VAN FOTO’S EN ECHO’S

.

Oh, wat zou ik hier graag een juichend stukje neerzetten, maar ik weet eigenlijk nog niks. We hebben gisteren ruim drie uur in het ziekenhuis doorgebracht. Eerst was er een soort oriënterend gesprek en onderzoek, waarna we, keurig begeleid door een vrijwilliger, naar de röntgenafdeling gingen. Ik mocht weer in de klem. Dat is niet echt aangenaam, maar om nou te zeggen dat het heel erg pijn doet, gaat wat ver. De foto’s waren redelijk gelukt en we mochten, wederom keurig begeleid, naar de lounge voor een kop koffie. De dokter was namelijk bezig met een andere patiënt. De lounge is een soort privé kamer waar je tijdens het wachten even rustig kunt zitten, zonder de drukte van het ziekenhuisrestaurant. Best wel prettig. Na een klein half uurtje ging de telefoon en mocht onze eigen begeleider ons weer terug brengen naar de röntgenafdeling. Echt heel netjes geregeld allemaal.

Tijd voor de echo. Tijdens het eerste gesprek was al gezegd dat wat op een foto wel te zien is, bij een echo compleet onzichtbaar kan zijn. En dat klopt. Mijn borst was volledig ingesmeerd met heerlijk frisse gel en de man deed zijn stinkende best om iets tevoorschijn te halen. Zonder succes. Ik vroeg of hij openstond voor het gevoel van zijn patiënten en dat bevestigde hij. Oké.

“Als er iets zit dan zit het hier.” Ik zette mijn wijsvinger op een bepaalde plek en hij ging nog eens extra stevig op zoek. Maar hij vond niks. Wel heeft hij toen om speciale foto’s gevraagd, specifiek van die plek. Dus mocht ik weer uit de kleren. Voor de vierde keer inmiddels. Daarna mochten we eindelijk weer terug naar de afdeling dokter. Onze begeleider was in geen velden of wegen te bekennen dus gingen we op eigen houtje. Na een kwartiertje werd ik geroepen.

We kregen wederom enige uitleg, nu over de volgende stap. En die stap klinkt in ieder geval niet echt aangenaam. Op 8 januari krijg ik een pijnlijk onderzoek, waarbij ik op mijn buik moet liggen en mijn borst door een opening hangt. Die wordt dan weer in de klem gezet en de dokter gaat dan via de op dat moment gemaakte foto’s met een naald op zoek naar de bewuste plek om daar een hapje uit te nemen. Dat hapje wordt dan opgestuurd naar het laboratorium. Klinkt behoorlijk aantrekkelijk, nietwaar? Ik kijk er ook echt naar uit. Niet. Ik heb trouwens begrepen dat je aan dat onderzoek een behoorlijk blauwe borst over kunt houden. Ik houd niet van blauw.

Op 13 januari mag ik terug komen om te horen hoe of wat.

Wordt vervolgd dus.

Voorlopig gaan we ons niet druk maken, maar genieten van de komende Kerst. Ik wens iedereen dan ook heel fijne en gezellige feestdagen en een mooi, maar vooral gezond, 2016.

.

VAN WIJKENDE WATTEN EN DONKERE WOLKEN

.

Met een nog niet echt helder hoofd moest ik vorige week maandag op komen draven voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Geen punt, dacht ik, hoewel ik me toch een tikkeltje onbehaaglijk voelde. Het was niet de eerste keer dus ik wist wat me te wachten stond. Na stevig klem gezeten te hebben, kreeg ik even later te horen, dat ik klaar was. De foto’s waren goed. Mooi. Maar toch… ergens voelde het niet goed. Niet dat ik klachten had of zelf iets ontdekt had, nee, dat was niet het geval. Het was meer een onbewust weten.

