VINGERS

.
Zo, de datum staat, nu de rest nog. Wat die rest moet worden, weet ik nog niet precies, dat zie ik wel als ik klaar ben. Even kijken waar mijn vingers me heen leiden. Ik heb namelijk lang niet altijd te beslissen wat er komt te staan. Beslissen mag ik alleen als ik een vooropgezet plan heb en dat ontbreekt nu. Ik ben dus volkomen afhankelijk van mijn vingers. Mijn middelvingers, om precies te zijn. Niet dat ik ze opsteek, maar ik merk opeens dat dat nou net de twee vingers zijn waar ik mee tik. Ik denk dat mijn andere vingers in staking zijn, want ze weigeren mee te helpen. Is niet zo heel erg hoor, met twee vingers kom ik een heel end.

Wat een woei buiten hè? Lijkt me best lekker om nu langs het strand te lopen en eens helemaal goed uit te waaien. Het strand ligt echter niet voor de deur en om nou anderhalf uur in de auto te gaan zitten om een beetje wind te voelen, dat gaat me net iets te ver. Die anderhalf uur zijn namelijk ook weer nodig om na de woei weer thuis te komen. Ik zou natuurlijk simpelweg even in de tuin kunnen gaan staan, maar die is nu net gevuld met een heleboel kwetterende musjes. Die zouden van mij schrikken en er vandoor gaan. Niet dat ik nou zo’n afschrikwekkend figuur ben, maar toch. Vogeltjes zijn mijn vriendjes en dat moet zo blijven. Maakt niet uit welke kleur ze hebben, bruin, groen, zwart, alles kan. Kleur is weer van belang bij andere zaken. Over kleur gesproken. Ik ben vandaag weer eens aan het kleuren geslagen in mijn mandala kleurboek. Dat wil zeggen, ik heb de mandala die ik in wil kleuren er uit gehaald. Het is namelijk een vrij dik boek en kleuren in een bocht is niet echt handig of makkelijk. Het is best een mooie mandala moet ik zeggen, maar het vereist wel precisiewerk om netjes binnen de lijntjes te blijven. Soms heb ik maar één streepje ruimte. Nadeel is dat ik altijd zo snel afgeleid ben. Nu ook weer. Mijn kleurplaat ligt op tafel op me te wachten, terwijl ik opeens besluit bij lapje te gaan zitten om te zien of er wat uit mijn vingers komt. Tussendoor zie ik dan ook nog mijn padje oplichten, als teken dat er weer spelletjes gespeeld kunnen worden. Ik lijk verdorie wel een klein kind. Alles tegelijk willen. Overal aan beginnen en niets afmaken. Bijna niets. Volgens mij is dit stukje klaar en hebben mijn vingers net besloten, dat het wel weer genoeg is voor vandaag. Eens even lezen wat ze allemaal te zeggen hebben.
.

Advertenties

HEEN EN WEER

.
We zijn weer thuis en hebben een paar heerlijke weken achter de rug. Er waren verschillende redenen om weer naar huis te gaan. Ten eerste is daar de was. Zonder wasmachine wordt de berg wasgoed steeds hoger. Ik heb daar een keurige wasmand staan waar de kleding ingedaan wordt. De handdoeken houd ik altijd apart, anders is die mand na twee dagen al vol. Maar ondergoed en sokken, overhemden en nachtkleding en meer van dat soort klein spul past precies in twee weken. Ten tweede moet ik volgende week op controle en daarvoor moet ik een aantal dagen tevoren bloed laten prikken en urine inleveren. En dan het derde punt. Zelf vind ik dat het leukste. Vanavond gaan we naar de Jersey Boys. Ik hoop dat niet alle boys from Jersey aanwezig zijn, want dan is het meteen zo druk. Maar ik heb er waanzinnig veel zin in. Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik voor het laatst naar een musical ben geweest, dus het werd wel weer eens tijd. Dit uitje is een verjaardagscadeautje van mijn oudste kind. We gaan dan ook gezellig met z’n vieren.

