VOORDEEL

.

Wat was (en is het nog steeds) het warm hè? Ik houd van warm, begrijp me niet verkeerd, maar ik heb het al eens eerder gezegd, 25 graden, dat is mijn favoriete temperatuur. Niet meer en niet minder. We zijn al een week in ons hutje en dat is natuurlijk genieten, maar de afgelopen dagen waren we eigenlijk tot niets in staat. Alleen al zitten en kijken naar mijn lapje liet het zweet in straaltjes langs mijn gezicht lopen. Mijn haar bleef na het douchen en drogen gewoon nat. Ook vandaag is dat nog steeds het geval. Hoewel het vannacht behoorlijk geregend heeft, ook nu regent het nog steeds trouwens, is de temperatuur amper gedaald. Gisteren en eergisteren haalden we hier met gemak de 38 graden. Geen temperatuur om enthousiast iets te ondernemen. Ik heb gelezen. Drie Tess Gerritsen boeken achter elkaar. Meer heb ik er niet, dus nu lees ik weer iets heel anders. Een boek van Julie Parsons. Ik ken haar nog niet en weet ook niet of het wat is, ben er nog maar net in begonnen.

Onze kleinzoon groeit als kool. Zoonlief stuurt gelukkig regelmatig wat foto’s en voor we naar ons hutje vertrokken zijn we eerst nog even langs geweest om hem nogmaals te bewonderen en te knuffelen. Het is zo’n ongelooflijk lief mannetje, volgens mij de liefste baby van de hele wereld. Of zeggen alle nieuwe oma’s dat? Ach, wat maakt het uit, hij is lief en mooi en schattig en nog zo veel meer. De trots van opa en oma.

Zal ik eens iets intiems over de warmte vertellen? De extreme warmte heeft namelijk ook een voordeel. Ik zie nu gewoon een frons verschijnen. Ja echt, voor mij echt wel een prettig voordeel. Weet je, mijn buik is best wel een beetje dik in verhouding tot de rest van mijn lijf. Daar heb ik verder in totaal geen moeite mee, want er hebben vier kinderen in gewoond. Ooit. Nadeel van die dikke buik is dat ondergoed niet altijd netjes op zijn plaats blijft zitten, zodat ik regelmatig loop te hijsen. Dat is geen gezicht natuurlijk, dus meestal weet ik dat een beetje heimelijk te doen. Wat is nu het voordeel van dit warme weer? Alles plakt, dus ook mijn ondergoed. Het blijft netjes zitten waar het hoort. Ideaal!

Het regent nog steeds en alles ziet er weer fris en groen uit. Mag het nu stoppen? Alsjeblieft? We willen zo nog even wat boodschappen doen. Dus. Alvast bedankt.

.

GEARRIVEERD

.

Bij bovenstaande titel denk je al snel aan een lange reis en dat klopt ook wel een beetje. Negen maanden is toch een pittige tijd om onderweg te zijn.

Meestal doen we in de ochtend de boodschappen en ’s middags zet ik dan, als het nodig is, de wasmachine aan. Gisteren ging het anders. Nog voor de koffie draaide de wasmachine al en had ik de vorige was opgevouwen in de kast. Na de lunch deden we de boodschappen. Ik wilde ook een staatslot hebben. Meestal vraag ik om de zelfde eindcijfers. Gisteren niet, ik wilde 79 aan het eind. Het was tenslotte 9 juli. Ik dacht aan mijn kleinkind, dat pas volgende week zondag verwacht werd. Diep van binnen wist ik op de een of andere manier dat hij niet zo lang zou wachten. Hoewel zoonlief niets had laten weten over een aanstaande bevalling. Laatste gesprek ging als de voorgaande gesprekken: Alles gaat goed, N is alleen erg moe.

We legden de boodschappen in de auto en stapten in. Toen ging mijn telefoon. Ik wist het meteen.

“Vertel”, zei ik, “hoe is het gegaan?” Blij vertelde zoon ons de naam van zijn eerste kind, Bjorn. Zonder umlaut. De bevalling was goed verlopen en de baby is helemaal gezond met alles derop en deraan. En hij heeft haar, donker haar. N was heel erg moe, want had de laatste nachten nauwelijks kunnen slapen, maar ze voelde zich on top of the world. Helemaal happy.

Omdat ze in het ziekenhuis was bevallen, kregen we het verzoek om zijn huis een beetje te versieren en voor wat harde broodjes te zorgen. N had behoefte aan een hard broodje met filet americain. Met uitjes. Dat had ze een jaar niet mogen eten dus dat was het eerste wat ze wilde. Natuurlijk regelen wij dat.

