VAN PRIKKEN EN SNIJDEN

.

Allereerst mijn dank aan allen die voor mij hebben geduimd en/of aan me hebben gedacht. Het heeft geholpen, want het is me reuze meegevallen. Het wachten was nog het ergste. Ik weet niet wat het is, maar ik kan er gewoon niet zo goed mee omgaan, word er ongedurig van en soms zelfs een beetje balorig. Ik krijg dan de neiging om gekke dingen te doen, maar ja, in een ziekenhuis kan dat natuurlijk niet.
Omdat ik diabeet ben, kreeg ik meteen een infuus. Jemig wat een feest. Mijn aders liggen diep, dus was het lastig iets te vinden waar de naald in kon. Het ging dan ook fout en mijn eerste pleister was een feit. Iemand anders moest het maar proberen. De tweede zuster was een expert werd me verzekerd. Ze hadden gelijk.
Na twee uur wachten mocht ik eindelijk naar de röntgenafdeling. Er zou een draadje ingebracht worden, dat voor de chirurg duidelijk moest maken waar hij moest zijn. Ik was daar huiverig voor, want verwachtte dat ik in de zelfde houding moest als voor het biopt. De arts die de handeling zou verrichten bleek degene die met graagte de hapjes had genomen. Omdat hij geen herhaling wilde van de vorige keer, ging hij het nu anders doen en wel in een voor hem vrij lastige houding. Beter hij dan ik. En hij deed het perfect. Hoewel ik het niet echt aardig vond klinken, zei hij na afloop, dat hij me nooit meer wilde zien. Met een grote glimlach gaf hij me een hand. Eerst nog twee controle foto’s en ik mocht terug naar de afdeling.
Uiteindelijk, na in totaal vier uur wachten, werd ik richting operatiekamer gebracht. Voor de tiende keer die dag werden mijn gegevens gecontroleerd. Deze keer door een anesthesist. Mijn bloedsuiker werd gecontroleerd, die was 7.0 en er werd besloten het infuus af te sluiten. Om half vier ging ik eindelijk de operatiekamer in.
Erg gezellig daar, er liepen wel zes mensen rond. Iedereen wilde me een hand geven en zijn naam noemen. Alsof ik dat later nog zou weten. Een donkere dame stelde zich voor als de anesthesist. Alweer een ander. Ze begon over het lastig intuberen en zei: “Doe uw mond eens wijd open.” Ze keek twee tellen en zei: “Ik snap het.” Oh, oké, ik niet, vertel… Maar nee. De chirurg kwam met een big smile de kamer binnen en vroeg of ik er zin in had. Nou, dat was niet het woord dat ik er voor gekozen zou hebben. Ik kreeg een kapje met zuurstof over mijn mond en neus.
“De narcose gaat deze keer via het infuus.”
En dat voelde ik.
“Mijn hand staat in de fik”. Zo voelde het echt. Hij vroeg nog of het beter ging, maar ik was al helemaal van de wereld.
Een uur later begon ik wakker te worden. Ik was compleet uitgedroogd. Een verpleegster kwam vragen hoe ik me voelde. “Droge mond”, fluisterde ik. Ik kreeg slechts één klein slokje water. Anders werd ik misschien misselijk. Help, ik ben niet misselijk, ik ben uitgedroogd, drinken, geef me alsjeblieft drinken. Maar ik kreeg niets. Even later werd ik opgehaald en naar de afdeling gebracht. Ik werd al wakkerder en ik barstte inmiddels van de honger en dorst. Het duurde even, eerst moest ik zeggen of en hoeveel pijn ik had. Op een schaal van 1 tot 10. Een schamel tweetje gaf ik de pijn. Ze vonden me maar vreemd, zo snel bij de les na de narcose, niet misselijk en nauwelijks pijn. En dat terwijl een vrouw, die een uur voor mij was geopereerd, nog steeds op apegapen lag. Uiteindelijk kreeg ik een kan water, twee boterhammen en een beker thee. Meteen zeggen als u misselijk wordt. Ik werd niet misselijk en het was niet genoeg, ik wilde meer. Nou vooruit, nog twee beschuitjes dan. Ik begon me weer mens te voelen. Echtgenoot was gebeld en kwam binnen nadat ik de beschuitjes net op had. Inmiddels had ik vier glazen water en twee bekers thee gedronken en nog voelde het alsof het niet genoeg was. Ik zat nog steeds vast aan een infuus, maar wilde eigenlijk meteen naar huis. Het infuus mocht er niet af zo kort na de operatie. Hoe kan ik dan naar huis? Samen met echtgenoot heb ik twee rondjes door de gangen van de afdeling gelopen. Geen probleem. Echtgenoot ging nogmaals vragen of ik naar huis mocht. Nou, ze dacht van niet, maar zou overleggen met de dienstdoende chirurg. Geen idee wie dat was, maar ik vond hem meteen aardig, want hij gaf toestemming op voorwaarde dat bloeddruk e.d. gecontroleerd werden en goed bevonden. Duhhuh, natuurlijk was alles goed. En toen mocht opeens wel het infuus eraf. Ik moest nog wel een prik tegen trombose. Oké, kom maar op.
Gauw aankleden en weg wezen, voor ze zich zouden bedenken. Om 9uur was ik thuis en voelde me prima. Geloof het of niet, maar de meeste last heb ik gehad van de tromboseprik, waarschijnlijk een spiertje geraakt. Nu is het afwachten tot komende vrijdag, dan mag ik op controle en krijg ik de uitslag. Al ben ik nu snel moe, ik voel me verder kiplekker. En mijn borst? Die is bijna tweemaal zo groot in plaats van gehalveerd. Al zal dat waarschijnlijk niet blijvend zijn.