Terugkomend op het eerste punt, constateerde ik vandaag dat ik iets tamelijk belangrijks ben vergeten. Een grote reistas volgestouwd met vuile handdoeken is keurig meegekomen, maar…. de wasmand staat nog in ons hutje! Hoe dom is dat! Ik denk dat mijn onbewuste ik eigenlijk geen zin had om te wassen of überhaupt om terug naar huis te gaan. We voelen ons zo lekker in ons hutje, waar we de hele dag genieten van alles wat vliegt en kruipt. Ik heb zelfs een uur aaneen gewandeld. Echt gewandeld. Dat was eigenlijk best lang geleden. Het gaat dus steeds beter met bewegen.

Van pure ellende gaan we vrijdag dus weer terug, helaas niet om te blijven, maar om mijn huiswerk op te halen. Mag ik het weekend wassend doorbrengen. Joepie…. Nee, niks joepie, BALEN!

Mijn moeder zei het vroeger al: wie zijn hersens niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken. Gelukkig kunnen wij met de auto.

OSTEOPAAT

.
Sinds een paar maanden gaan echtgenoot en ik naar een osteopaat, een kruising tussen een handoplegger en een bottenkraker. We hebben beiden wat moeite met bewegen en met behulp van deze osteopaat hopen we dat een beetje op te krikken. Bij ons hutje zijn namelijk heel veel mooie wandel- en fietsroutes. Voorlopig liggen die daar zonder ons mooi te zijn. Daar willen we graag verandering in brengen en dan is het wel handig (of benig in dit geval) als je ook daadwerkelijk kunt wandelen en fietsen. Wat doet deze osteopaat, wil je natuurlijk weten. Wel, hij duwt en trekt en voelt en heeft daarbij regelmatig zijn ogen dicht. Na elke voel- en duwbeurt schrijft hij iets op in mijn dossier. Jazeker, ik heb een dossier. Tenminste, dat denk ik. Voor hetzelfde geld schrijft hij tussendoor gewoon de boodschappen op, die hij voor zijn vrouw moet meenemen. Ja, dat kan toch? Een mens kan tenslotte niet alles onthouden en vrouwen kunnen best lastig zijn als manlief niet met de juiste boodschappen thuis komt. Lig ik op de behandeltafel, pakt hij (de osteopaat dus) mijn linkerbeen en duwt de knie richting borst. Mijn borst bedoel ik, niet die van hem. Hoewel, mijn borst haalt hij niet, zijn borst wel, want die is een stuk dichterbij. Hij legt mijn been weer terug en loopt richting dossier. Eén pak melk. Hij komt terug en doet het zelfde met mijn rechterbeen. Een zak aardappelen. Hij legt zijn hand op de linkerkant van mijn buik en beweegt zachtjes duwend van boven naar onder. Magere varkenslapjes. En ook de rechterkant van mijn buik krijgt die behandeling. Mona toetje.

Een behandeling duurt zo’n veertig minuten en vandaag was ik zo ontspannen dat ik bijna in slaap viel. Dat was een goed teken, zei hij. Voor hij begon vandaag had ik gezegd dat ik niet echt het idee had dat wat hij deed ook daadwerkelijk hielp. Maar bij nader inzien, moet ik eerlijkheidshalve zeggen, dat dat niet helemaal waar is. De pijn die ik normaal ondervind bij het lopen is er nog steeds, maar minder intens. Het herstel na het lopen, gaat veel sneller. Kon het eerst wel twee dagen duren voor ik weer helemaal was bijgekomen van een intensieve drukke dag. Nu is dat al binnen een dag het geval. Dus ja, het helpt wel, al gaat het me eigenlijk niet snel genoeg. Ik kan natuurlijk ook niet verwachten, dat al die problemen die mijn lijf in zesenzestig jaar heeft verzameld, na twee behandelingen opeens verdwenen zijn. Echter, stiekem deed ik dat wel natuurlijk.