Wij waren om vier in zijn huis en hebben een paar leuke slingers opgehangen. Daarna begon het wachten. En dat duurde lang. Vier uur en drie kwartier, om precies te zijn. N was namelijk nogal duizelig en niet meteen in staat om zelf te douchen. Om half acht kregen we het bericht dat dat inmiddels gelukt was, maar nu moesten ze nog even wachten op de papieren. Even.

Om even over achten kregen we gezelschap van de kraamhulp en eindelijk, om kwart voor negen kwamen ze thuis. N wankelde behoorlijk en viel meteen op de bank neer. Ze was totaal uitgeput en zag lijkbleek. Maar oh, wat is ze blij met haar zoon. Ik heb meteen een zeer gewenst broodje voor haar klaar gemaakt en echtgenoot maakte gelijk een serie foto’s. Die plaats ik hier echter niet. Er lopen mij net iets te veel gekken rond, die babyfoto’s voor heel andere doeleinden gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn.

Na het uitgebreid bewonderen van onze kleinzoon en het eten van beschuit met muisjes, hebben we ze alleen gelaten met de kraamhulp. Om tien uur waren we thuis, mooi op tijd voor de voetbalwedstrijd. “We” liggen er uit, maar wat kan mij dat nou schelen?

Wij zijn de trotse en superblije opa en oma van een prachtig mannetje.

.

MOOIE ROOIE

Het is woensdag 2 juli als onze mooie rooie opeens omvalt en het vreselijk benauwd krijgt. Hij kan niet meer overeind en kijkt me smekend aan. Ik aai hem over zijn kop en fluister lieve en, naar ik hoop, rustig makende woordjes. Echtgenoot gaat op zoek naar een dierenarts hier in het dorp. Hij krijgt contact en vertelt wat er aan de hand is.

“Ik doe geen honden, alleen paarden.”

Dat schiet niet op. Nogmaals zoeken. Nu vinden we er een een paar dorpen verderop en hij is bereid  naar zijn praktijk te rijden en we mogen onmiddellijk komen. Binnen een kwartier zijn we er. De dierenarts, een aardige nog vrij jonge man, neemt zijn taak serieus en onderwerpt Stubby aan een grondig onderzoek. Hij is heel duidelijk.

“Dit is een aflopende zaak. Zijn hart valt me nog mee, maar zijn longen zijn misvormd. Het kan zijn dat er vocht in zit, maar er kunnen ook tumoren op zitten die de misvorming veroorzaken. Hoe oud is hij?”

“Negen en een half”, zeggen we in koor.

“Dat is behoorlijk oud voor dit ras. Ik kan wel voorstellen om foto’s te maken, maar dan zien we wat we eigenlijk al weten en dat is een slecht hart en slechte longen. Dit is een aflopende zaak.”

Dat wisten we al natuurlijk, maar je wilt hem zo lang mogelijk bij je houden.

“Ik zou hem nog een laatste oppepper kunnen geven, zodat u volgende week eventueel bij uw eigen dierenarts euthanasie kunt laten plegen. Mocht het morgen beter gaan, kunt u morgenochtend nog wat tabletten ophalen om het hem wat makkelijker te maken, die laatste dagen.”

“Doe maar”, zeggen we, wederom in koor.

Drie spuiten krijgt hij, waarvan één een vochtafdrijver. Die werkt!! De hele avond zijn we aan het dweilen. De volgende ochtend als ik de kamer in kom, moet ik goed kijken waar ik mijn voeten neerzet, want overal liggen plasjes. Stubby lijkt zich wat beter te voelen, hij heeft het niet meer benauwd en kwispelt me vrolijk tegemoet. De dag komen we door alsof we een pup in huis hebben. Slapen, plassen, slapen plassen. Maar hij loopt weer en lust ook weer snoepjes. Echtgenoot maakt nog een foto waar hij nog best goed opstaat.

De volgende dag, gisteren dus, voelde hij zich nog beter. Donderdag hadden we nog die tabletjes voor hem gehaald en hij leek weer helemaal het mannetje. Omdat we hem niet te lang alleen wilden laten, hebben we ’s middags even snel in het dorp een paar boodschappen gehaald. Bij terugkomst heeft hij nog een tabletje gehad. Tien minuten later was het over. Onze mooie rooie was rustig ingeslapen. Niks geen euthanasie, hij heeft zijn eigen tijd gekozen. Negen en een half jaar hebben wij van hem mogen genieten.

Dag lieve Stubby, dag mijn mooie rooie.

IMG_7997