.

NOG VIJF NACHTJES ‘SLAPEN’

.
Nou ja, slapen? Volgende week woensdag is het zover en eerlijk gezegd, ik kijk er niet naar uit. Eigenlijk ben ik stiekem gewoon bang, al weet ik niet precies waarvoor. Er kan natuurlijk van alles misgaan bij zo’n operatie, maar de meeste operaties verlopen goed. Toch? Gisteren echter hoorde ik van de anesthesist dat bij de operaties aan mijn stembanden een paar jaar geleden, er moeite was om me te intuberen. Oh joepie, dat is echt iets wat ik wilde weten. Niet dus. Want zonder dat ik dat wil, zie ik ze nu, in gedachten, klooien om zo’n buisje door mijn strot te duwen. Ik kan niet zeggen dat ik daar vrolijker van word. En wat gebeurt er na de operatie, wat is er dan nog over van mijn borst? Een bal van 5cm doorsnee is groot en ik vrees dat er slechts een omhulsel overblijft. Er werd al meteen gesproken over plastische chirurgie, maar ik moet er niet aan denken om siliconen o.i.d. in mijn lijf te krijgen. Shit, ik weet het gewoon niet.

Gelukkig gebeuren er ook leuke dingen. Vorige week zaterdag zijn we met zoon, schoondochter en kleinzoon naar Burgers Zoo geweest. Het was stervenskoud, want de beloofde zon liet volledig verstek gaan, maar wat hebben we genoten. Vooral van dat kleine manneke dat zo veel te ontdekken had en de hele dag zo vrolijk door dartelde. Zelfs nadat hij was gevallen en zijn neusje beschadigde, was het slechts een kwestie van vuil wegvegen en verder genieten. En van de week was onze jongste zoon jarig, ook daar hebben we een gezellige dag mee beleefd.

Naar buiten toe ben ik enorm nuchter en optimistisch, maar dat brein van mij lijkt er een eigen leven op na te houden. Hoe krijg ik dat onder controle?

.

NIET OP MAANDAG

.

Wachten op de uitslag van een onderzoek kan zenuwslopend zijn. De laatste twee nachten voor ik terug moest naar het ziekenhuis, waren dan ook zeer onrustig, gevuld met vreemde dromen. Maar woensdag was het dan zover.

De dokter legde met behulp van de foto’s uit wat er aan de hand was. De verkalking in mijn borst was vrij groot, bijna 3cm lang. Een gedeelde van de genomen hapjes vertoonde veranderende cellen, op weg naar kanker. Het is dus nog geen kanker, maar het moet er wel uit.

“Wat als ik zeg: laat maar waaien als het toch nog geen kanker is?”

“Dan zit je hier volgend jaar weer, maar dan weet je zeker dat je kanker hebt, met een grote kans op uitzaaiingen.”

