KNETTEREND

.

Zit ik zondagmiddag met oudste aan de telefoon. Hij vertelt van het druilerige sombere weer in Almere en ik vertel van het mooie warme zonnige weer in Drenthe. Het is rond een uur of vijf. Ik heb net gezegd dat echtgenoot denkt dat er regen komt en daarom de schuifpuien van de serre vast heeft dichtgedaan. Zoon gelooft het bijna niet. Opeens horen we een duidelijk gedonder, maar nog steeds geen druppel. We praten nog even verder terwijl het af en toe rommelt in de lucht. Ik wens hem een fijne vakantie, want hij gaat een midweek met vrouw en kinderen weg. De verbinding is nog maar net verbroken als het begint te druppelen. Eerst zachtjes, maar langzamerhand steeds harder. We gaan naar binnen, want het is lastig een gesprek te voeren met het gekletter van de regen op het serredak. Het rommelt en dondert steeds vaker en harder. Opeens….een felle lichtflits, meteen gevolgd door een knetterende donderslag.

“Oef, dat is dichtbij”, zeg ik met toch iets van angst in mijn stem. Ik kan er niets aan doen, ben nou eenmaal bang voor onweer. En hier met die hoge bomen om ons heen, vind ik het helemaal niet fijn.

“Het internet ligt er weer uit”, zegt echtgenoot. Ja, dat snap ik na die harde klap. Waarschijnlijk ingeslagen, die bliksem. We wachten af. Het blijft regenen, ik bedoel, hozen. Het komt echt met bakken uit de lucht. Nou kon de tuin wel wat water gebruiken, maar die hoeveelheid die we nu kregen, vond ik toch een tikkie overdreven. Tegen de tijd dat we naar bed gingen, hadden we nog steeds geen internet. Oké, morgen maar weer, dacht ik.

Maar de volgende dag was er nog steeds niets. Na een telefoontje met de receptie van het park bleek, dat het hele systeem plat lag, maar er werd hard aan gewerkt. Afwachten maar weer. We hadden gezien dat iets verderop een volle tak van een eik was geknapt en dreigend naar beneden hing. Het zag eruit alsof ie elk moment kon vallen. Er waren wat werklui bezig bij een ander huisje en echtgenoot ging het maar even melden. Eén van hen liep mee en kwam tot de conclusie, dat als die tak op dat moment zou vallen er niets kon gebeuren. Ze hadden eerst een andere zware klus, want de bliksem was die avond ingeslagen in een grote eik bij de parkeerplaats. De eik heeft het niet overleefd en is omgestort. Die moest natuurlijk eerst opgeruimd worden. Daarna zouden ze aan deze boom beginnen. Inmiddels was het twee uur en internet deed nog steeds niets. Navraag leerde dat het al een uur eerder was opgelost. Het enige wat we moesten doen, was de stekker van het kastje er even uit halen, daarna weer terug doen en….jaaa, het werkt weer. Toch handig als je dat weet.

.

Advertenties

INTERN(I)ET

.

Het is toch knap lastig om een goed contact op te bouwen met het internet. Wekenlang werd mijn lapje geweigerd als het om contact vroeg. Het is een paar jaar redelijk goed gegaan hier in ons hutje, maar dit jaar is het een ramp. De man van de technische toestanden is een paar dagen flink aan het klooien geweest maar ook hij kreeg het niet voor elkaar. Slechts twee keer heb ik even contact gehad, toen heb ik ook mijn vorige stukje kunnen schrijven, maar sindsdien nul komma nul. Het gekke is, dat zowel de i-pad als de telefoon van echtgenoot wel contact kreeg en hield, alleen lapje zat in het verdomhoekje. Nu is het met dit mooie weer geen straf om veel buiten te zijn in plaats van binnen bij een laptop, maar toch, het is knap irritant als je iets wil en het gaat gewoon niet. En toen, verrassing. Gisteren kwam opeens de grote baas van de technische zaken langs. Hij had een speciaal kastje voor ons, waar hij uitsluitend ons huisnummer in geprogrammeerd had. Het oude spul, dat in principe goed zou moeten functioneren, heeft hij verwijderd en het nieuwe kastje aangesloten. En zie hier, er is contact. En nu maar hopen dat het blijvend is. Ik houd namelijk niet van interniet. Eigenlijk ook niet van internet, maar ja, dat heb je nou eenmaal nodig tegenwoordig.

