GELUK

.

Er staat een aantal nare berichten over ziekte op diverse logs. Gelukkig krijgen de schrijvers daarvan een heleboel steun uit hun eigen omgeving, maar ook uit de logwereld. En dat, lieve mensen, vind ik wonderbaarlijk mooi. Het afgelopen jaar heb ik het zelf ook meegemaakt en geloof me, het doet een mens goed om te lezen hoe iedereen met je mee leeft en aan je denkt. Ik wens hier de betrokkenen dan ook heel veel sterkte de komende tijd.

Tussen nare berichten passen op z’n tijd ook mooie berichten, dus….zal ik eens iets leuks vertellen? Vooruit dan.

Echtgenoot en ik mogen over een paar maanden ons vijfde kleinkind verwelkomen. Zoon R en schoondochter N verwachten hun tweede kindje. Niet alleen zij zelf, maar ook wij zijn daar super blij mee. Alles gaat gelukkig goed, N is inmiddels over de helft en draagt met trots haar buikje. Kleinzoon weet inmiddels dat er een baby in de buik van mama zit, maar begrijpen doet hij het natuurlijk nog niet. We hebben wel weer een heel fijne oppasdag met hem gehad vorige week vrijdag. We zijn met hem naar de dierentuin in Amersfoort geweest. Prachtig weer en een baby olifantje, wat wil een mens nog meer? Oh ja, het dinobos. We waren al drie en een half uur in de dierentuin, toen kleinzoon aangaf naar de bruine auto van opa te willen. Hij was moe. Niet gek als je bedenkt dat hij al die tijd heeft gelopen, hij wilde niet in het karretje zitten. Voor we naar buiten gingen, dook ik nog even de winkel in. De speelgoed dino’s sprongen me tegemoet. Oeps. Op de één of andere duistere manier hadden we het dinobos compleet gemist. Jammer, maar dat doen we dan de volgende keer. We waren nog geen vijf minuten op de terugweg of hij sliep. De door hem in de winkel uitgezochte olifant (nee, geen dino) stevig in zijn armen geklemd. Heerlijk om naar te kijken.

Geluk ligt vaak voor het grijpen.

.

WEER

.
Grijs, grauw, nat. Vooral nat. Een buitje voor het stof kan ik hebben, maar dit, wat we vandaag voor de kiezen krijgen, is meteen weer zo overdreven. Oké, het is goed voor de plantjes en goed voor het gras, maar ook daar zijn grenzen aan. En was het nou zo’n lekker zacht voorjaarsregentje, dan was het ook nog niet zo erg geweest. Maar het hoost. En, als ik de buienradar moet geloven, blijft dat nog even zo. De lekkende strook bewolking gaat recht omhoog en wij liggen daar dus precies onder. Beetje jammer. Aan de andere kant…. Ik zou gaan snoeien vandaag en dat is altijd een aanslag op mijn rug, knieën en heupen. Dat is nu in ieder geval een dag uitgesteld. Ervanuit gaande dat het morgen droog is natuurlijk. Zo niet, dan wordt het langer uitgesteld, want vrijdag gaan we naar huis. Dus.

We hebben al een paar prachtige weken achter de rug, dus eigenlijk mogen we niet klagen. Doe ik ook niet. Niet echt tenminste. Ik vertel slechts de feiten. Maar leuk vind ik het niet. Vorige week kwamen mijn zus en zwager een dag langs. Zwager is een fanatiek amateur fotograaf en zodra hij hoorde over de appelvinken en de witkopstaartmees, liet hij meteen weten een dag te willen komen. Geen probleem uiteraard, juist gezellig. En man, wat heeft hij geboft die dag. Letterlijk alle beestjes kwamen voor hem langs. Zelfs de eekhoorn kwam tweemaal langs. Zwager was zo gelukkig als een kind in een snoepwinkel. Zus en ik zijn wezen winkelen in Assen. Ik heb me suf gelopen en het ging hartstikke goed.

Afgelopen maandag zijn echtgenoot en ik naar Emmen geweest. Het abonnement voor de dierentuin moest verlengd worden. Moest is eigenlijk geen goed woord. We wilden het graag verlengen. We hebben niet alleen door het park, maar ook nog eens door het winkelcentrum rond gelopen. Al bleek dat uiteindelijk net iets te veel. Ik was dan ook blij toen we weer in de auto zaten. Al met al kan ik zeggen dat het lopen steeds beter gaat. Nog even en ik loop de vierdaagse weer. Hoewel, dat is misschien net een stapje te ver. Of twee stapjes. Misschien zelfs wel drie.
.

MONSTERS

.
Gisteren was het echt weer om iets te ondernemen, niet te warm en zeker niet te koud. Mijn rug doet ook weer normaal, dus opgewekt stapten we in de auto. Reisdoel: Hooghalen, een dorp in Drenthe. We zijn daar eerder geweest en dat is toen zeer goed bevallen. De omgeving is schitterend, je zou daar uren kunnen ronddwalen. Een beetje de eenzame herder spelen, broodje en blokfluitje mee en de schaapjes volgen dan vanzelf. Aan uren ronddwalen waag ik me (nog) niet, maar een klein stukje lopen moet kunnen. Voor je er erg in hebt, waan je je alleen op de wereld. Bijna alleen. Muggen, vliegen en ander vliegend en kruipend ongedierte zijn altijd aanwezig. Als je een beetje mazzel hebt, kom je ook wat runderen tegen. Met nog meer mazzel zie je geen mens.
Onderweg naar ons reisdoel zagen we diverse billboards langs de weg met de wervende tekst: Ontdek (of vind, dat weet ik niet meer) de monsters in dierenpark Emmen. Nou zijn we daar al diverse keren geweest, maar monsters hebben we er nooit gezien. Een uitnodiging vind ik het niet, want wie wil er nou monsters tegenkomen als je een gezellig dagje dierentuin hebt gepland? Ik in ieder geval niet. Het is alweer een lange tijd geleden dat we in Emmen waren, vind het ook altijd heerlijk om daar rond te wandelen, te genieten van het jonge leven. Nu stel ik een bezoek nog maar even uit. Ik wacht wel tot de monsters zijn gevonden en opgepakt.
Toen ik ’s avonds een item op tv zag over de bange bavianen in datzelfde dierenpark, wist ik het meteen. De bavianen hebben die monsters gezien. Zij weten waar ze zijn en misschien weten ze zelfs wanneer ze weer verdwijnen. Tot die tijd houden ze zich gedeisd. Je weet tenslotte nooit waar ze toe in staat zijn. Die monsters bedoel ik hè, niet de bavianen.
Ik wacht op goede berichten uit de dierentuin en misschien overweeg ik dan wel weer eens een bezoekje. Ik wil er echter wel zeker van zijn geen monsters tegen het lijf te lopen. Mijn rug wordt waarschijnlijk nooit meer goed genoeg om hard weg te rennen als dat nodig is.
.