Oké, dat is duidelijk. Hij legt uit wat de plannen zijn. Eerst een operatie waarbij een bal van 5cm doorsnede wordt verwijderd. Oeps, dat is even slikken.

“Krijg ik dan een deuk in mijn borst?”

“Natuurlijk verandert de borst daardoor, maar hoe het precies uitvalt, kan ik niet zeggen.”
“Ach”, zeg ik dapper, “deze borst was toch altijd al iets groter dan de ander.”

Na de operatie krijgt de borst even rust om de wonden te laten helen. Daarna moet ik zes weken dagelijks heen en weer naar Almere om bestraald te worden. De weekends krijg ik vrij. Wow, dat is boffen. De dokter is buitengewoon aardig en geduldig en legt alles goed uit. Mocht ik toch nog vragen hebben, mag ik altijd bellen. Ik heb nu nog een vraag.

“Doet u de operatie zelf?” Het is een nog vrij jonge man en hij bevestigt dat hij zelf aan de bak gaat.

“Dan heb ik nog één vraag: wilt u het dan niet op een maandag doen?”

Zijn blik is vragend. Ik verklaar.

“Stel dat u net een buitengewoon gezellig weekend achter de rug heeft, dan staat u daar op maandag met een duf hoofd en een scherp mes. Lijkt me geen goed plan.”

Hij lacht, zegt dat het goed komt en overhandigt me een aantal formulieren, daar mag ik mee naar de balie. We kunnen even koffie gaan drinken en een half uur later is alles geregeld. Ik krijg een kaartje waarop alles staat. Op één dag drie afspraken achter elkaar, bij de apotheek service dienst, de anesthesist en bij de mamacare afdeling; de datum van de operatie staat vermeld en ook meteen de afspraak voor de nacontrole. Buitengewoon efficiënt. Dan krijg ik ook meteen het formulier voor de opname. Dat mogen we onderweg naar de uitgang afgeven.

De dag van de operatie is 3 februari, een woensdag.
.

 

MAMMOGRAFIE STEREOTACTISCHE PUNCTIE

.

Een heel duur woord voor iets waarvan ik me van tevoren niet echt een voorstelling kon maken. In gedachten zag ik mezelf op een smalle brancard met een gat er in, waar doorheen mijn borst bungelde. Daaronder op zijn knieën lag dan een dokter te turen over zijn brilletje waar hij de naald er in zou steken. Echt heel ver zat ik er niet naast. De brancard bleek zo breed als een tafel en de dokter lag niet op zijn knieën, maar zat op een krukje. Of hij over zijn brilletje zat te turen kon ik niet zien. Mijn borst, vastgeklemd tussen twee platen, kreeg een verdovingsprik. Althans, dat zei de dokter. Van het effect van die verdoving heb ik niet veel gemerkt. Alles was goed voelbaar en behoorlijk pijnlijk. Er zouden een paar hapjes worden genomen was mij verteld, maar de dokter had zeker honger, het werden acht hapjes. De houding waarin ik moest liggen was voor mij geheel onnatuurlijk en het duurde dan ook niet lang of ik begon te trillen. Eerst zachtjes, maar naar mate ik langer lag, steeds heviger. De dokter werd er een tikje nerveus van, maar ik kon er niets aan doen. Er werd me steeds gevraagd of het goed met me ging. Uuuhhh, wat denk je zelf? Maar natuurlijk zei ik ja. Het enige wat ik wilde, was uit die klem en overeind komen. Toen ik eindelijk dacht dat het hele gebeuren klaar was, volgde er onverwacht nog een venijnige prik. “Oh, shit!” Het was er uit voor ik er erg in had. Er moest nog een marker geplaatst worden. Na dik anderhalf uur ging eindelijk de klem los, maar ik moest toch nog blijven liggen. Het bloeden wilde namelijk niet stoppen. Ik mocht inmiddels wel weer een beetje bewegen, al ging dat moeilijk. Na vijf minuten vroeg ik of het niet beter zou zijn als ik zou zitten, want zo hangend loopt het bloed er natuurlijk sneller uit. Nee, dat mocht dus niet. Weer vijf minuten later werd besloten de chirurg erbij te halen, die zou wel weten hoe het bloeden gestopt moest worden. Het eerste wat die bij binnenkomst zei, was: “Laten we mevrouw eerst maar eens overeind helpen.” Dank u, dokter. Puntje voor mij.

