INPARKEREN

.
Alle mannen zijn het er over eens: vrouwen kunnen niet inparkeren. Ik heb dat altijd tegengesproken, want ben er van overtuigd dat vrouwen dat wel degelijk kunnen. Begin jaren zeventig heb ik mijn rijbewijs gehaald en wat ik me nog goed kan herinneren is het achteruit inparkeren. Het was mijn favoriete onderdeel van de rijlessen, want ik was er goed in. Stond altijd in één keer keurig op de daarvoor bestemde parkeerplaats. In de jaren die volgden op het verkrijgen van het belangrijke roze papiertje, heb ik maar weinig gereden. Eigenlijk rijd ik al dertig jaar niet meer. Maar, als ik nu zou moeten inparkeren, weet ik zeker dat het goed gaat. (Geef mezelf vast een klopje op de schouder.)
Ik heb toch mijn mening over de kunde van vrouwen een beetje bijgesteld. Niet alle vrouwen kunnen goed inparkeren. Ik zeg er meteen bij, dat ook lang niet alle mannen weten hoe ze dat klusje zonder fouten moeten klaren. De reden van het bijstellen is het volgende.
Parkeerplaats bij een winkel van meneer A. Heijn. Wij hebben onze boodschappen gedaan en echtgenoot zet alles in de kofferbak. Ik kijk wat om me heen. Opeens rijdt zo’n 40km wagentje de parkeerplaats op, regelrecht naar een stuk waar twee vrije parkeerplaatsen naast elkaar zijn. Aan het stuur zit een vrouw. Zij kiest ervoor om achteruit in te parkeren. Moet geen probleem zijn met zoveel ruimte, toch? Dat had je gedacht.
Bij de eerste poging kwam ze er op tijd achter dat ze niet goed uitkwam. Ze trapt op de rem en gaat een klein stuk vooruit. Tweede poging. Niet vergeten dat het twee plaatsen naast elkaar zijn, hè en dat het gaat om zo’n ieniemini autootje? Ze heeft de rechterplek uitgekozen en draait in. Kaboem! Je gelooft het bijna niet, ze knalt tegen de achterkant van de buurparkeerder. Snel kijk ik rond, maar kan geen camera’s ontdekken. Dit kan toch niet waar zijn. Zoveel ruimte, zo’n kleine auto en dan nog tegen een andere auto aan knallen.
De vrouw ziet me kijken, geeft een ruk aan het stuur en rijdt dan zondermeer de parkeerplaats weer af. Die gaat vast op zoek naar een supermarkt waar helemaal geen auto’s op de parkeerplaats staan. Ik hoop dat ze niet vergeet dat er wel stoepranden zijn. En parkeermeters. Misschien zelfs wel voetgangers.
.

Advertenties

SABOTEUR

.
De auto is nog steeds compleet en dus hebben we het afgelopen weekend kunnen genieten van een minivakantie. Samen met twee kinderen en twee schoonkinderen. Hoewel? Ze vinden het vast niet leuk als ik ze nog kinderen noem. Het zijn inmiddels zeer volwassen mensen. Maar het blijven mijn kinderen, al zijn ze al ergens in de dertig.
We zijn in het altijd mooie Drenthe geweest, in een klein dorp even onder Assen. Het is jammer dat het weer niet erg mee werkte, maar tussen de buien door hebben de jongelui toch heerlijk gewandeld over de hei. Ze kwamen terug met schitterende foto’s van de runderen die daar rondlopen. Een dag later hebben ze ook nog schaapjes en andere dieren gespot. Echtgenoot en ik deden het wat rustiger aan, want mijn bewegingsapparaat werkt niet meer zo soepel. Lange afstanden en een hoog tempo red ik niet. Toch ben ik ook even op de hei geweest. Echter, wij hebben helaas niet de schaapjes gezien, of de runderen. Ach, een mens kan niet alles hebben, toch?
Mijn kinderen en ik zijn wel van de spelletjes. De aanhang gelukkig ook, maar echtgenoot vindt het wat minder. En toch heeft hij enthousiast mee gedaan met een tot dan bij ons onbekend spel, Saboteur. Het gaat me te ver om de spelregels uit te leggen, maar we hebben regelmatig dubbel gelegen van het lachen. Vooral tijdens de eerste keer dat we het speelden. Ik had de spelregels niet helemaal door en ook de betekenis van de plaatjes op de kaarten snapte ik niet. Ik ging dus regelmatig de mist in, benadeelde mijn medespelers en hielp de tegenstander. Ik was gewoon saboteur zonder dat ik saboteur was. Snap je het nog? Nee? Geeft niet, hoor, komt vanzelf als je het een keer speelt. Het ging dus niet precies zoals het hoort, maar het was wel heel erg leuk en buitengewoon gezellig. Zo’n weekend is absoluut voor herhaling vatbaar. Alleen dan graag met een beetje zon en heel veel minder regen.
.

