JARIG

.

Hoera, ik ben jarig, wat een feest! Mismoedig nam ze een slokje koffie en staarde naar het stuk taart dat voor haar op tafel stond. Waarom had ze eigenlijk gebak in huis gehaald? Er zou toch, net als de voorgaande jaren, niemand op visite komen. Ze nam nog een slokje koffie en zette toen de beker neer. Ze pakte haar telefoon om te zien of er misschien een berichtje was, maar wist eigenlijk al dat dat niet het geval zou zijn. Wat was er toch mis gegaan?

Zes jaar eerder had ze een, in haar ogen klein, misverstand gehad met haar dochter. Ze wist niet eens meer waar het over ging, maar sinds die tijd had ze zowel haar dochter als haar kleindochter niet meer gezien of gesproken. Telefoongesprekken werden geweigerd, kaartjes en brieven werden terug gestuurd. Ze wist het niet meer, wat kon ze nog doen? Een paar keer had ze voor het huis van haar dochter gestaan. Aanbellen durfde ze niet, was bang dat de deur voor haar neus werd dicht geslagen. Ze was ten einde raad. Zes jaar was een lange tijd en in die zes jaar leek het alsof ze wel twintig jaar ouder was geworden.

Ze liep naar de spiegel en bestudeerde haar gezicht. Haar haar was inmiddels volledig grijs, diepe groeven zaten in haar voorhoofd en haar ogen stonden dof. Ze trok een grimas tegen de spiegel en nam ter plekke een besluit. Ze zou haar leven niet langer laten beheersen door de gedachte aan haar dochter. Nee, ze wilde weer genieten. Er waren meer mensen die helemaal alleen in het leven stonden en die toch blij oud werden. Dat kon zij toch zeker ook.

Met hernieuwde energie liep ze terug naar haar plekje op de bank. De koffie was inmiddels koud, maar het gebak werd met smaak weggewerkt. Er lag nog een oude reisgids in de lectuurbak, die kon ze wel even door bladeren, kijken of ze een leuke vakantie kon vinden.

Met een tevreden gezicht klapte ze haar laptop dicht. Zo, dat had ze toch maar mooi gedaan. Drie weken naar Gran Canaria, dat zou haar goed doen. Over twee weken zou ze vetrekken, dus begon ze meteen met de voorbereidingen, zoals het uitzoeken van kleding, een lijstje maken van wat ze allemaal aan moest schaffen. Ze had er echt zin in.

Uiteindelijk was de dag nog snel voorbij gegaan, maar ’s avonds om tien uur had ze het gehad en wilde ze naar bed. Nog één maal checkte ze haar telefoon. Twee berichtjes. Twee? Ja, twee, de eerste was een bevestiging van het reisbureau en de tweede was van…hè? Ze knipperde met haar ogen, zag ze dat nou goed? Het berichtje kwam van de telefoon van haar dochter, maar was verstuurd door haar kleindochter. Ze las het heel langzaam door.

“Lieve oma, hartelijk gefeliciteerd met uw verjaardag. Mogen papa en mama en ik zondag bij u op visite komen? Ik wil u zo graag weer eens zien. Kusje van Marije.”
Met tranen in haar ogen tikte ze snel een antwoord.
“Lieve Marije, natuurlijk mogen jullie komen, dat hoef je niet eens te vragen. Ik verheug me nu al heel erg op jullie bezoek. Dikke kus van oma.”

.

VRIJE DAG

.
Vrolijk liep ze door het huis. Huppelde bijna. Ze had het rijk alleen vandaag. Eindelijk, na een jaar dagelijks haar man over de vloer. Veertig jaar lang had ze het huishouden draaiende gehouden, vijf kinderen groot gebracht en altijd stond het eten op tafel als haar man thuiskwam. Nooit had dat tot enige discussie geleid. Tot een jaar geleden.