Zo, u bent allen in ieder geval op de hoogte van de stand van zaken en ik ga nu snel weer naar buiten, waar mijn boek op me ligt te wachten.

.

GOTEN EN PLANTEN

.

En het is gelukt met die temperatuur. De lente is eindelijk echt gearriveerd. Je ziet weer overal groene puntjes verschijnen aan bomen en struiken en de vogels hebben het druk met sjansen en een nestje bouwen. We zijn momenteel in ons hutje en daar moet ongelooflijk veel aan de tuin gebeuren. We waren al een half jaar niet geweest door baby- en andere omstandigheden, maar nu kunnen we aan de slag. Echtgenoot gaat eerst maar eens de goten goed leeghalen, want daar is in de afgelopen maanden toch nog behoorlijk wat blad gekomen van de grote eik die in de tuin staat. Ook de berk heeft zijn best gedaan en dat levert vooral een berg klein spul op en ja, dat moet er natuurlijk wel uit. De Hortensia’s moeten nog gesnoeid worden en wat planten die de winter niet hebben overleefd moeten worden verwijderd. Dat is natuurlijk jammer, maar geeft ons wel de gelegenheid om weer op zoek te gaan naar nieuwe plantjes. Ook een nieuwe drinkbak voor de vogels moet worden aangeschaft, want die zogenaamde vorstbestendige bakken zijn helemaal niet zo vorstbestendig. De bak die er stond is volledig aan gruzelementen gevroren. We gaan nu voor een soort stalen bak, die ziet er op het plaatje heel mooi uit, dus hopelijk is ie dat in het echt ook. Morgen wordt ie besteld en dan laten we hem bezorgen bij onze jongste, want wij zijn natuurlijk niet thuis. Schoondochter is vrijdag jarig, dan zijn we er toch voor het drinken van een bakkie koffie en het eten van een lekker gebakje (hoop ik) en dan kunnen we hem meteen meenemen.

De baby’s groeien inmiddels allemaal als kool. Het is zo leuk om te zien hoe verschillend ze zijn en toch zie je bij alle drie overeenkomende trekjes. Logisch natuurlijk, het is allemaal familie. De baby’s lijken ook allemaal op de vaders. Kleinzoon Bjorn zag een babyfoto en riep meteen; “Mats!”, maar het was geen foto van Mats het was een foto van zoon R, de papa van Bjorn en Mats. Kleindochter Zoë had precies dezelfde ervaring. Bij de babyfoto van zoon X, haar papa, riep zij meteen dat het Noëmi was, haar babyzusje. Ik vind dat echt heel leuk.
..
Het gaat goed met de goten, dus ik denk dat ik maar even met de Hortensia’s ga stoeien.

.

LENTE

.

Je zou het misschien niet zeggen, maar het is lente, toch? Gisteren zijn we even naar een tuincentrum geweest. Met een fiks aantal vrolijk gekleurde plantjes gingen we weer naar huis. De afgelopen weken zijn de zij- en voortuin volledig op de schop gegaan en opeens blijken we een zee van ruimte te hebben. Vooral de zijtuin was een ware jungle waar we eigenlijk niets aan hadden. Als we aan kwamen rijden, keken we aan tegen een muur van groen en daarvoor kwam dan de auto te staan. Nu is het opeens een prachtige ruimte waar we eventueel een bankje neer zouden kunnen zetten om te genieten van de ochtendzon. Dat doen we niet, want er is van huis uit geen toegang tot de zijtuin, dus als je daar wilt zitten heb je geen zicht op wat er bij de voordeur gebeurt en daar houd ik niet van. Het is eigenlijk een lang pad dat nergens naartoe gaat. Het is nu heel mooi bestraat en er zijn drie bloembakken opgebouwd. Het geeft een mooie ruime uitstraling. Ook de voorkant is nu bestraat met de zelfde mooie tegels en daar zijn twee grote bloem- of plantenbakken opgebouwd. Er lag namelijk eerst grind, van dat kleine spul dat in je schoenzolen bleef zitten en door de katten uit de buurt als kattenbak werd beschouwd. Daar hadden we na al die jaren meer dan genoeg van. Vandaar. Al die bakken moeten natuurlijk ergens mee gevuld worden. We hebben een paar mooie planten overgehouden uit wat er stond en die staan er al in. We zijn vooral heel trots op onze echt schitterende gele Magnolia boom. De gemeente heeft een handje geholpen door hun eigen planten een fikse snoeibeurt te geven waardoor onze boom nu goed tot zijn recht komt. Jazeker, soms doet de gemeente goede dingen. Maar goed, we hebben dus heel veel eenjarig spul gekocht om de verder nog wat lege bakken een vrolijk en fleurig aanzien te geven. Het is natuurlijk nog lang niet genoeg, maar hé, het begin is er. Als nu ook de temperatuur een beetje mee wil werken, wordt het misschien nog eens echt lente. Aan ons zal het niet liggen.