MET STUUR

.
Gisteren kregen we tot onze grote vreugde de eigen auto weer terug. Keurig gerepareerd. Nee, dat is eigenlijk fout, want er moest vernieuwd worden. Er zit een nieuwe deur in, we hebben weer een stuur en ook een navigatiesysteem. Deze keer goed afgedekt met een stevig schermpje. Hoop ik.
Ik was blij dat de leenauto weer terug kon, want het was maar een kleintje. En niet zo bijster comfortabel, mag ik wel zeggen. Elk hobbeltje was goed voelbaar en de passagiersstoel, waar ik dus altijd zit, duwde een soort bult in mijn rechter bil. Niet zo prettig. Het is niet dat ik verwend ben of zo, maar je went toch aan een auto en eventuele bulten zijn aangepast aan mijn billen. Ze zitten precies op de juiste plek. De bulten, bedoel ik. Mijn billen ook natuurlijk, maar dat is logisch, toch? Billen op je buik of je schenen, dat zou er een beetje vreemd uitzien. Nee, ze zitten gewoon daar waar ze horen, onderaan mijn rug. Ook daar ben ik aan gewend.
Gisteravond gingen we naar bed. Doen we elke avond. Deze keer keek ik eerst nog even naar buiten. Ja, de auto stond er nog, geheel intact. Na een onrustige nacht, want ja, je bent er toch op gebrand om iets te willen horen als er wat gebeurt, was ik om half zeven mijn bed uit. Belachelijk vroeg, ik weet het, maar het is niet anders. Staat ie er nog?
Ja, hij staat er nog en zo te zien onbeschadigd. Als manlief eindelijk ook uit bed is en ik het gordijn een stukje open heb gedaan, zeggen we tegelijk:
“Het stuur zit er nog in, dus we kunnen in ieder geval rijden.”
Echt een geval van, twee zielen, één gedachte. Bij het uitlaten van de hond heeft hij natuurlijk wel even goed gekeken. De deur is nog heel en ook de rest ziet er goed uit. Hoera.
.

WARM

.
Ook zo genoten van het mooie warme en zonnige weer? Ja? Echt? Waar was je dan vandaag?
Waar ik was, was het niet mooi en niet zonnig. Het was wel erg warm. Niet dat fijne warm, maar dat vieze benauwde warm. En ik had me zo verheugd op een echt zomerse dag, liep zeer luchtig gekleed rond en was klaar voor wat zonnestralen op mijn nog bleke huid. Beetje jammer dus.
Ik was binnenshuis, waar het vergeleken met buiten, nog redelijk koel was.
Was.
Dat is het woord waar het hier om draait. In mijn enthousiasme voor de te verwachten mooie dag, had ik mijn slaapkamerraam en de bijkeukendeur wijd open gezet. De bedoeling was om ze te sluiten en de gordijnen dicht te doen, zodra de zon er op zou komen. Die kwam echter niet. Dus ik vergat om ze weer te sluiten. De benauwde lucht kon ongehinderd naar binnen en lekker blijven hangen. Geen zuchtje wind, dus doortochten lukt ook niet. Het gevolg is dat het hier in de woonkamer nu ruim 25 graden is. In de slaapkamer heb ik geen thermometer, maar daar zal het niet veel anders zijn, denk ik. Dat wordt straks genieten van een nachtje draaien en zweten. Onder het dekbed, op het dekbed. Keuzes maken. Altijd lastig midden in de nacht, wanneer je het liefst in zalige onwetendheid met je ogen dicht ligt te wachten op opnieuw een stralend mooie en zonnige dag.
Ik ben stiekem allang blij dat de hevige regen het heeft laten afweten. Wie weet, komt die vannacht. Een buitje voor het stof kan geen kwaad.
Ik hoop wel, dat de dames en heren van het weer er voor komend weekend ook een beetje naast zitten. Ik heb leuke plannen en daar kan ik geen regen bij gebruiken. Zal je net zien dat ze het nu wel goed hebben. Stelletje amateurs.
.