Haar man ging met pensioen en hoewel ze het in het begin heerlijk vond dat hij dagelijks thuis was, de laatste maanden werd ze een beetje gek van hem. Als ze bezig was met het uitzoeken van de was, kwam hij erbij staan en wees aan welk kledingstuk op welke temperatuur gewassen moest worden. Hallo! Alsof zij dat niet wist. Als ze met het eten bezig was, kwam hij erbij staan en vertelde of er al dan niet zout op de aardappels moest. Of dat de groente niet te lang mocht koken. Hij tilde constant de deksels op om te zien of alles nog steeds in de pan zat. Let wel, hij had in al die jaren nooit negatief commentaar op haar eten gehad. Afstoffen en stofzuigen? Dat deed hij wel, want zij deed het niet goed genoeg. Hoezo? Was de boel in veertig jaar zo vervuild geraakt dan? Nooit eerder iets van gemerkt of gehoord. Zelfs de koffie die ze elke ochtend stipt om half elf voor hem neerzette, was niet goed gezet. Het was te sterk, of te slap, of… Ze werd er gek van.

Maar vandaag was ze dus alleen. Haar man was weg. Ze wist niet eens waar naar toe, had amper geluisterd. Het enige wat was blijven hangen, was dat ze heerlijk alleen zou zijn deze vrijdag. Het werd met recht een vrij(e)dag. Als eerste deed ze de radio aan. Zij hield van muziek, maar haar man vond dat veel te veel herrie op de vroege morgen.

Ze wierp een blik op de klok, tien uur nog maar. Zou ze al koffie maken? Of nog even wachten tot half elf, zoals ze elke dag deden? Ha nee, ze hoefde niet te wachten. Ze kon zelf beslissen wanneer ze koffie ging drinken en ze had er nu zin in. Even later installeerde ze zich op de bank, een dampende kop koffie op het bijzettafeltje naast haar. Ze pakte een oude Libelle en bladerde door het blad. Er stond eigenlijk niets interessants in. Het blad eindigde op de stapel oud papier. Een boek! Ze zou eindelijk weer eens een echt boek kunnen lezen, nu ze niet gestoord werd door het gepraat van haar man. Hè, wat een rust.

De dag sleepte zich voort. Ze had geen idee hoe laat haar man thuis zou komen. Het boek had haar niet kunnen boeien en de lunch in haar eentje was ook al niet gezellig. Ze dwaalde een beetje doelloos door het huis, weigerde toe te geven dat ze toch wel heel erg gewend was geraakt aan de dagelijkse aanwezigheid van haar man. Ze had een vrije dag, moest ervan genieten. Het lukte niet. Waarom had ze niet beter geluisterd toen hij vertelde wat hij ging doen vandaag? Wanneer kwam hij terug? En waarom was ze niet met hem mee gegaan? Meegaan? Waarheen dan? Om de haverklap liep ze naar het raam om te zien of hij er al aankwam. Ze had geen rust in haar kont.

De tijd voor het avondeten naderde. Moest ze nu alleen voor zichzelf eten klaarmaken, of ook voor haar man? Opeens kreeg ze ontzettend medelijden met zichzelf. Ze was helemaal alleen. Ze miste haar eeuwig mopperende man. Echt! Ze miste hem gewoon.

Toen de man thuiskwam wist hij niet wat hem overkwam. Zijn vrouw vloog hem om de nek en gaf hem een stevige kus op de mond. Oeps, waar kwam dat nou vandaan? Maar hem hoorde je niet klagen hoor, hij nam haar stevig in de armen en zoende haar vol overgave terug. Hij voelde zich opeens twintig jaar jonger.
.

