar zusje. Ik hoef er nu maar één te sturen. Reageren vond ze altijd leuk, maar dat kan ze nooit meer doen.

Gewoon gezellig samen zijn, koffie of thee drinken en kletsen, iets wat we konden als de beste, dat kunnen we nooit meer doen.

Genieten van alle vogels in de tuin, bij haar kwamen o.a. altijd twee turkse tortels en die had ze een naam gegeven: Frits en Frieda. Daar kunnen we het nooit meer over hebben.

Samen spelletjes spelen via de i-pad, ruzzle of feuten, dat gaat nooit meer gebeuren.

Misschien zijn het geen grote dingen, maar toch zijn ze enorm ingrijpend. Het begrip “nooit meer” is moeilijk te bevatten. Ik heb daar echt moeite mee.

Er zijn zoveel momenten waarop ik denk, even aan zusje doorgeven. Dat kan ik echter nooit meer doen.

Wat ik wel kan doen en ook ga doen, is een tattoo nemen van een vlinder. Zusje was gek op vlinders en het idee van een tattoo vond ze eigenlijk best mooi. Ze heeft zelf de vlinder uitgezocht, het wordt de kleine vos, en met zo’n neptattoo van meneer A. Heijn heb ik haar laten zien hoe het er ongeveer uit komt te zien. Ze vond het prachtig. De afspraak hiervoor is al begin maart gemaakt en staat gepland op 16 juli, dus helaas krijgt zusje de echte tattoo nooit te zien.

Nooit meer… dat duurt zo ontzettend lang.

.

NET OP TIJD

.

Afgelopen donderdag zouden wij weer naar zusje gaan, maar na het weekend ging ze opeens zo snel achteruit, dat we al op woensdag zijn geweest. Het werd een emotioneel bezoek. Ze was zo ziek toen we kwamen, had zo ontzettend veel pijn, maar ze was toch zo blij dat we er waren en omhelsde me. Ze wilde me niet meer loslaten en ruim vijf minuten hebben we zo gezeten, de armen om elkaar heen. Toen sloeg de vermoeidheid toe en moest ze me wel loslaten. Ik bleef naast haar zitten, mijn hand in haar hand. Ze had het zo verschrikkelijk moeilijk. En ik kon niets voor haar doen, alleen blijven zitten en haar zachtjes moed inpraten. Ze sliep half, maar de grip in haar hand was buitengewoon krachtig, waar ze die kracht vandaan haalde, weet ik niet, maar mijn vingers begonnen te tintelen en voorzichtig probeerde ik mijn hand weg te halen. Ze schrok daarvan, “Niet doen, niet doen”, zei ze en zakte meteen weer weg. Ik liet mijn hand waar die was.

Zo’n drie kwartier later kreeg ze weer een hevige pijn aanval en wat er toen gebeurde kan ik hier niet vertellen. Het was hartverscheurend en te naar om op te schrijven. De constant toegediende dosis morfine werd verhoogd.

’s Avonds hoorden we dat de huisarts was geweest en er was besloten om haar in slaap te brengen, zodat ze in ieder geval geen pijn meer zou voelen.

Zaterdagochtend belde mijn zwager en zei, “Als je nog afscheid wil nemen, moet je nu komen.” We hadden net met zoon R afgesproken om naar hem toe te gaan om even aan de behoefte aan wat kleinkinderen toe te geven. Echtgenoot heeft R afgebeld en Renner even laten plassen en we zijn in de auto gestapt. Ik gaf echtgenoot toestemming om zich niet aan de snelheid te houden. “Als er ruimte is, mag je van mij gassen, die bekeuring neem ik dan wel.”

We waren om acht minuten over half één in Hardenberg. Drie minuten later zat ik naast zusje. Haar ademhaling ging stootsgewijs. Ik streelde haar gezicht en gaf haar een zachte kus. Vertelde haar dat ze geen moeite meer hoefde te doen om te ademen. Ik was bij haar en zou bij haar blijven.

Om kwart voor één was het afgelopen. Vijf maanden na die afschuwelijke diagnose was het einde daar. Ze was pas 68. De echo van de nieuwe baby kon ze dus toch niet meemaken.

Mijn lieve zusje, wat zal ik haar ontzettend missen.

.

ZUSJE

.