Afgelopen maandag was ik bij mijn zusje en we hadden het erover. Zij moest namelijk woensdag, gisteren dus. Ik vertelde hoe ik me voelde en min of meer een brief verwachtte met de mededeling dat er iets niet goed was. Zij vertelde dat dan eerst de huisarts contact met je op zal nemen. Nou, onze huisartsen verschillen nogal. Zij heeft een goede en tevens goed bereikbare. Ik niet echt. Om kwart over vijf, we zaten net gezellig over andere dingen te kletsen, ging mijn mobieltje. En ik dacht: hé, oudste, je bent vroeg vandaag. Het was echter niet oudste die belde, maar mijn huisarts. Mijn vermoeden werd bewaarheid, er was een afwijking gevonden. Het stomme was dat ik wist waar die afwijking zat, nog voordat zij het vertelde. Ze probeerde me op allerlei manieren gerust te stellen, maar ik geloof dat ik nogal nuchter reageerde. Ze gaf meteen door dat ze ook al een afspraak voor me had gemaakt bij de mamapoli in het ziekenhuis hier ter plaatse. Nou, dank je wel. Volgende week dinsdag word ik daar verwacht. Al om negen uur. Vroeg opstaan dus.

Inmiddels is mijn hoofd wattenvrij, maar boven mijn hoofd verschijnen langzaam maar zeker donkere dreigende wolken. Dat wil ik niet zo vlak voor Kerstmis. Als ik naar buiten kijk zie ik al meer dan vijftig tinten grijs in de lucht, dat is voor mij meer dan genoeg. In gedachten maak ik de wolken boven mijn hoofd wit. Weet je wat, ik maak er gewoon schapenwolkjes van, die zien er veel vriendelijker uit. Lang niet zo dreigend. Met een afwijking kan ik leven en bovendien is het zo dat een afwijking niet synoniem staat aan borstkanker. Dus.

.

BINNENVETTER

.

Ik kan een hoop hebben, maar soms wordt het zelfs mij te veel.

Bij de laatste diabetescontrole bleek dat er weer eiwitten in de urine zaten. De dokter had als advies een medicijn aangeraden, zo vertelde mij de praktijkondersteuner. De dokter zelf heb ik in verband met mijn diabetes al in geen jaren gesproken. Na veel gepraat stemde ik er in toe om dat medicijn te gaan gebruiken. Thuis kwam ik erachter dat het pillen tegen hoge bloeddruk zijn, dezelfde pillen die echtgenoot al jaren slikt. Ik heb GEEN hoge bloeddruk. Nooit gehad ook, zelfs niet tijdens mijn zwangerschappen. Ik snapte het niet. Met tegenzin begon ik toch met innemen, mede door de zeer lage dosering. Maar het zat me niet lekker. Al snel vergat ik dat ding. Toen kwam die verkoudheid er over heen en ik vergat hem nogmaals. Ik voelde me bepaald niet lekker, had zelfs koorts, iets wat ik in geen jaren heb gehad. De praktijkondersteuner had me gezegd haar te bellen als het niet lekker liep. Dus ik belde afgelopen woensdag.

Ons gezondheidscentrum werkt met een keuzemenu als je belt. Ik koos optie 1.

“Waar belt u voor?” Ik legde het uit.

“Als u dan even opnieuw belt en kiest voor optie 3 dan krijgt u mij ook aan de telefoon, maar dan kan ik kijken wat ik voor u kan doen.” Hè, kon dat nu niet dan? Een beetje in de war hing ik op en koos even later voor optie 3.

“Waar belt u voor?” Nam ze me nou in de maling? Dat had ik net toch al verteld? Dus zeg ik zo duidelijk en vriendelijk als op dat moment mogelijk, “Mevrouw P heeft gezegd, dat als het niet zo lekker liep, ik haar moest bellen. Het loopt niet zo lekker, dus ik bel. Punt.”

“Ja, als u het niet wilt vertellen, weet ik ook niet waar ik u neer moet zetten, onderaan of bovenaan de lijst.” Het is dat mijn hoofd niet helemaal goed werkte, anders had het gesprek vast op een pittige discussie uitgedraaid. Ik ben in ieder geval op de lijst terecht gekomen, want donderdag werd ik gebeld. Ook dat gesprek liep niet helemaal lekker, maar ik kreeg uiteindelijk een afspraak met de huisarts. Daar kon ik vrijdagmiddag terecht.