.

DRIE-EENHEID

.

Mijn laptop, windows tien en ik zouden samen moeten werken, maar eerlijk gezegd, we zijn niet bepaald een drie-eenheid. Sterker nog, we liggen elkaar totaal niet. Wat ik wil en wat lapje wil, kan nog weleens in overeenstemming zijn, maar zodra nummer tien zich ermee gaat bemoeien, wordt het een puinhoop. Ik heb een nieuw lapje, want mijn oude is volledig gecrasht bij het downloaden van nummer tien. Ik ben alles kwijt, al mijn verhalen e.d. Ik (lees: echtgenoot) heb ze wel ooit gekopieerd naar een externe harde schijf, maar die is helaas onvindbaar. Waarschijnlijk opgeborgen op een veilige plek. Maar waar is die veilige plek? Geen idee. Ter vervanging van mijn oude lapje had echtgenoot, dacht ie, een goed exemplaar gevonden, niet te duur en iets kleiner dan de vorige. Geen punt, vond ik. Na twee maanden werd er geroepen dat nummer tien updates had. Dat zal best, dacht ik en deed er niets mee. Ik houd nou eenmaal niet van updates en het nieuwe lapje werkte prima zoals ie was. Zo jammer, dat nummer tien een echte drammer is en maar bleef zeuren. Ik werd er behoorlijk kriegel van en gaf uiteindelijk toestemming om die updates dan toch maar te installeren. Grapje. Mijn lapje was niet alleen kleiner dan mijn vorige, maar had blijkbaar ook maar een heel klein schijfje. Oeps, foutje. Echtgenoot was er eigenlijk zonder meer vanuit gegaan dat elke laptop wel een behoorlijke schijf heeft. Helaas, niets is minder waar.

Windows tien riep dus elke dag dat hij schijfruimte nodig had en lapje riep elke dag dat mijn pc niet geschikt was voor updates. Ik werd bloednerveus van dat gezeur, want een lapje met een kleine schijf kan ik niet gebruiken natuurlijk. Ik blijk minder stressbestendig te zijn dan ik dacht, durfde amper iets te doen en werd er beslist niet vrolijker van. Echtgenoot is het net ingedoken, op zoek naar een lapje waar ik echt mee uit de voeten kan. Ik heb wel twintig keer gezegd, dat ik niet weer hetzelfde gezeur wil, maar dat er eventueel zonder problemen updates geïnstalleerd moeten kunnen worden.

Het was dus even zoeken, maar uiteindelijk is er één gevonden, die gaat doen wat hij moet doen. Hoop ik. Misschien kunnen dit lapje en ik in ieder geval een twee-eenheid worden met een gedoogbeleid voor nummer tien. Dan durf ik ook weer te lezen, te reageren en zelf te schrijven. Zoals nu. Dus.

.

VAN KLEINDOCHTER EN FYSIO

.

En hoe is het nu met Noëmi? Na een paar dagen in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis, het leek een stuk beter te gaan. Vorige week ging het echter weer mis en moest ze wederom een nacht in het ziekenhuis blijven. Als ouders schrik je je iedere keer wezenloos, maar ook bij de grootouders gaan die dingen niet in de koude kleren zitten. Het houdt je constant bezig, maar je wilt ook niet elke vijf minuten bellen om te horen of het al iets beter gaat. Maar na die laatste nacht in het ziekenhuis wilde ik haar toch echt even met eigen ogen zien en vasthouden. Gelukkig was me toen duidelijk dat het echt beter met haar ging. Ze maakte oogcontact met me, iets wat ze voor die tijd nog niet had gedaan en ze lachte zelfs naar me. Bovendien hebben we samen een goed gesprek gevoerd. Zo’n gesprek dat je alleen kunt voeren met een 10 weken oude baby. En het voelde goed. Godzijdank. Volgens zoon X is ze nog wel wat onrustig, maar verder gaat het goed.

