NOG VIJF NACHTJES ‘SLAPEN’

.
Nou ja, slapen? Volgende week woensdag is het zover en eerlijk gezegd, ik kijk er niet naar uit. Eigenlijk ben ik stiekem gewoon bang, al weet ik niet precies waarvoor. Er kan natuurlijk van alles misgaan bij zo’n operatie, maar de meeste operaties verlopen goed. Toch? Gisteren echter hoorde ik van de anesthesist dat bij de operaties aan mijn stembanden een paar jaar geleden, er moeite was om me te intuberen. Oh joepie, dat is echt iets wat ik wilde weten. Niet dus. Want zonder dat ik dat wil, zie ik ze nu, in gedachten, klooien om zo’n buisje door mijn strot te duwen. Ik kan niet zeggen dat ik daar vrolijker van word. En wat gebeurt er na de operatie, wat is er dan nog over van mijn borst? Een bal van 5cm doorsnee is groot en ik vrees dat er slechts een omhulsel overblijft. Er werd al meteen gesproken over plastische chirurgie, maar ik moet er niet aan denken om siliconen o.i.d. in mijn lijf te krijgen. Shit, ik weet het gewoon niet.

Gelukkig gebeuren er ook leuke dingen. Vorige week zaterdag zijn we met zoon, schoondochter en kleinzoon naar Burgers Zoo geweest. Het was stervenskoud, want de beloofde zon liet volledig verstek gaan, maar wat hebben we genoten. Vooral van dat kleine manneke dat zo veel te ontdekken had en de hele dag zo vrolijk door dartelde. Zelfs nadat hij was gevallen en zijn neusje beschadigde, was het slechts een kwestie van vuil wegvegen en verder genieten. En van de week was onze jongste zoon jarig, ook daar hebben we een gezellige dag mee beleefd.

Naar buiten toe ben ik enorm nuchter en optimistisch, maar dat brein van mij lijkt er een eigen leven op na te houden. Hoe krijg ik dat onder controle?

.

Advertenties

NIET OP MAANDAG

.

Wachten op de uitslag van een onderzoek kan zenuwslopend zijn. De laatste twee nachten voor ik terug moest naar het ziekenhuis, waren dan ook zeer onrustig, gevuld met vreemde dromen. Maar woensdag was het dan zover.

De dokter legde met behulp van de foto’s uit wat er aan de hand was. De verkalking in mijn borst was vrij groot, bijna 3cm lang. Een gedeelde van de genomen hapjes vertoonde veranderende cellen, op weg naar kanker. Het is dus nog geen kanker, maar het moet er wel uit.

“Wat als ik zeg: laat maar waaien als het toch nog geen kanker is?”

“Dan zit je hier volgend jaar weer, maar dan weet je zeker dat je kanker hebt, met een grote kans op uitzaaiingen.”

Oké, dat is duidelijk. Hij legt uit wat de plannen zijn. Eerst een operatie waarbij een bal van 5cm doorsnede wordt verwijderd. Oeps, dat is even slikken.

“Krijg ik dan een deuk in mijn borst?”

“Natuurlijk verandert de borst daardoor, maar hoe het precies uitvalt, kan ik niet zeggen.”
“Ach”, zeg ik dapper, “deze borst was toch altijd al iets groter dan de ander.”

Na de operatie krijgt de borst even rust om de wonden te laten helen. Daarna moet ik zes weken dagelijks heen en weer naar Almere om bestraald te worden. De weekends krijg ik vrij. Wow, dat is boffen. De dokter is buitengewoon aardig en geduldig en legt alles goed uit. Mocht ik toch nog vragen hebben, mag ik altijd bellen. Ik heb nu nog een vraag.

“Doet u de operatie zelf?” Het is een nog vrij jonge man en hij bevestigt dat hij zelf aan de bak gaat.

“Dan heb ik nog één vraag: wilt u het dan niet op een maandag doen?”

Zijn blik is vragend. Ik verklaar.

“Stel dat u net een buitengewoon gezellig weekend achter de rug heeft, dan staat u daar op maandag met een duf hoofd en een scherp mes. Lijkt me geen goed plan.”

Hij lacht, zegt dat het goed komt en overhandigt me een aantal formulieren, daar mag ik mee naar de balie. We kunnen even koffie gaan drinken en een half uur later is alles geregeld. Ik krijg een kaartje waarop alles staat. Op één dag drie afspraken achter elkaar, bij de apotheek service dienst, de anesthesist en bij de mamacare afdeling; de datum van de operatie staat vermeld en ook meteen de afspraak voor de nacontrole. Buitengewoon efficiënt. Dan krijg ik ook meteen het formulier voor de opname. Dat mogen we onderweg naar de uitgang afgeven.

De dag van de operatie is 3 februari, een woensdag.
.

 

MAMMOGRAFIE STEREOTACTISCHE PUNCTIE

.