Ik ben al 45 jaar diabeet en daar heb ik geen probleem mee. Ik spuit vier maal per dag en kan daar prima mee leven. Ik heb altijd geroepen dat dat wat mij betreft meer dan genoeg was. Ik wilde er geen andere ziektes of medicijnen bij. Maar een mens wordt ouder en toen kwam daar eerst een pilletje bij om het cholesterol omlaag te krijgen. Oké, dat kon ik nog hebben. Toen kwam daar vorig jaar opeens een bloedverdunner bij van de vaatchirurg. En dan willen ze me nu ook nog eens een bloeddrukverlagend middel laten slikken, omdat er eiwitten in de urine zitten. Ik begin langzaam een medicijn verwerkend fabriekje te worden. En dat zit me niet lekker. Het zijn geen dingen waar ik over praat, maar wel dingen die constant door mijn hoofd spoken. Een hoofd dat bovendien nog steeds geplaagd wordt door hoest hoofdpijnen, waarvoor ik niet eens een pijnstiller durfde te nemen.

Het gesprek met de huisarts verliep daardoor een beetje emotioneel en voor ik er erg in had zat mijn keel dicht geknepen en rolden de tranen over mijn wangen. Maar ze begreep gelukkig hoe ik me voelde, heeft alles heel uitgebreid uitgelegd en me aangeraden om even rustig aan te doen, alles goed te overdenken en dan volgende maand bij haar terug te komen. Dan praten we verder.
.
Mijn hoofd stond en staat nog steeds niet naar het lezen van vrolijke en gezellige verhaaltjes, maar ik beloof zo snel mogelijk weer langs te komen.

.

WATTENHOOFD

.

Stront- en strontverkouden. Dat betekent: snotteren en hoesten en hoesten en snotteren en nog veel meer hoesten. Vooral ’s nachts hoesten, dus niet tot weinig slapen. Dat betekent ook: een hoofd vol watten, terwijl allerlei dingen zich daartussen willen wringen, maar zich niet echt een plaatsje kunnen veroveren.

Zoals:

Ook dit jaar verwacht mijn zus een Sintgedicht, voor haar slachtoffer, deze keer haar eigen man. Ik ben er aan begonnen, maar het is nog lang niet klaar.

De vuile was schreeuwde me al een paar dagen toe en vanmorgen heb ik dan eindelijk de wasmachine aangezet. Oeps, het is een ophangwas.

Eigenlijk moeten we even dringend heen en weer naar ons hutje, maar niet alleen mijn lijf, maar ook het weer werkt niet mee. Dus maar weer een dag uitgesteld.

Donderdag verwacht de tandarts mij, want hij wil weer fris aan de slag na zijn vakantie. Voor hij wegging had hij twee kleine gaatjes gevonden. Oh joepie. Ik weet trouwens niet of het zo’n goed idee is, dat ik met mijn mond open in de stoel lig en om de haverklap een hoestbui krijg, terwijl de tandarts met zijn boor in de aanslag staat.

Vrijdag is mijn zwager jarig en moeten we naar Amsterdam. Of dat verstandig is, weet ik ook al niet. (ik weet niet zo veel momenteel) Hij is ook net weer opa geworden en bij baby’s horen geen zwaar verkouden hoofden. Vind ik.

Dan is er opeens het interessante idee om in dit land een suikertaks te gaan heffen. Een wat? Ja, dat. Extra belasting op alle suikerhoudende producten. Op letterlijk alles dus. Suiker is volgens sommige mensen, zo ontzettend slecht voor je, dat het eigenlijk verboden zou moeten worden. Maar ja, dat is natuurlijk niet echt haalbaar, dus doen we gewoon extra belasting heffen. Met andere woorden, suiker is het nieuwe roken. Het is niet goed voor de mens, maar de mens gebruikt het toch, dus profiteren wij daar mooi van door het extra te belasten. Slim hè?

Zie, al bovenstaande dingen kruipen tussen de watten, maar de watten weten van geen wijken. Waar moet ik nou als eerste aandacht aan schenken? Waar moet ik beginnen? Volgens mij is net de wasmachine klaar, dus eerst maar eens was ophangen. En de rest moet maar weer even wachten.

.