PASSEND

.
Natuurlijk ging het oppassen goed. Onze kleinzoon deed precies wat we wilden: lekker de hele avond wakker blijven, een beetje jengelen en een drijfnatte luier afleveren. De bedoeling was om samen met kleinzoon de kandidaten van de voice te beoordelen, maar hij vond er niks aan. Gek hè? Hoewel ik dat dus één van de leukste programma’s vind, heb ik er eigenlijk maar bar weinig van meegekregen die avond. Kleinzoon eiste alle aandacht en weet je, daar had ik totaal geen problemen mee, al wist ik niet waarom hij nou zo jengelig was. Pas nadat hij een flesje en een schone broek had gehad werd hij stil. Nee, dat klopt niet helemaal. Voor dat zoon en schoondochter van huis gingen op weg naar een trouwfeest, een half uur later dan gepland trouwens, had schoondochter hem nog even snel een lange broek aan gedaan. Klinkt een beetje vreemd voor zo’n klein hummeltje, want een korte broek valt bijna net zo lang, maar het koelde nogal af en zijn beentjes voelden wat fris. Prima idee dan natuurlijk. Echter, vanaf het moment dat hij die broek aankreeg, begon eigenlijk het jengelen. Toen die broek uitging om zijn luier te verschonen was hij meteen stil en verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht. Zo van: hèhè, eindelijk, je hebt het begrepen. Ik heb even gekeken, het was een 100% katoenen broekje, maar een maatje 56. Dat ding heeft hem gewoon niet lekker gezeten, was veel te klein. Sorry, manneke, we zijn al zo lang uit de kleine kinderen, dat ik even vergat dat ook baby’s graag goed passende kleding dragen. Ik heb hem met blote beentjes in een slaapzakje gedaan en hij sliep. Zo simpel kan het zijn. Zoon en schoondochter waren al om elf uur weer thuis. Ze hadden het toch wel een beetje eng gevonden om allebei tegelijk niet bij hun zoon te zijn. Ach, voor het eerst je kind uit handen geven is ook best moeilijk.

.

 

UITSLAG EN LEUK

.

Allereerst de uitslag van de autopsie. Sheelah is overleden aan een acute zware longontsteking, waarschijnlijk veroorzaakt door een agressieve bacterie. Hier kan ik dus helemaal niets mee, want die longontsteking was al bekend en waar zou opeens die agressieve bacterie vandaan zijn gekomen? Het enige wat voor mij duidelijk is, is dat ze dood is en dat ik vind dat de dierenarts min of meer gefaald heeft bij haar eerste en tevens laatste onderzoek. Ik wil er echter niet langer over nadenken. Een klacht indienen tegen de dierenarts brengt Sheelah niet terug, het zou alleen maar meer frustraties opleveren.

We zijn nog steeds in ons hutje dat meer en meer op een echt thuis gaat lijken. Ik heb hier nu ook een wasmachine, dus de vuile was kan gewoon hier weggewerkt worden. Toch gaan we a.s. woensdag naar huis. Echtgenoot gaat ’s avonds met een van de zonen naar voetbal. Donderdag komt schoondochter met Bjorn langs en vrijdagavond mogen wij oppassen. Genoeg redenen om een paar dagen naar huis te gaan, dacht ik zo. Het oppassen is wel een klein beetje eng, we zijn al zo lang uit de kleine kinderen, dat het toch wel even vreemd zal zijn. Maar we verheugen ons er zeer op. Stiekem hoop ik dat hij niet de hele avond ligt te slapen, maar gewoon lekker een beetje aan het spoken gaat. Een mooie reden om hem op te pakken en heerlijk te wiegen en een liedje voor hem te zingen. Hoewel…met mijn stem is dat misschien niet zo leuk voor hem. Maar ik kan natuurlijk al wel verhaaltjes verzinnen en vertellen. Daar is mijn stem uitermate geschikt voor.

Zondag willen we dan weer terug naar ons hutje. Eerlijk gezegd, had ik van tevoren eigenlijk niet gedacht dat het ons zo goed zou bevallen, dat we meer hier zijn dan thuis. Het leven hier is echter zo relaxed, we maken ons nergens druk om. Klusjes worden fluitend gedaan en verder is het alleen maar genieten. Wat wil een mens nog meer?

.

AFSCHUWELIJK

.
Het beloofde een mooie dag te worden gisteren. Een strak blauwe lucht en een enthousiast zonnetje. We hadden net koffie gedronken in de serre en ik zei tegen echtgenoot dat ik weer zin had om logjes te lezen en zo links en rechts een reactie achter te laten. Echtgenoot bleef lekker zitten en ik ging naar binnen. Het was vijf over half twaalf.