Het overeind komen ging moeizaam en ik zat nog niet rechtop of ik dreigde meteen onderuit te gaan. Aan alle kanten werd ik tegen gehouden. Nadat het bloeden eindelijk minder werd, werd ik in mijn beha geholpen en mocht van de tafel af. Mijn benen weigerden echter dienst en ik werd snel op een inmiddels naar binnen gehaalde rolstoel gezet. De chirurg greep verder in en zei: “Ik neem mevrouw mee naar mijn afdeling en houd haar daar een half uur in de gaten. Als het goed gaat, mag ze daarna naar huis.” Ik vond alles goed, mijn hoofd en benen voelden vreemd en ik zat nog steeds te shaken in de stoel. Echtgenoot zat zich inmiddels zorgen te maken in de wachtkamer, want zag en hoorde dat de chirurg werd opgeroepen en dat er een rolstoel naar binnen werd gebracht.

De chirurg was een doortastend man, duwde echtgenoot mijn spullen in handen en duwde zelf mijn rolstoel. Hij installeerde me in een prachtige kamer op zijn afdeling, zorgde voor koffie en verzekerde zich ervan dat het goed met me ging. Na tien minuten kwam een verpleegster even kijken hoe de zaken ervoor stonden. Inmiddels moest ik ongelooflijk nodig plassen, dus ik vroeg haar waar een wc was. Ze legde het uit, maar het klonk als een pittige wandeling. Oké, dat moest dan maar wachten tot we naar huis gingen. We dronken onze koffie en langzamerhand voelde ik me steeds beter, het shaken was sterk verminderd en ik durfde op zoek te gaan naar de wc. Ik verzekerde echtgenoot dat er waarschijnlijk een noodknop zou zijn, mocht het fout gaan. Het bleek slechts een klein stukje lopen en dat ging gelukkig goed, want er was geen noodknop o.i.d. Opgelucht liep ik terug. Ik wilde wel naar huis. Echtgenoot ging op zoek naar de verpleegster om nog even te laten controleren hoe het stond met het bloeden. Ik mocht mee naar een andere kamer, één die afgesloten kon worden. Zij was tevreden, haalde het bebloede gaas weg en deed er een nieuw op. Wat haar betreft mocht ik gaan. In de tijd dat ik bij de verpleegster was, kwam de chirurg nog even bij echtgenoot informeren hoe het met mij ging. Echtgenoot vertelde waar ik was en toen was ook hij tevreden en ik mocht naar huis. Super aardige mensen allemaal.

We waren nog geen vijf minuten thuis toen ik door het ziekenhuis gebeld werd. Maandag om half twaalf moet ik even terug komen om te controleren of de marker die ze in mijn borst hebben achter gelaten op de juiste plek zit. Oh joepie, als ik dan maar niet weer in de klem hoef, want mijn borst heeft inmiddels vijftig tinten rood/paars.

Voor nu wilde ik even mijn ei kwijt, maar na woensdag, als ik weet hoe de zaken ervoor staan, ben ik van plan om de bij jullie gelegde eieren te lezen. Tot dan. Dus.

.

VAN FOTO’S EN ECHO’S

.

Oh, wat zou ik hier graag een juichend stukje neerzetten, maar ik weet eigenlijk nog niks. We hebben gisteren ruim drie uur in het ziekenhuis doorgebracht. Eerst was er een soort oriënterend gesprek en onderzoek, waarna we, keurig begeleid door een vrijwilliger, naar de röntgenafdeling gingen. Ik mocht weer in de klem. Dat is niet echt aangenaam, maar om nou te zeggen dat het heel erg pijn doet, gaat wat ver. De foto’s waren redelijk gelukt en we mochten, wederom keurig begeleid, naar de lounge voor een kop koffie. De dokter was namelijk bezig met een andere patiënt. De lounge is een soort privé kamer waar je tijdens het wachten even rustig kunt zitten, zonder de drukte van het ziekenhuisrestaurant. Best wel prettig. Na een klein half uurtje ging de telefoon en mocht onze eigen begeleider ons weer terug brengen naar de röntgenafdeling. Echt heel netjes geregeld allemaal.

