VROUW

.
Er was eens een vrouw in Almere
Met weinig succes bij de heren
Ze was niet zo knap
Bedacht dus al rap
Dat ze iets anders moest gaan proberen

Ze vertrok met een tas naar de wallen
Op zoek naar mannen met ballen
Ze dook achter een raam
En werd zeer snel bekwaam
In het omgaan met lallende kwallen

Ze hoefde niet langer te klagen
Of smekend om aandacht te vragen
Ze was in haar sas
Want ze kwamen al ras
En strooiden met grote bedragen

Dan keert ze weer terug naar Almere
Heeft meer dan genoeg van de heren
Ze besluit het spontaan
Laat de mannen nu staan
Wil alleen nog met vrouwen verkeren
.

Advertenties

SLEUTEL

.
Soms schat je jezelf hoger in dan wenselijk voor een goede verstandhouding met je lijf. Omdat ik de laatste dagen best goed uit de voeten kon, dacht dat een middag slenteren over een braderie ook wel zou kunnen. Dat kon het ook. Tot we terug moesten lopen naar de auto. Toen wilde het niet meer en had ik steun nodig van echtgenoot en vriendin. Niet zijn vriendin, maar mijn vriendin. Of onze vriendin. Eerlijk delen is belangrijk in een huwelijk. In ieder geval had ik het zonder hun hulp niet gered. Gisteravond ging het alweer een stuk beter, maar vanochtend had ik opeens een probleem.
Mijn rug zit op slot. Zitten, opstaan, lopen, het gaat allemaal zeer moeizaam. En pijnlijk. Dat vooral. En dan ben ik ook nog zo slim om het bed af te halen. Gevolg daarvan is, dat na de wasbeurt die natte lange lappen opgehangen moeten worden. Gelukkig is daar echtgenoot. Hij heeft de wasmand met het natte spul naar boven gebracht en alles op mijn aanwijzing opgehangen. Bijna net zo goed als ik het zelf altijd doe, maar hé, ik klaag niet, want het hangt. En nu moet het bed nog opgemaakt worden. Dat zie ik mezelf nog even niet doen. Normaalgesproken doen echtgenoot en ik dat samen, maar nu zal hij het alleen moeten doen. Ik ben een klein beetje bang dat dat niet helemaal naar wens gaat verlopen. Nog een mazzel dat het momenteel zo warm is dat ik zonder dekbed over me heen kan slapen. Dus ik hoef niet te stoeien met een met bobbels gevuld overtrek. Ik laat het gewoon aan het voeteneind liggen in de hoop dat morgen of overmorgen mijn rug weer werkt. Ik moet alleen nog even op zoek naar de sleutel om hem van het slot te halen.
Als wij vroeger thuis iets kwijt waren en we vroegen onze moeder of zij wist waar het was te vinden, was het antwoord steevast:
“Op zolder in het lege naaimandje.”
Ik heb het akelige gevoel dat daar ook die sleutel ligt.
.

BALLON

.
Iedereen heeft het erover en zelden is het goed. Waarover? Het weer natuurlijk. Nu is het weer een hoop gezeur over hoe warm het is. Ik hoorde zelfs zeggen: Veel te warm voor de tijd van het jaar. Pardon? Als het in de zomer al niet warm mag zijn, wanneer dan wel? Ik vind warm fijn. Het enige nadeel is, dat ik min of meer in slow motion functioneer wanneer de temperaturen stijgen tot ruim boven de dertig graden. Nee, dat zeg ik niet goed. Als warm eigenlijk niet fijn meer is, functioneer ik helemaal niet. Mijn lijf voelt als een opgeblazen ballon. Je zou toch verwachten dat al dat water dat ik naar binnen giet er ook weer uit moet, maar helaas. Ik houd alles vast. Wie wat bewaart, heeft wat, wordt altijd gezegd, maar ik wil dit helemaal niet bewaren. Wie zit er nou te wachten op het extra meeslepen van liters water? Wat weegt dat wel niet? Ik durf niet eens aan de weegschaal te denken, laat staan er op staan. Mijn lijf mag dan voelen als een ballon (als je me prikt, zie je geen bloed of lucht ontsnappen, maar puur water), zweven kan ik nog steeds niet. Mijn voeten staan stevig op de grond. Ik ben al blij als ik het ene been voor het andere krijg zo af en toe. Niet te vaak natuurlijk, maar soms is dat toch noodzakelijk. Het liefst zet ik ze in een bak verkoelend water, maar dan is lopen helemaal lastig.
Gelukkig is er in ons land een hitteplan. Daar houd ik me aan vast. Ik drink veel en verder vermijd ik elke vorm van inspanning. Ik ben nog nooit zo volgzaam geweest. Zelfs mijn mooie oude klok doet er aan mee. Niet dat die drinkt, maar lopen doet hij ook niet. Ik denk dat ook klokken last van de warmte kunnen hebben, want na het opwinden en weer gelijk zetten, doet ie een dag zijn plicht en daarna is ie weer volledig uitgevloerd en houdt ie er mee op. Hoewel hij wel altijd stil (als in: niet weglopend) staat op zijn plekje, zet ik hem toch liever niet met zijn pootjes in het water. De kans dat hij er dan helemaal mee ophoudt is levensgroot aanwezig en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
De hond ligt de hele dag voor oud vuil op de vloer. Hij is slechts met veel pijn en moeite bereid om mee naar buiten te gaan. Alsjeblieft wel meteen weer naar huis als hij gedaan heeft, wat hij moet doen. Hem wil ik wel met zijn pootjes in een bak water zetten, maar dat wil hij dan weer niet. Ja, inderdaad, ik heb een hond die niet van water houdt.
Zo zie je maar weer, het is lastig om het alles en iedereen naar de zin te maken. Voorlopig is het nog warm, zeuren is zinloos, dus pas je aan, zeg ik dan maar.
.