Maar goed, er zit dus wel degelijk verbetering in en dat wil ik de komende weken in praktijk brengen rondom ons hutje. Hoewel, echtgenoot heeft juist de opdracht gekregen om het rustig aan te doen de komende dagen. Hij heeft gisteren een tikkeltje te veel gedaan. Nou ja, dan bouwen we het gewoon langzaam op. Is wel zo prettig. In ieder geval ben ik weer even afwezig en ik weet niet of ik lapje vaak in gebruik zal hebben. Dus….
.

VRIJWILLIG

.
Een mooi woord, vrijwillig. Het betekent dat je iets geheel uit vrije wil, dus zonder enige dwang, doet. Dat is prima, toch? Niets mis mee, zou je zeggen. Momenteel wordt er echter gewerkt naar een nieuw soort vrijwillig, het verplicht vrijwillig. Huh? Die twee woorden gaan toch niet samen? Nee, niet echt, maar een Rotterdamse staatssecretaris vindt dat mensen die thuis zorg/hulp nodig hebben, zelf op pad moeten gaan om vrijwilligerswerk te doen. En hoe ziet hij dat voor zich? Nou, niet, denk ik. Zag hij het wel voor zich dan had hij heel bijzondere taferelen voor ogen gehad. Kijk maar even met me mee.

Mevrouw puntje puntje puntje is 78 jaar, rolstoelgebonden en volledig afhankelijk van de hulp die dagelijks bij haar langs komt. Nu wil de staatssecretaris dat zij als tegenprestatie voor die ontvangen hulp, vrijwilligerswerk gaat doen. We gaan dus eerst op zoek naar een vrijwilliger, die mevrouw ppp in haar rolstoel brengt naar de plaats waar dat vrijwilligerswerk gedaan moet worden. De vrijwilliger moet wel helpen met dat vrijwilligerswerk van mevrouw ppp, want deze is zelf tot weinig in staat. Zie je het voor je? Dit gaat dus niet werken. Oh, wacht mevrouw zou ook voor kunnen lezen aan kinderen met een leerachterstand. Niet dat ze nog goed kan zien, maar hé, kniesoor die daar op let. De kinderen al helemaal niet, die kunnen het waarschijnlijk toch al niet volgen. Trouwens , voorlezen hoort met liefde door de ouders te worden gedaan. En ook op school zou de juf of meester regelmatig voor kunnen lezen. Niet? Oh, de juf heeft het te druk met andere zaken, als creatief bezig zijn met plak- en knipselwerk, of gesprekken voeren met ouders die niet blij zijn met het gedrag van (uiteraard) andere kinderen dan hun eigen. Goed, voorlezen dus. We hebben hier natuurlijk wel weer een vrijwilliger nodig die mevrouw ppp brengt naar de plaats waar de kindertjes voorgelezen dienen te worden, want je denkt toch niet dat de kindertjes bij mevrouw ppp thuis komen om te luisteren naar een verhaaltje? Ze zou een portier (ook vrijwillig natuurlijk) nodig hebben. Dit wordt hem dus ook niet. Wat dan wel? Misschien heeft de staatssecretaris hier over nagedacht. Zelf betwijfel ik dat, want anders was hij überhaupt niet met dit voorstel gekomen. Er zou een gigantische kast met vrijwilligers open getrokken moeten worden om al die hulpbehoevende mevrouwen en meneren ppp te helpen met het doen van hun verplichte vrijwilligerswerk.

Er zijn heel veel mensen die met plezier vrijwilligerswerk willen doen en dat is prima, uiteraard, maar weet je wat, ik gooi er nog een andere stelling tegenaan.

Vrijwilligerswerk is werk dat wel noodzakelijk is, maar waar niemand bereid is voor te betalen. Slavenarbeid dus, eigenlijk. Schandalig in mijn ogen. Om nu hulpbehoevende mensen hun huis uit te jagen om verplicht vrijwillig aan het werk te gaan is het absolute toppunt van schandalig.

Ik heb gezegd.
.