Tijd voor de echo. Tijdens het eerste gesprek was al gezegd dat wat op een foto wel te zien is, bij een echo compleet onzichtbaar kan zijn. En dat klopt. Mijn borst was volledig ingesmeerd met heerlijk frisse gel en de man deed zijn stinkende best om iets tevoorschijn te halen. Zonder succes. Ik vroeg of hij openstond voor het gevoel van zijn patiënten en dat bevestigde hij. Oké.

“Als er iets zit dan zit het hier.” Ik zette mijn wijsvinger op een bepaalde plek en hij ging nog eens extra stevig op zoek. Maar hij vond niks. Wel heeft hij toen om speciale foto’s gevraagd, specifiek van die plek. Dus mocht ik weer uit de kleren. Voor de vierde keer inmiddels. Daarna mochten we eindelijk weer terug naar de afdeling dokter. Onze begeleider was in geen velden of wegen te bekennen dus gingen we op eigen houtje. Na een kwartiertje werd ik geroepen.

We kregen wederom enige uitleg, nu over de volgende stap. En die stap klinkt in ieder geval niet echt aangenaam. Op 8 januari krijg ik een pijnlijk onderzoek, waarbij ik op mijn buik moet liggen en mijn borst door een opening hangt. Die wordt dan weer in de klem gezet en de dokter gaat dan via de op dat moment gemaakte foto’s met een naald op zoek naar de bewuste plek om daar een hapje uit te nemen. Dat hapje wordt dan opgestuurd naar het laboratorium. Klinkt behoorlijk aantrekkelijk, nietwaar? Ik kijk er ook echt naar uit. Niet. Ik heb trouwens begrepen dat je aan dat onderzoek een behoorlijk blauwe borst over kunt houden. Ik houd niet van blauw.

Op 13 januari mag ik terug komen om te horen hoe of wat.

Wordt vervolgd dus.

Voorlopig gaan we ons niet druk maken, maar genieten van de komende Kerst. Ik wens iedereen dan ook heel fijne en gezellige feestdagen en een mooi, maar vooral gezond, 2016.

.

VAN WIJKENDE WATTEN EN DONKERE WOLKEN

.

Met een nog niet echt helder hoofd moest ik vorige week maandag op komen draven voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Geen punt, dacht ik, hoewel ik me toch een tikkeltje onbehaaglijk voelde. Het was niet de eerste keer dus ik wist wat me te wachten stond. Na stevig klem gezeten te hebben, kreeg ik even later te horen, dat ik klaar was. De foto’s waren goed. Mooi. Maar toch… ergens voelde het niet goed. Niet dat ik klachten had of zelf iets ontdekt had, nee, dat was niet het geval. Het was meer een onbewust weten.

Afgelopen maandag was ik bij mijn zusje en we hadden het erover. Zij moest namelijk woensdag, gisteren dus. Ik vertelde hoe ik me voelde en min of meer een brief verwachtte met de mededeling dat er iets niet goed was. Zij vertelde dat dan eerst de huisarts contact met je op zal nemen. Nou, onze huisartsen verschillen nogal. Zij heeft een goede en tevens goed bereikbare. Ik niet echt. Om kwart over vijf, we zaten net gezellig over andere dingen te kletsen, ging mijn mobieltje. En ik dacht: hé, oudste, je bent vroeg vandaag. Het was echter niet oudste die belde, maar mijn huisarts. Mijn vermoeden werd bewaarheid, er was een afwijking gevonden. Het stomme was dat ik wist waar die afwijking zat, nog voordat zij het vertelde. Ze probeerde me op allerlei manieren gerust te stellen, maar ik geloof dat ik nogal nuchter reageerde. Ze gaf meteen door dat ze ook al een afspraak voor me had gemaakt bij de mamapoli in het ziekenhuis hier ter plaatse. Nou, dank je wel. Volgende week dinsdag word ik daar verwacht. Al om negen uur. Vroeg opstaan dus.

Inmiddels is mijn hoofd wattenvrij, maar boven mijn hoofd verschijnen langzaam maar zeker donkere dreigende wolken. Dat wil ik niet zo vlak voor Kerstmis. Als ik naar buiten kijk zie ik al meer dan vijftig tinten grijs in de lucht, dat is voor mij meer dan genoeg. In gedachten maak ik de wolken boven mijn hoofd wit. Weet je wat, ik maak er gewoon schapenwolkjes van, die zien er veel vriendelijker uit. Lang niet zo dreigend. Met een afwijking kan ik leven en bovendien is het zo dat een afwijking niet synoniem staat aan borstkanker. Dus.