KOMT EEN MAN……

.
“Meneer Jonker?”, klonk de zachte stem van de assistente. Er zaten drie mensen in de wachtkamer van dr. Damen, twee mannen en een vrouw. De vrouw bladerde door een tijdschrift, de ene man zat met gesloten ogen achterovergeleund tegen de muur en de andere man staarde in gedachten verzonken naar buiten.
“Meneer Jonker”, klonk het nu luid en duidelijk. De man bij het raam schrok op. Jonker, dat was hij. Hij stond op.
“U mag naar binnen, meneer Jonker. Deze deur door en dan de tweede deur rechts.”
Alsof hij dat niet wist. Het was echt niet de eerste keer dat hij bij de dokter kwam. Meestal ging het om kleine dingetjes, zoals pijn in zijn rug of een eksteroog. Deze keer echter maakte hij zich een beetje zorgen. Het onderwerp was niet bepaald fris, maar langer uitstellen was niet verstandig, had zijn dochter gezegd. Hij was blij met zijn dochter. Sinds zijn vrouw was overleden had zij min of meer de zorg voor hem op zich genomen. Langzaam liep hij de aangewezen gang in.
Dr. Damen was een wat knorrige man, maar wel met hart voor zijn patiënten. Hij begroette meneer Jonker en vroeg wat hij voor hem kon betekenen vandaag.
“Ja, eh dokter, ik weet niet precies hoe ik het moet zeggen, ik vind het zelf niet zo fris, maar mijn dochter zei, dat ik naar u toe moest, dus hier ben ik dan.”
“Vertelt u het maar, ik ben wel wat gewend, hoor.”
“Ja, ziet u, dokter. Ik heb wat problemen met de stoelgang.”
“Wat voor problemen?”
“Nou eh, de ene keer is het normaal en dan hoef ik alleen maar even door te geven dat de poort openstaat en dan komt het gewoon, zonder dat ik hard moet persen of zo. En dan opeens is het als water of blubber. En dat is niet zo fijn, want als ik niet snel genoeg ben, loopt het meteen langs mijn benen.”
“Ai, dat is zeker niet fijn. Wat voor kleur heeft het?”
“Wat voor kleur? Nou gewoon, een poepkleur.”
Een flauwe glimlach verscheen op het gezicht van de dokter.
“Is het donker of licht gekleurd? Kijkt u nooit naar de eindproductie?”
Meneer Jonker schudde zijn hoofd.
“Nee, tegenwoordig niet meer. Vroeger wel, toen lag het altijd mooi in ’t zicht, maar nu , met die plonspotten van tegenwoordig, zie je amper wat er ligt. Je mag blij zijn als je kont droog blijft.”
“Heeft u ook last van krampen of echt buikpijn? Ik wil even uw buik voelen als dat mag. Achter het gordijn mag u even de broek losmaken en op de brancard gaan liggen, kom ik zo bij u.”
Na het onderzoek knoopte meneer Jonker zijn broek weer dicht en trok de rits omhoog. Hij hield niet zo van dit soort onderzoeken. Hij liep terug naar de stoel en ging zitten. Afwachtend keek hij naar de dokter. Deze schreef wat gegevens op, ouderwets op papier. Later die dag zou de assistente alles op de computer verwerken. Uit een lade van zijn bureau pakte hij een klein plastic potje, voorzien van een dekseltje. Hij overhandigde dit potje aan meneer Jonker.
“Als u van de week nou even een beetje ontlasting inlevert, dan stuur ik dat naar het lab. Dan kijken we daarna weer verder.”
Meneer Jonker staarde naar het klein potje in zijn hand. Hoe moest hij het in godsnaam voor elkaar krijgen om daar zijn behoefte in te doen? Alsof de dokter wist wat meneer Jonker dacht.
“Er is maar een klein beetje nodig. Als u de ontlasting opvangt en daar dan een beetje vanaf haalt en in het potje doet, is het goed.”
“Opvangen? Waarin dan?”
Totaal in de war keek hij de dokter aan.
“In een schaaltje of een pannetje.”
“Oh, dat lijkt me niet zo fris als daar straks de aardappelen weer in gekookt moeten worden.”
Dokter Damen begon inmiddels zijn geduld te verliezen, er zaten nog meer mensen in de wachtkamer.
“Het maakt niet uit waarin u het opvangt. Daarna kunt u hetgeen u gebruikt heeft gewoon weer ontsmetten en voor andere zaken gebruiken. Voor mijn part doet u het gewoon op de grond.”
Dokter Damen stak zijn hand uit. Verbouwereerd nam meneer Jonker die aan.
“Vijf werkdagen na het inleveren van de ontlasting, kunt u bellen voor de uitslag. Dag meneer Jonker.”
Achter hem werd de deur gesloten. Daar stond ie dan, potje in zijn hand. Hoofdschuddend liep meneer Jonker naar buiten. Na een wandeling van een kwartier was hij thuis. Al die tijd had hij het potje in zijn hand gehouden. In de woonkamer opende hij de lade onderaan de boekenkast. Het potje kreeg een plaatsje tussen elastiekjes, punaises en ander klein spul. Met een zucht schoof hij het laatje weer dicht. Ja zeg, hij ging daar een beetje op de grond zitten poepen.
.