Wat doe je als je weet dat je dood gaat? Dat je tijd van leven nog maar zeer beperkt is, omdat chemo niets uithaalt en de kanker zich blijft verspreiden? Wat kun je dan nog doen als je niet alleen maar op je bed wilt liggen wachten tot het zover is? Lange autoritjes zijn niet meer mogelijk, een wandeling maken lukt, met hulp van een rollator, hooguit tot aan de voordeur. Je bent constant bezig met zorgen dat je lucht binnen krijgt, dat je af en toe nog echt kan lachen. Je bent afhankelijk van een goede pijn medicatie, want zonder ga je al dood van de pijn. Zelf ergens op bezoek gaan is uitgesloten, maar je wilt nog zo veel mensen zien en dan vooral je kinderen en kleinkinderen. Wat nou als die allemaal zo ver weg wonen dat ze zeker niet dagelijks of wekelijks langs kunnen komen?

Zo’n situatie is moeilijk te aanvaarden, maar je hebt geen keus.

Mijn zusje, ze is zo dapper. Opgeven is geen optie, al weet ze dat ze nog maar weinig tijd heeft. Na weer bijna twee weken in het ziekenhuis, is ze vorige week weer thuisgekomen, deze keer in de wetenschap dat het is om in alle rust (in het ziekenhuis voelde ze zich alleen maar zieker worden) naar het einde te gaan. Ze heeft nu zeer zware, goed werkende pijnstilling die er voor zorgt dat haar laatste dagen draaglijk zijn. Er is iets heel leuks voor haar om naar uit te kijken: haar jongste zoon en zijn vriendin verwachten een baby. De geboorte zal ze niet meemaken, maar een echo waarbij gekeken wordt naar wat het geslacht zal zijn, wel. Haar zoon heeft contact gezocht met een stichting die wensen van terminale patiënten laat uitkomen. Ze wordt opgehaald met een ambulance en daarna weer keurig thuis gebracht. Dit gaat morgen over een week gebeuren en ze verheugt zich daar enorm op. Voor die tijd weigert ze zeker om dood te gaan.

Zelf gaan echtgenoot en ik zo vaak mogelijk naar haar toe en ook dat vindt ze heerlijk, ik rook nog steeds en ze vindt af en toe een paar trekjes van een sigaret nog steeds erg lekker. Wie ben ik om dat tegen te houden? Gisteren is onze jongste mee geweest, hij wilde zijn favoriete tante graag nog een keer zien. Er is een ontzettend leuke foto gemaakt van die twee samen, zowel zoon als zusje met een brede lach en mens, wat lijken ze op elkaar. Zoon is al vrijwel kaal en zusje krijgt net weer een donslaagje haar. Iemand die hen niet kent en de foto zou zien, zou zweren dat het moeder en zoon is. Donderdag hopen we weer naar haar toe te gaan, we spreken ook iedere keer af, dat het niet de laatste keer zal zijn. Ik hoop zo dat we dat nog vaak kunnen doen.

.

VERDER / GENIETEN

.

Ze lag op haar bed in de woonkamer en voelde zich hondsberoerd, de misselijkheid was overweldigend en ook de pijn werd niet echt minder. Ze moest echter proberen zich daar overheen te zetten, haar twee zussen zouden komen en daar verheugde ze zich op, maar het was eigenlijk niet te doen. De kanker vrat haar van binnen op, dat kon ze voelen. Toch had ze ingestemd met nog een chemokuur om haar kansen, voor zover die er nog waren, toch iets te vergroten. Ze wilde niet opgeven, want er was nog zo veel wat ze wilde, nog zo veel om van te genieten.

Ze wilde haar kleinkinderen zien opgroeien tot mooie, gelukkige en krachtige mensen. Ze zou graag nog kleine reisjes maken met haar man, nee, ver weg was niet nodig, maar nog eens naar Texel zou wel heel leuk zijn. Ook haar broers en zussen zou ze wat vaker willen zien, maar ja, ieder had zijn eigen leven en dan kwam familiebezoek niet altijd op de eerste plaats. Vandaag echter zouden haar zussen komen, net nu ze zich zo beroerd voelde. Ze zuchtte en sloot haar ogen.

Het was fijn geweest om elkaar weer te zien, maar echt genieten was niet gelukt. Er waren wat foto’s gemaakt, misschien wel de laatste foto’s waar ze met z’n drieën op stonden. Ze wist niet of ze die foto’s wel wilde zien en of haar zussen er wel zo blij mee zouden zijn. Het zou vast niet echt een mooie herinnering zijn, al had ze echt geprobeerd af en toe een glimlach te produceren.

Ze lag weer op bed, de ogen gesloten, ze was zo verschrikkelijk moe. Ze wilde nog zo graag verder leven, maar wist niet hoe ze dat vol kon houden als ze zich elke dag zo ontzettend beroerd voelde. Wat viel er dan nog te genieten?

.