ZONDE

.
Er was eens een meisje uit Londen
Dat leefde gelukkig in zonde
Haar vriend wilde trouw
En vroeg haar tot vrouw
Toen was ze voor altijd gebonden

Van meisje tot vrouw en gebonden
Was niet wat ze graag had gevonden
Ze zei tot haar man
Ik neem het er van
En sprong op de trein terug naar Londen
.

ONDERWERP

.
Mijn scherm is leeg, mijn handen rusten in mijn schoot. Ik wil een stukje schrijven, maar mijn geest is opeens blanco. Waar moet het over gaan? Over de hond, de vogel of over echtgenoot? Of gewoon over mezelf? Over de kachel, die werkloos staat te wachten tot het weer echt koud wordt? Of over de “geweldige” tv programma’s die we in deze komkommertijd krijgen voorgeschoteld? Het zou natuurlijk ook over de komkommers zelf kunnen gaan, maar dan kom ik niet verder dan: hallo, het is komkommertijd en ik houd niet van komkommer, punt. Dat gaat niet werken natuurlijk.
Maar wat moet ik dan? Oh wacht, ik weet het al. Ik ga het over het weer hebben, een heel nieuw onderwerp. Daar praat toch niemand over, denk ik, dus dan zal ik het maar doen. Goed, het weer dus.
De dag begon zwaar bewolkt en bij slechts 16 graden, voelde het opeens koud aan. Toen ik uit bed kwam, was het in de woonkamer 25 graden. Ik deed een raam en de tuindeur open en binnen de kortste keren daalde de temperatuur naar 22 graden. Dat ging hard. Na de koffie en het ontbijt, was het tijd voor de boodschappen. Geloof het of niet, maar onderweg werden we verrast door regenspetters. Dat was niet afgesproken, dacht ik. Oké, het was maar van korte duur, maar toch. Afijn, inmiddels is het vijf uur geweest, de zon kwam tevoorschijn een uurtje geleden en echtgenoot dook onmiddellijk in een tuinstoel om ervan te genieten. Ik niet, want ik vond het niet warm genoeg. Nu las ik in de krant (op internet) dat we toch een hittegolf krijgen volgende week. En als ik zoiets lees, wat doe ik dan? Precies, ik ga het checken bij Buienradar. Daar zijn ze het niet helemaal met de krant eens, want daar zeggen ze dat we vanaf dinsdag regen krijgen. Wie heeft er gelijk? Wie het weet, mag het zeggen. De tijd zal het leren.
Echtgenoot heeft dit stukje gelezen en is stomverbaasd.
“Het weer? Jij schrijft over het weer? Hallo, word wakker, Neel, de hele wereld praat constant over het weer. Dan is het te warm, dan te koud, te nat of te droog. Het is nooit goed. Je had toch wel een ander onderwerp kunnen bedenken?”
Hoofdschuddend loopt hij terug naar de tuin. Hij is het dus niet eens met mijn weerpraatje. Jammer dan, het is klaar en ik heb geen zin om er iets aan te veranderen. Net zo min als ik iets aan het weer zou kunnen veranderen.
.