AFKOELEN

.
Laura lag gestrekt op de ligstoel in de tuin. Het was bijzonder warm en Rob, haar man, had dan ook liefdevol de parasol voor haar uitgeklapt en een koel drankje voor haar neergezet. Ze voelde zich niet in staat om ook maar iets te doen en lag vooral mooi te zijn in haar gewaagde bikini. Het liefst had ze het bovenstukje uitgelaten, maar de buurman had nog wel eens de neiging om onverwacht over de tuinafscheiding te kijken. Zogenaamd om iets te vragen, maar Laura wist, dat zijn enige bedoeling was haar te begluren. Volgens Rob beeldde zij zich dat alleen maar in. De buurman viel namelijk niet op vrouwen. Maar volgens Laura viel hij wel degelijk op haar. Lamlendig bewoog ze haar arm heen en weer, in haar hand een prachtige handbeschilderde waaier. Normaal hing de waaier aan de muur, ze had hem in dit land nauwelijks nodig. Nu echter, maakte ze er dankbaar gebruik van. Nou ja, dankbaar?
“Rob, wil jij niet even waaieren voor me, mijn arm doet zeer.”
“Natuurlijk, lieve, dat doe ik graag voor je.”
Rob nam de waaier van haar over en bewoog rustig zijn arm op en neer.
“Zo voel ik er niets van. Een beetje harder alsjeblieft.”
“Natuurlijk schat, kan ik nog iets anders voor je doen?”
Wild bewoog Rob nu met de waaier, met zijn andere hand wreef hij het zweet van zijn voorhoofd. Hij stond in de volle zon, maar dat zag zijn vrouw niet, zij lag met haar ogen dicht. Hij leek wel gek om haar te bedienen alsof ze een koningin was. Hij zat liever met zijn voeten in een koel badje. Hij boog iets naar voren om met zijn hoofd onder de parasol en uit de zon te komen. Een zweetdruppel viel op de wang van zijn vrouw.
“Gatverdamme!” schrok Laura, “kun je niet uitkijken! Geef me die handdoek aan.”
Wild poetste Laura met de handdoek over haar wang. Kwaad keek ze haar man aan.
“Kan je dan nooit iets goed doen? Haal liever een bakje koud water voor me zodat ik af en toe mijn gezicht kan deppen.”
Rob legde de waaier aan het eind van de ligstoel. Als Laura hem wilde hebben, moest ze toch echt zelf overeind komen. Inwendig grinnikend liep hij naar de keuken.
“En neem dan ook een washandje voor me mee”, riep Laura hem achterna. Ja, ze was veeleisend, zijn vrouw, maar toch was hij gek op haar. Ze had namelijk ook goeie kanten, ze was een geweldige kok en ze hield van hem. Rob zocht in de keukenkastjes naar een bakje dat geschikt was. Het mocht niet te klein zijn, want dan was het water bij deze temperaturen snel warm. Te groot mocht ook niet. Laura had duidelijk gezegd “bakje”. Hij vond wat hij zocht.
Even later liep Rob de tuin weer in, een grote glimlach op zijn gezicht.
“Wat lach je, wat is er zo leuk?”
Wantrouwig volgde Laura de bewegingen van haar man. Voorzichtig plaatste hij het bakje naast haar op het tafeltje.
“Anders nog iets van uw dienst, majesteit?” Hij maakte een potsierlijke buiging. Onwillekeurig vloog er iets van een glimlach over haar gelaat en ze trok hem speels aan de haren.
“Kom eens hier jij en geef me snel een kus.”
Rob bewoog naar voren en stootte hard met zijn elleboog tegen het bakje. Een ijselijke gil werd gevold door een schaterlach. Gelukkig had Laura ook gevoel voor humor.
“Ja, ik dacht wat is er met deze warmte lekkerder dan af en toe een sipje koude champagne?” Begerig likte Rob de hals van zijn vrouw, maar stopte abrupt, toen het hoofd van de buurman boven de schutting uitkwam.
“Hé buurman, feestje? Mag ik meedoen?”
“Sorry Koos, maar dit is geheel privé. Wegwezen.”
Echt afkoelen deed het die dag niet meer.
.