Ik startte met Rietepietsz en man, wat was daar veel te lezen. Net toen ik klaar was om een reactie te plaatsen, kwam ze naast me zitten, Sheelah, ons andere cavaliertje. Ze voelde zich al een paar dagen niet lekker, wilde de avond ervoor niet eten en had een paar keer gespuugd. Ze keek me aan met grote betraande ogen, een druppel aan haar neus. Haar ademhaling ging schurend en stotend.
“Ach meissie toch, voel je je zo beroerd?” Alsof ze antwoord wilde geven, duwde ze haar snuit tegen mijn hand. Ik liep naar echtgenoot en zei dat ik het een goed plan vond om toch maar even naar de dierenarts te gaan. Hij stond onmiddellijk op, zocht zijn telefoon en het kaartje van de dierenarts. Dat hadden we gekregen toen we er met Stubby heen moesten. Inmiddels was het vijf voor twaalf. De dierenarts zou om twaalf uur stoppen, maar was bereid op ons te wachten.

Ze voelde en luisterde, maar kreeg niet echt duidelijk wat er nu precies aan de hand was. Ze wilde een foto van de longen maken. Prima. Doen. Nu meteen. Ik ben slecht in het begrijpen van wat er te zien is op röntgenfoto’s. Ik zag echter wel dat er iets in de longen zat. De dierenarts wist niet precies wat het was, dus wilde ze ook nog een beetje bloed aftappen. Sheelah, was zo moe van het moeizame ademen dat ze alles goed vond. Van de uitslag van het bloedonderzoek begreep ik ook niet veel, het ene was te hoog en het andere was te laag. Oké, maar wat doen we eraan? Ze schreef tabletjes voor, tweemaal daags een helft van elk tablet. We gaan weer naar huis. Het is één uur.

Echtgenoot gaat een broodje voor ons klaar maken en stopt twee halve tabletjes in een stukje leverworst. Ze wil het niet. Echtgenoot doet haar bek open en duwt het naar binnen. Sheelah slikt en het is weg. Prima, wij gaan eten. Het is half twee.

Ik ben een spelletje aan het spelen als echtgenoot opeens roept: “Ze zakt door haar poten en er komt bloed uit haar neus. Wat is dat nou weer?” Er klinkt paniek door in zijn stem. Hij pakt een stukje keukenrol en veegt haar neusje schoon. Het lijkt te zijn opgehouden. Ik kijk naar Sheelah en zie dat er meer druppeltjes bloed komen. Ik roep dat echtgenoot meteen de dierenarts moet bellen. Dan komt er een golf bloed uit haar bek.

“Oh shit! Wat is dat voor troep die dat mens heeft gegeven?” Ik vloek, iets wat ik niet vaak doe. De stukken keukenrol zijn niet genoeg. Sheelah staat op en wankelt door de kamer. Ze valt en overal laat ze bloedsporen na. Echtgenoot heeft inmiddels de assistente aan de telefoon, die zegt dat Sheelah misschien te veel energie heeft moeten verbruiken bij het krijgen van de medicijnen. Niks energie, het was hap-slik weg. Ze gaat overleggen met de dierenarts en belt zo terug. Het is tien over twee.

Sheelah heeft het moeilijk en probeert bij haar waterbak te komen. Ze valt, ze rochelt en golven bloed komen uit haar neus en bek. Ik voel me compleet machteloos. Wat is dat afschuwelijk om te zien. En ik kan niets doen. Haar lichaam trekt krampachtig samen, ze maakt ongelooflijk nare geluiden. Alsof ze huilt en roept om hulp. Ze voert een echte doodsstrijd. De dierenarts belt terug en snapt er niets van. Hoe kan dit nou opeens. Ja, hallo, jij bent de dierenarts, wij niet. We moeten meteen terugkomen. Dan is het opeens stil. Nog twee keer een stuiptrekking en het is over. Sheelah is dood. Op dat moment belt mijn oudste zoon. Het is kwart over twee.

Ik ben boos, nee, dat is te zwak uitgedrukt. Ik ben kwaad, zo ontzettend kwaad en leg de schuld volledig bij de dierenarts. Die had moeten weten dat het echt niet goed ging, dat het niet zo maar een longontsteking was. Gefrustreerd gooi ik het hele verhaal eruit tegen mijn zoon. Het huilen staat me nader dan het lachen. Wat ik net heb zien gebeuren, was zo verschrikkelijk, zo afschuwelijk, dat hoop ik echt nooit meer mee te maken. Echtgenoot dekt Sheelah toe met een handdoek. Hij brengt haar naar de praktijk.

