STAPPEN

.

Soms denk je, kom, laat ik eens een dagje op stap gaan. En dan ga je naar een plek die je kent en denk je te weten dat een andere parkeerplaats je dichter bij je doel brengt. Denk je te weten. Maar je weet het niet en het blijkt ook niet zo te zijn. De eerste extra stappen van de dag worden gemaakt. Dan kom je uiteindelijk op de plaats van bestemming en ben je al doodmoe voor je aan het echte stappen begint. Eerst koffie dus. Oeps, verrassing, er staan je nog veel meer extra stappen te wachten. Daar heb je natuurlijk geen rekening mee gehouden, maar je doet een dappere poging. Halverwege echter, dringt het besef door, dat je het niet gaat redden en je moet dus afhaken. Tien minuten, zittend op een bankje, doen de ergste pijn verdwijnen. En langzaam begeef je je naar het punt van waar je vertrok. Onderweg krijg je nog onverwacht de kans om snel een leuke zomerse rok met bijkleurend T-shirt te scoren. In de uitverkoop natuurlijk. Daarna loop je verder en stort uiteindelijk neer op een stenen muurtje tegenover een kerk. Pffff, stappen is leuk, maar te veel stappen is pijnlijk. Na een kwartier kun je weer verder. Inmiddels heb je behoefte aan een maaltijd en een bezoekje aan een toilet zou ook wel prettig zijn. Tijd om echt even bij te komen, voor je de vooraf geplande stappen kunt gaan zetten.

Stappen, stappen en nog veel meer stappen. Je lijf voelt alsof het niet meer bij je hoort. Je hebt een been dat alle kanten op wil, behalve de goede. Het is maar goed dat er iemand is aan wie je je stevig vast kunt houden, anders was je al een aantal keren omgevallen. Zitten wil je. Zitten wil je lijf, dat schreeuwt om rust en om een stoel. Of een bankje, of een muurtje. Je vindt zo’n plekje gelukkig en dankbaar laat je je vallen. Voorlopig sta ik niet meer op denk je dan. Je drinkt een beker thee, voert een prettig gesprek en dan dringt tot je door dat je nog niet uitgestapt ben. Je moet nog terug naar je auto. Voorzichtig sta je weer op en neemt afscheid. Je instrueert je lijf en stap voor stap begeef je je op weg. En dan weet je opeens de weg niet meer, want welke straat moet je nu in? Uiteraard pak je eerst de verkeerde straat. Verdikke, nog meer extra stappen. Dan opeens herken je een winkel die je eerder die dag al hebt gezien. Daar moet je heen.

Uiteindelijk plof je neer op de autostoel en laat je je prinsheerlijk naar huis rijden. Wow, wat heb je veel stappen gezet vandaag. Je mag trots zijn op jezelf. En dat ben je ook. Doodmoe, maar apetrots.

.

TOEVAL?

.

Het plan was om gisteren te vertrekken naar ons hutje. Het weer was echter zodanig, dat we dachten, morgen kan ook. Vandaag dus even gezogen en de tassen ingepakt. Natuurlijk willen we eerst even rustig koffie drinken voor we weggaan. Na de koffie krijgt de vaatwasser nog even een slinger en in die tijd kan echtgenoot even gaan tanken en een krant en brood halen. Neem je brood mee? kan ik jullie nu horen denken, hebben ze in Drenthe soms geen bakkers? Eh jawel, er zijn wel bakkers, maar het brood van onze eigen bakker is nou eenmaal het lekkerste brood dat bestaat. Dus.

De koffie is bijna op als de telefoon van echtgenoot gaat. Verbaasd ziet hij dat schoondochter belt. Tijdens het gesprek zet hij de telefoon op de speaker en kan ik meeluisteren. Schoondochter vraagt of wij een sleutel van hun huis hebben. Ja, die hebben we. Ze is namelijk onderweg met de trein van Schiphol, waar zij, haar familie en onze zoon gezamenlijk haar zusje hebben uitgezwaaid. Die is voor de liefde vertrokken naar verweggistan. Zoon is vanaf Schiphol met de auto naar zijn werk gegaan, maar schoondochter heeft nu geen sleutels om haar huis binnen te kunnen gaan. Oeps.

Echtgenoot is de beroerdste niet en zegt dat hij onmiddellijk die kant op gaat rijden. De gedachte dat schoondochter en kleinzoon uren voor de deur moeten staan wachten, vindt hij maar niks. Hij neemt wel mijn sleutelbos mee, want daar zit de bewuste sleutel aan, alleen weet ik niet welke het is. Er hangen niet alleen onze eigen huissleutels aan, maar ook die van alle vier de kinderen en die van ons hutje. Dus.

Schoondochter is blij, de vaatwasser is inmiddels klaar en het wachten is nu op de terugkeer van echtgenoot. Als bonus kreeg ik de kans voor dit stukje. Voor hij de deur uitging zei hij nog, dat het maar goed was dat we niet gisteren al waren vertrokken. Ach, het heeft zo moeten zijn. Noem je zoiets nou toeval of het lot?

.

GAT

.
Echtgenoot is een beetje aan het klooien in de tuin, vult alle bakjes voor de vogels, trekt zo links en rechts wat onkruid uit de grond. Ik zit binnen en lees de krant via mijn lapje. Opeens hoor ik echtgenoot praten. Dat op zich is niet bijzonder, hij is altijd wel in voor een praatje en hij praat regelmatig tegen de vogels als er geen mensen in de buurt zijn. Dit klonk echter als een echt gesprek, al kon ik de ander niet verstaan. Met wie staat hij nou weer te kleppen, dacht ik en stond op om een voorzichtige blik te werpen. Ik zag een grijze dame met een rood jack. Ken ik niet, dacht ik en liep terug naar mijn lapje.

Als ik even later met koffie de serre inloop, zit echtgenoot nog een beetje na te grinniken.

“Wat lach je? Wie was dat?” Niet dat ik nieuwsgierig ben of zo, nee, echt niet, ik blijf gewoon graag op de hoogte. Echtgenoot vertelt met een brede grijns op zijn gezicht, dat die mevrouw, hij heeft ook geen idee wie ze is, terug ging naar de winkel met een brood onder haar arm. Het was een brood met een gat erin. Jazeker, een gat. En dat pikte ze niet. Je kan toch geen beleg doen op een boterham waar een gat in zit? Haar man wilde niet terug naar de winkel, maar zij wel. Je wilt toch geen brood met een gat?

Vijf minuten later komt de vrouw terug met een nieuw brood. Verontwaardigd vertelt ze dat een ander brood ook een groot gat had. De mevrouw van de bakker had gezegd dat het brood waarschijnlijk te warm was gesneden. Nou, dat kon dan wel waar zijn, maar zij wilde geen brood met gat. Nu had ze een samengesteld brood gekregen. Alle sneetjes brood zonder gat bij elkaar gezocht en in de zak gedaan. Tevreden liep ze door naar haar huisje.

“U had er toch gewoon gatenkaas op kunnen doen, dan was er niets aan de hand geweest”, riep ik haar nog achterna. Ze lachte wel, maar of ze blij was?

Echtgenoot en ik lagen in een deuk. Heerlijk, zo kunnen lachen op de vroege ochtend.

.