.

BINNENVETTER

.

Ik kan een hoop hebben, maar soms wordt het zelfs mij te veel.

Bij de laatste diabetescontrole bleek dat er weer eiwitten in de urine zaten. De dokter had als advies een medicijn aangeraden, zo vertelde mij de praktijkondersteuner. De dokter zelf heb ik in verband met mijn diabetes al in geen jaren gesproken. Na veel gepraat stemde ik er in toe om dat medicijn te gaan gebruiken. Thuis kwam ik erachter dat het pillen tegen hoge bloeddruk zijn, dezelfde pillen die echtgenoot al jaren slikt. Ik heb GEEN hoge bloeddruk. Nooit gehad ook, zelfs niet tijdens mijn zwangerschappen. Ik snapte het niet. Met tegenzin begon ik toch met innemen, mede door de zeer lage dosering. Maar het zat me niet lekker. Al snel vergat ik dat ding. Toen kwam die verkoudheid er over heen en ik vergat hem nogmaals. Ik voelde me bepaald niet lekker, had zelfs koorts, iets wat ik in geen jaren heb gehad. De praktijkondersteuner had me gezegd haar te bellen als het niet lekker liep. Dus ik belde afgelopen woensdag.

Ons gezondheidscentrum werkt met een keuzemenu als je belt. Ik koos optie 1.

“Waar belt u voor?” Ik legde het uit.

“Als u dan even opnieuw belt en kiest voor optie 3 dan krijgt u mij ook aan de telefoon, maar dan kan ik kijken wat ik voor u kan doen.” Hè, kon dat nu niet dan? Een beetje in de war hing ik op en koos even later voor optie 3.

“Waar belt u voor?” Nam ze me nou in de maling? Dat had ik net toch al verteld? Dus zeg ik zo duidelijk en vriendelijk als op dat moment mogelijk, “Mevrouw P heeft gezegd, dat als het niet zo lekker liep, ik haar moest bellen. Het loopt niet zo lekker, dus ik bel. Punt.”

“Ja, als u het niet wilt vertellen, weet ik ook niet waar ik u neer moet zetten, onderaan of bovenaan de lijst.” Het is dat mijn hoofd niet helemaal goed werkte, anders had het gesprek vast op een pittige discussie uitgedraaid. Ik ben in ieder geval op de lijst terecht gekomen, want donderdag werd ik gebeld. Ook dat gesprek liep niet helemaal lekker, maar ik kreeg uiteindelijk een afspraak met de huisarts. Daar kon ik vrijdagmiddag terecht.

Ik ben al 45 jaar diabeet en daar heb ik geen probleem mee. Ik spuit vier maal per dag en kan daar prima mee leven. Ik heb altijd geroepen dat dat wat mij betreft meer dan genoeg was. Ik wilde er geen andere ziektes of medicijnen bij. Maar een mens wordt ouder en toen kwam daar eerst een pilletje bij om het cholesterol omlaag te krijgen. Oké, dat kon ik nog hebben. Toen kwam daar vorig jaar opeens een bloedverdunner bij van de vaatchirurg. En dan willen ze me nu ook nog eens een bloeddrukverlagend middel laten slikken, omdat er eiwitten in de urine zitten. Ik begin langzaam een medicijn verwerkend fabriekje te worden. En dat zit me niet lekker. Het zijn geen dingen waar ik over praat, maar wel dingen die constant door mijn hoofd spoken. Een hoofd dat bovendien nog steeds geplaagd wordt door hoest hoofdpijnen, waarvoor ik niet eens een pijnstiller durfde te nemen.

Het gesprek met de huisarts verliep daardoor een beetje emotioneel en voor ik er erg in had zat mijn keel dicht geknepen en rolden de tranen over mijn wangen. Maar ze begreep gelukkig hoe ik me voelde, heeft alles heel uitgebreid uitgelegd en me aangeraden om even rustig aan te doen, alles goed te overdenken en dan volgende maand bij haar terug te komen. Dan praten we verder.
.
Mijn hoofd stond en staat nog steeds niet naar het lezen van vrolijke en gezellige verhaaltjes, maar ik beloof zo snel mogelijk weer langs te komen.

.