Om kwart over drie is hij weer terug en zegt dat het waarschijnlijk een longbloeding is geweest. Onmiddellijk gaan we zoeken op internet. Het blijkt dat een longbloeding zomaar kan ontstaan, er valt niets tegen te doen. Oké, misschien was het niet direct de schuld van de dierenarts. Ik word er iets rustiger door. De dierenarts belt en vraagt of ze een autopsie mag doen, want ze wil toch wel heel graag weten hoe het zat. Ja, dat mag, graag zelfs. Wij willen het ook weten.

We begonnen net te wennen aan het gemis van Stubby. We kunnen weer van voor af aan beginnen. De herinnering aan het sterven van Sheelah is echter een stuk minder prettig. Ik krijg dat beeld maar niet uit mijn kop.
.

 

KOOL

.

Kom op, spoor ik mezelf geluidloos aan, je hebt het beloofd, dus moet je het ook doen.

“Ik heb helemaal niets beloofd”, zeg ik hardop, “ik heb gezegd dat ik MISSCHIEN weer een stukje zou schrijven. Misschien, dat is niet hetzelfde als beloofd.”

Oké, maar je wilde het eigenlijk toch al doen, volgens mij, dus….waarom steeds weer uitstellen?

“Ja, nou, dat weet ik ook niet precies hoor. Als ik ’s morgens lapje heb aangezet, doe ik alleen kijken of er mail is en lees ik het nieuws, daarna gaat hij meteen weer uit. Ik denk dat ik gewoon niets te melden heb.”

Niets? Helemaal niets? Daar geloof ik geen barst van. Je zou nu al ik weet niet hoeveel blaadjes kunnen vullen over je kleinzoon of over het verschil in thuis zijn of in je hutje. Dat trouwens ook als thuis voelt. Hoe zei je dat ook al weer? “Home away from home”, ja, dat was het. Er zijn genoeg dingen waar je over kunt schrijven, zelfs het Nederlandse weer is altijd een dankbaar onderwerp. Je hebt nu even het rijk alleen, niemand die je stoort, dus geen smoesjes meer.

Hier zit ik dan. In ons hutje, de zon schijnt regelmatig, maar wordt om de haverklap gestoord door grote grijze en witte wolken. Als je naar de lucht kijkt, lijken die wolken best snel langs te drijven, maar zodra ze voor de zon hangen, verdwijnt al die snelheid. Beetje jammer. Er is de laatste tijd gigantisch veel regen gevallen, genoeg voor een jaar, denk ik. De grond is zo verzadigd, dat elk klein buitje meteen enorme plassen oplevert. Zo, genoeg over het weer.

Onze kleinzoon groeit als kool. Waarom zeggen we dat eigenlijk? Groeit kool zo hard, vraag ik me nu opeens af. Hm, moet ik me toch eens in verdiepen. Hij probeert nu al hele gesprekken met je aan te gaan en kan zomaar van het ene op het andere moment in huilen uitbarsten. Dat duurt nooit langer dan een minuut en ik vermoed dat hij af en toe krampjes heeft. Grappig eigenlijk, bij een baby spreek je over krampjes, bij volwassenen heet het gewoon kramp. Elk mens weet hoe het voelt en begrijpt zonder problemen dat zoiets voor een baby heel pijnlijk kan zijn. Hij heeft inmiddels al bijna twee keer zijn geboortegewicht bereikt. Als hij in dit tempo door groeit, hebben we straks een reuzen kleinkind. Dan spreken we natuurlijk niet meer over een klein-, maar over een grootkind. Gelukkig werkt het niet zo.

We zijn tegenwoordig vaker in ons hutje dan in ons huis en dat bevalt prima. Waarschijnlijk wordt dat in de winter iets anders, hoewel het me prachtig lijkt om hier te zijn als alles bedekt is met een dik pak sneeuw. En dat zeg ik, die een ontzettende hekel heeft aan de winter en de kou en alle narigheid die dat met zich meebrengt. Ik hoef het ook niet te voelen, ik wil het alleen maar zien. Als ik het eenmaal gezien en bewonderd heb, mag de sneeuw weer als sneeuw voor de zon verdwijnen. Moet de zon wel komen natuurlijk.

.