AUTO

.
Zaterdag, boodschappendag. Echtgenoot gaat naar buiten en ik volg.
“Laat maar”, zegt hij. Hij staat met zin handen in de zakken naar de deur van de auto te staren, een trek van ongeloof op zijn gezicht.
“Wat is er?”, vraag ik in mijn onschuld en loop naar hem toe.
Met grote ogen kijk ik naar het gat in de deur. Op de plek waar het slot hoort te zitten is de deur opengescheurd als een blikje waarvoor je geen opener hebt. Het navigatiesysteem is eruit gesloopt, het handschoenenvak staat wijd open en tot mijn verbazing zie ik dat zelfs het stuur is verdwenen.
“Dat wordt lastig rijden”, zeg ik en ga weer naar binnen. Ik ben boos. Dit is niet de eerste keer dat de auto is opengebroken. Wel de eerste keer dat alle ramen nog heel zijn. Een ruit intikken hoeft ook niet als je het slot uit de deur sloopt. Er moet best wat tijd in zijn gaan zitten, maar wij hebben helemaal niets gehoord. Ook onze blafgrage hond bleef stil. De auto staat altijd pal voor het huis, sinds de eerste inbraak. Wauw! Dat helpt. Dus niet.
Echtgenoot belt met de politie. Even later doet hij verslag. Aangifte doen, moet via het internet. Langskomen doen ze niet, tenzij er bloedsporen zijn. Bloeddorstige types, daar bij de politie. Helaas heeft de dader(s) zichzelf niet beschadigd aan de scherpe punten van de opengescheurde plek. Ik vind het niet fijn om een gewond mens te zien, die overal bloed achterlaat, maar in dit geval was het toch wel heel erg prettig geweest. Er komt dus niemand.
Ook de verzekering laat het afweten. Er is wel geregeld dat de auto werd opgehaald, maar een vervangende auto kunnen we dit weekeinde wel op de buik schrijven. Maandag, dan kan de verzekering daarover eventueel gebeld worden.
Gelukkig komt straks een zoon naar ons toe, zodat we toch nog even boodschappen kunnen doen.
.

UITVAL

.
Het is rustig in de wachtkamer en dat komt me goed uit, hoef ik niet zo lang te wachten. Daar houd ik niet van. Van wachten. Ik meld me netjes bij de receptioniste en mag dan plaatsnemen. Zo sympathiek, dat ik dat mag. Er zit slechts één man, die me vriendelijk goedemorgen wenst. Ik groet terug. Dat hoort zo. Op de tafel staat een rieten mandje, gevuld met allerlei leesblaadjes, variërend van de Donald Duck tot de Quote. Voor elk wat wils. Ik pak de Quote, een blad dat ik normaalgesproken niet in handen krijg. Zonder al te veel aandacht blader ik. Er komen steeds meer mensen de wachtkamer in. De man die eerst als enige zat te wachten, wordt naar binnen geroepen. Mooi, dan mag ik ook zo. Er komt een bejaard paar aanlopen, klaar om plaats te nemen. De man wordt echter meteen geroepen. De vrouw lacht en zegt: “Zo, dat is fijn, meestal moeten we een tijd wachten.” Ze neemt plaats tegenover me aan de tafel en lijkt een praatje te willen beginnen. Ik heb daar geen behoefte aan en focus op de Quote.
Na een paar minuten komt de eerste patiënt terug, groet en gaat naar buiten. Dat is gunstig, want nu ben ik aan de beurt. Ik leg de Quote terug in het mandje en wacht geduldig tot ik word geroepen. Kan nooit lang duren. Ik wacht vijf minuten. En nog eens vijf minuten. Er gebeurt niets. De dokter heeft zeker een extra koffiepauze ingelast, denk ik. Na nog eens vijf minuten wordt het duidelijk: alle computers zijn buiten dienst. Vermoedelijk een probleem met de server of zoiets. Hoe dan ook, de dokter komt de wachtkamer in en vraagt, wie om tien voor elf een afspraak had. Ha, dat ben ik en opgelucht loop ik met haar mee, terwijl ze uitlegt wat er aan de hand is.
Als ze klaar is met haar onderzoek zegt ze dat ik over drie dagen terug moet komen en dus even een afspraak moet maken bij de assistente. Maar de computers liggen eruit. Ze hebben geen agenda. Als ik voorstel om ouderwets met pen en papier aan de slag te gaan, word ik aangekeken alsof ik van een andere planeet kom. Wie werkt er tegenwoordig nou nog met pen en papier? Nou, ik bijvoorbeeld. De assistente dus niet. Ik moet maar bellen morgen. Of overmorgen.
.

EERSTE

.
Het is jammer, maar het weer is niet zo mooi als beloofd is. Het is somber en vrij fris, slechts 15 graden. Is niet zo heel erg, nu heb ik de ochtend heerlijk lezend door kunnen brengen. Een hele serie korte verhalen heb ik gelezen. Dat vind ik erg prettig om te doen, want dan leg je wat makkelijker je boek weg voor een korte onderbreking zoals een plaspauze of het maken van een kop koffie. Als je midden in een lang verhaal zit, kan dat best storend zijn en ben je misschien geneigd het uit te stellen, waardoor de kans groot is dat je opeens wel erg hard moet lopen om op tijd bij de wc te zijn.
Inmiddels is het middag en heel voorzichtig doet de zon af en toe net of hij door wil komen. Helaas tot nu toe zonder succes. Ook voor deze middag vind ik dat niet zo’n probleem, want dan kan ik straks met een gerust hart naar tennissen kijken. Hoef ik me niet schuldig te voelen, omdat ik binnen blijf en een dag geen frisse neus haal. Ik houd ook helemaal niet van een frisse neus. Meestal voelt ie dan gewoon koud, dat is nog erger dan fris.
Dit is het dan, mijn eerste echte stukje op dit weblog. Ik moet er nog een beetje inkomen, maar dat gaat vanzelf, neem ik aan.
.