AFKOELEN

.
Laura lag gestrekt op de ligstoel in de tuin. Het was bijzonder warm en Rob, haar man, had dan ook liefdevol de parasol voor haar uitgeklapt en een koel drankje voor haar neergezet. Ze voelde zich niet in staat om ook maar iets te doen en lag vooral mooi te zijn in haar gewaagde bikini. Het liefst had ze het bovenstukje uitgelaten, maar de buurman had nog wel eens de neiging om onverwacht over de tuinafscheiding te kijken. Zogenaamd om iets te vragen, maar Laura wist, dat zijn enige bedoeling was haar te begluren. Volgens Rob beeldde zij zich dat alleen maar in. De buurman viel namelijk niet op vrouwen. Maar volgens Laura viel hij wel degelijk op haar. Lamlendig bewoog ze haar arm heen en weer, in haar hand een prachtige handbeschilderde waaier. Normaal hing de waaier aan de muur, ze had hem in dit land nauwelijks nodig. Nu echter, maakte ze er dankbaar gebruik van. Nou ja, dankbaar?
“Rob, wil jij niet even waaieren voor me, mijn arm doet zeer.”
“Natuurlijk, lieve, dat doe ik graag voor je.”
Rob nam de waaier van haar over en bewoog rustig zijn arm op en neer.
“Zo voel ik er niets van. Een beetje harder alsjeblieft.”
“Natuurlijk schat, kan ik nog iets anders voor je doen?”
Wild bewoog Rob nu met de waaier, met zijn andere hand wreef hij het zweet van zijn voorhoofd. Hij stond in de volle zon, maar dat zag zijn vrouw niet, zij lag met haar ogen dicht. Hij leek wel gek om haar te bedienen alsof ze een koningin was. Hij zat liever met zijn voeten in een koel badje. Hij boog iets naar voren om met zijn hoofd onder de parasol en uit de zon te komen. Een zweetdruppel viel op de wang van zijn vrouw.
“Gatverdamme!” schrok Laura, “kun je niet uitkijken! Geef me die handdoek aan.”
Wild poetste Laura met de handdoek over haar wang. Kwaad keek ze haar man aan.
“Kan je dan nooit iets goed doen? Haal liever een bakje koud water voor me zodat ik af en toe mijn gezicht kan deppen.”
Rob legde de waaier aan het eind van de ligstoel. Als Laura hem wilde hebben, moest ze toch echt zelf overeind komen. Inwendig grinnikend liep hij naar de keuken.
“En neem dan ook een washandje voor me mee”, riep Laura hem achterna. Ja, ze was veeleisend, zijn vrouw, maar toch was hij gek op haar. Ze had namelijk ook goeie kanten, ze was een geweldige kok en ze hield van hem. Rob zocht in de keukenkastjes naar een bakje dat geschikt was. Het mocht niet te klein zijn, want dan was het water bij deze temperaturen snel warm. Te groot mocht ook niet. Laura had duidelijk gezegd “bakje”. Hij vond wat hij zocht.
Even later liep Rob de tuin weer in, een grote glimlach op zijn gezicht.
“Wat lach je, wat is er zo leuk?”
Wantrouwig volgde Laura de bewegingen van haar man. Voorzichtig plaatste hij het bakje naast haar op het tafeltje.
“Anders nog iets van uw dienst, majesteit?” Hij maakte een potsierlijke buiging. Onwillekeurig vloog er iets van een glimlach over haar gelaat en ze trok hem speels aan de haren.
“Kom eens hier jij en geef me snel een kus.”
Rob bewoog naar voren en stootte hard met zijn elleboog tegen het bakje. Een ijselijke gil werd gevold door een schaterlach. Gelukkig had Laura ook gevoel voor humor.
“Ja, ik dacht wat is er met deze warmte lekkerder dan af en toe een sipje koude champagne?” Begerig likte Rob de hals van zijn vrouw, maar stopte abrupt, toen het hoofd van de buurman boven de schutting uitkwam.
“Hé buurman, feestje? Mag ik meedoen?”
“Sorry Koos, maar dit is geheel privé. Wegwezen.”
Echt afkoelen deed het die dag niet meer.
.

KALK

.
Een licht gevoel van ergernis bekruipt me als ik de reclame voor c.algon langs zie komen. De arme onwetende huisvrouw, half huilend bij haar wasmachine, wordt op een denigrerende manier toegesproken door een spookman. Anders kan ik hem niet noemen, want hoe komt die man van het ene op het andere moment zomaar in haar huis terecht? Hij sloopt de halve wasmachine en laat de vrouw dan zien wat een vuiligheid er in de afvoer zit. Met grote ogen staart de vrouw verbaasd naar de viezigheid. Niet naar de man.
“Kalk, mevrouwtje, daar moet u echt iets aan doen. In het water zit kalk en dat blijft achter in uw wasmachine. U moet natuurlijk c.algon gebruiken. Dat is beter voor uw machine en voor het milieu.”
De huisvrouw beloofd verheugd om in het vervolg dat spul te gaan gebruiken. Voor haar geen kalk meer in de machine.
Laat ik zelf eens voor domme vrouw spelen. (dat is een makkie, natuurlijk) Als kalk zo makkelijk achter kan blijven bij stromend water, dan vrees ik het ergste voor mijn maag en andere ingewanden. Ik drink namelijk best veel water en dat stroomt toch van boven naar beneden door mijn lichaam. Waarschijnlijk zit ik dus van onder naar boven vol met kalk. En niet alleen aan de binnenkant. Dagelijks begeeft mijn lijf zich onder de douche alwaar ook sprake is van ruim stromend water. Daar moet toch ook kalk achterblijven denk ik dan. Ik krab eens over mijn velletje, maar zie geen kalk onder mijn nagels. Oh wacht, ik weet het al. De kalk blijft misschien wel achter op het eerste wat ie tegenkomt en dat is mijn haar. Natuurlijk! Nu heb ik het helemaal door.
Ik ben helemaal niet grijs, mijn haar is bedekt met een laagje kalk! Is er ook c.algon om je haar mee te ontkalken. Ik ben namelijk gewoon blond.
.