Even iets heel anders.

Heb je wel eens spierpijn gehad? Dat kan best heel pijnlijk zijn, nietwaar? Maar wist je dat er tussen je ribben spiertjes zitten? En dat die buitengewoon pijnlijk kunnen zijn? Ik wist het niet, maar inmiddels ben ik volledig op de hoogte. Het zijn spiertjes die je nachtenlang uit de slaap kunnen houden. Je kunt in geen enkele houding meer liggen en van pure ellende ga je dan je bed maar weer uit. Eerst denk je nog dat je een verkeerde beweging hebt gemaakt en dat het vanzelf wel weer over zal gaan. Helaas werkte dat niet zo. De nachten werden steeds korter en uiteindelijk, na ruim een week klooien, besloot ik toch maar naar de dokter te gaan. Ik kreeg pijnstillers, moest urine inleveren en moest een echo laten maken. Dit om eventuele nier- of leverproblemen uit te sluiten. Beide uitslagen waren goed gelukkig, maar dat haalde het probleem niet weg. De dokter vermoedde dat het toch met spieren te maken had en stuurde me naar de fysio, een man met behoorlijk stevige handen. Hij wist feilloos de pijnlijke spieren te lokaliseren en verraste me met de mededeling dat het spiertjes tussen de ribben zijn. Oh, oké, heb ik daar ook al spieren? Door de fybro had ik al kennis gemaakt met meer spieren dan me lief is en daar komen deze dus weer bij. Dit zijn verreweg de pijnlijkste spieren die je kunt hebben, kan ik je verzekeren. De man heeft me inmiddels vier keer stevig onder handen genomen en het helpt. Ik slaap al een week zonder pijnstillers en heb afgelopen nacht zelfs bijna zeven uur aan één stuk geslapen. Het vreemde van dit hele verhaal is trouwens, dat ik overdag nergens last van heb, hooguit als ik net uit bed ben een licht gezeur, maar daar kan ik heel goed mee leven. Ook dit gaat dus de goede kant op.

.

RS VIRUS

.

Pasgeboren baby’s zijn kwetsbaar, dat weet iedereen. Als een baby al een iets moeilijker start heeft dan is hij/zij extra kwetsbaar. Onze kleindochter Julia doet het goed, ze groeit, eet en poept als de beste, maar bij kleindochter Noëmi loopt het allemaal niet zo lekker. Ze had natuurlijk al een paar weken minder buiktijd, dat geeft al een kleine achterstand, maar ze werd al snel verkouden.

“Dat gaat wel weer over”, zei de dokter. Dokters weten echter ook niet alles en het ging niet over, het werd alleen maar erger. Afgelopen zaterdag belde zoon X om te laten weten dat Noëmi in het ziekenhuis lag en een nachtje moest blijven ter observatie. Dat was wel even schrikken. Zondag werd ze echter al ontslagen, de nacht was redelijk goed verlopen en met wat medicijnen moest het thuis ook goed gaan.

Maar het ging niet goed. Gisteren belde X weer om te vertellen dat ze wederom in het ziekenhuis lag en nu wat langer moest blijven. Alleen niet in het ziekenhuis in Almere, want daar was opeens geen plaats voor haar, maar in een ziekenhuis in Blaricum. Daar is ze met een ambulance naartoe gebracht. Ze blijkt het RS virus te hebben. Hoe lang het gaat duren, weet ik niet, in ieder geval een aantal dagen.

Ik heb begrepen dat dat virus vanzelf overgaat, dat wil zeggen, bij een milde vorm. Een kindje hoeft dan ook niet naar het ziekenhuis. Bij Noëmi is een milde vorm over gegaan in een niet zo milde vorm. Zoon heeft de nacht in het ziekenhuis doorgebracht en maar weinig geslapen natuurlijk, maar hij zei dat Noëmi redelijk door de nacht was gekomen. Ik had liever gehoord dat ze de nacht goed was door gekomen, maar helaas, lieverkoekjes worden niet gebakken, zei mijn moeder altijd. Voorlopig is afwachten het enige wat we nu kunnen doen.

.