Een heel duur woord voor iets waarvan ik me van tevoren niet echt een voorstelling kon maken. In gedachten zag ik mezelf op een smalle brancard met een gat er in, waar doorheen mijn borst bungelde. Daaronder op zijn knieën lag dan een dokter te turen over zijn brilletje waar hij de naald er in zou steken. Echt heel ver zat ik er niet naast. De brancard bleek zo breed als een tafel en de dokter lag niet op zijn knieën, maar zat op een krukje. Of hij over zijn brilletje zat te turen kon ik niet zien. Mijn borst, vastgeklemd tussen twee platen, kreeg een verdovingsprik. Althans, dat zei de dokter. Van het effect van die verdoving heb ik niet veel gemerkt. Alles was goed voelbaar en behoorlijk pijnlijk. Er zouden een paar hapjes worden genomen was mij verteld, maar de dokter had zeker honger, het werden acht hapjes. De houding waarin ik moest liggen was voor mij geheel onnatuurlijk en het duurde dan ook niet lang of ik begon te trillen. Eerst zachtjes, maar naar mate ik langer lag, steeds heviger. De dokter werd er een tikje nerveus van, maar ik kon er niets aan doen. Er werd me steeds gevraagd of het goed met me ging. Uuuhhh, wat denk je zelf? Maar natuurlijk zei ik ja. Het enige wat ik wilde, was uit die klem en overeind komen. Toen ik eindelijk dacht dat het hele gebeuren klaar was, volgde er onverwacht nog een venijnige prik. “Oh, shit!” Het was er uit voor ik er erg in had. Er moest nog een marker geplaatst worden. Na dik anderhalf uur ging eindelijk de klem los, maar ik moest toch nog blijven liggen. Het bloeden wilde namelijk niet stoppen. Ik mocht inmiddels wel weer een beetje bewegen, al ging dat moeilijk. Na vijf minuten vroeg ik of het niet beter zou zijn als ik zou zitten, want zo hangend loopt het bloed er natuurlijk sneller uit. Nee, dat mocht dus niet. Weer vijf minuten later werd besloten de chirurg erbij te halen, die zou wel weten hoe het bloeden gestopt moest worden. Het eerste wat die bij binnenkomst zei, was: “Laten we mevrouw eerst maar eens overeind helpen.” Dank u, dokter. Puntje voor mij.

Het overeind komen ging moeizaam en ik zat nog niet rechtop of ik dreigde meteen onderuit te gaan. Aan alle kanten werd ik tegen gehouden. Nadat het bloeden eindelijk minder werd, werd ik in mijn beha geholpen en mocht van de tafel af. Mijn benen weigerden echter dienst en ik werd snel op een inmiddels naar binnen gehaalde rolstoel gezet. De chirurg greep verder in en zei: “Ik neem mevrouw mee naar mijn afdeling en houd haar daar een half uur in de gaten. Als het goed gaat, mag ze daarna naar huis.” Ik vond alles goed, mijn hoofd en benen voelden vreemd en ik zat nog steeds te shaken in de stoel. Echtgenoot zat zich inmiddels zorgen te maken in de wachtkamer, want zag en hoorde dat de chirurg werd opgeroepen en dat er een rolstoel naar binnen werd gebracht.

De chirurg was een doortastend man, duwde echtgenoot mijn spullen in handen en duwde zelf mijn rolstoel. Hij installeerde me in een prachtige kamer op zijn afdeling, zorgde voor koffie en verzekerde zich ervan dat het goed met me ging. Na tien minuten kwam een verpleegster even kijken hoe de zaken ervoor stonden. Inmiddels moest ik ongelooflijk nodig plassen, dus ik vroeg haar waar een wc was. Ze legde het uit, maar het klonk als een pittige wandeling. Oké, dat moest dan maar wachten tot we naar huis gingen. We dronken onze koffie en langzamerhand voelde ik me steeds beter, het shaken was sterk verminderd en ik durfde op zoek te gaan naar de wc. Ik verzekerde echtgenoot dat er waarschijnlijk een noodknop zou zijn, mocht het fout gaan. Het bleek slechts een klein stukje lopen en dat ging gelukkig goed, want er was geen noodknop o.i.d. Opgelucht liep ik terug. Ik wilde wel naar huis. Echtgenoot ging op zoek naar de verpleegster om nog even te laten controleren hoe het stond met het bloeden. Ik mocht mee naar een andere kamer, één die afgesloten kon worden. Zij was tevreden, haalde het bebloede gaas weg en deed er een nieuw op. Wat haar betreft mocht ik gaan. In de tijd dat ik bij de verpleegster was, kwam de chirurg nog even bij echtgenoot informeren hoe het met mij ging. Echtgenoot vertelde waar ik was en toen was ook hij tevreden en ik mocht naar huis. Super aardige mensen allemaal.

We waren nog geen vijf minuten thuis toen ik door het ziekenhuis gebeld werd. Maandag om half twaalf moet ik even terug komen om te controleren of de marker die ze in mijn borst hebben achter gelaten op de juiste plek zit. Oh joepie, als ik dan maar niet weer in de klem hoef, want mijn borst heeft inmiddels vijftig tinten rood/paars.

Voor nu wilde ik even mijn ei kwijt, maar na woensdag, als ik weet hoe de zaken ervoor staan, ben ik van plan om de bij jullie gelegde eieren te lezen. Tot dan. Dus.

.