VREEMD EN STIL

.

Als je zo’n 45 jaar honden, vogels en vissen hebt gehad, is het een vreemde gewaarwording als je huis opeens ontdaan is van alle dierenleven.

Hoe het was de laatste jaren.

Wakker worden, naar het toilet gaan en bij de kamerdeur al het nodige gesnuif van de honden horen. De deur openen en met zwappende staarten en gesnuffel begroet worden. Ontbijten met croissantjes en een eitje betekende eerst: drie eitjes extra koken, toen twee en daarna nog maar één. De beestjes moesten altijd wachten tot ik mijn eitje tikte, maar dan gingen ze ook helemaal los. Echtgenoot werd besprongen en min of meer naar de keuken gestuurd. Eitjes pellen, baas. En, geloof het of niet, ook de vogel begon dan te roepen van “he, ik hoor er ook bij”. Daarna keerde de rust terug. Iedereen voldaan. ’s Avonds, zo rond kwart voor negen, werden ze een beetje onrustig, want met gespitste oren wachtten ze op die ene vraag van echtgenoot aan mij: “wil je wat drinken?” Zodra die vraag was gesteld stoven ze alle drie naar de keuken, want er kwam iets lekkers voor ze tevoorschijn. De laatste paar maanden ging het er iets rustiger aan toe. Bindi werd namelijk ook doof. Als de vraag gesteld was, keek ik naar de bank waar ze altijd achter lag. Kwam ze meteen tevoorschijn, dan reageerde ik met: “ja, graag”. Kwam ze niet, dan aarzelde ik en zei iets van “nou, ik weet het niet” of “ik denk het niet, maar doe toch maar”. De laatste weken kwam af en toe alleen haar kop omhoog, opstaan ging dan niet. Dan werd haar lekkers keurig bij haar gebracht en met smaak opgegeten.

Hoe het nu gaat.

Wakker worden, naar het toilet gaan en luisteren of ik iets hoor. Het blijft doodstil. De deur openen en in een lege ruimte stappen en stiekem toch even lijken of er niet ergens een beestje ligt. Ontbijt met croissantjes en een eitje betekent nu: slechts twee eitjes koken. Als ik mijn eitje tik, gebeurt er niks, de vogel is namelijk drie weken voor Bindi al gaan hemelen. Dus ook echtgenoot kan in alle rust zijn eitje eten. ’s Avonds als de vraag gesteld wordt, kijk ik naar de bank. Er beweegt niets. Nu antwoord ik simpel met “ja, doe maar”.

Het is zo stil in huis en af en toe voel ik me gewoon een tikkeltje vreemd, het lijkt dan of ik de vogel hoor en of ik een zwappende staart tegen de bank hoor slaan.

Maar het is stil. Doodstil.

.

Advertenties

HERRIE

.

Het gezeur met Word blijft bestaan en dat houdt me een beetje tegen om vaker een stukje te plaatsen. Er komen zoveel irritante dingen voorbij, dat ik iedere keer hulp nodig heb van echtgenoot om te komen waar ik wil zijn. Maar goed, vandaag is het dan toch weer gelukt.

Er is weer het een en ander gebeurd de afgelopen weken. Mijn laatste KNO arts, die in eerste instantie dacht dat ze God was, heeft toegegeven dat ze het niet zeker meer weet. Er moest dus een scan van mijn oor gemaakt worden. Nadat ze die bekeken had, vertelde ze dat ze me door wilde sturen naar weer een andere KNO arts, één die echt alles van oren weet. Daarvoor moet ik dan naar Utrecht, alleen is nog niet duidelijk wanneer. Ze zou hem een brief sturen met daarbij de foto van de scan. Daarop is te zien dat het sponsachtige bot achter mijn oor gevuld is met ontsteking in plaats van met lucht. Ze zou zelfs vermelden dat enige spoed is vereist. De arts waar het om gaat is echter zo druk door het hele land, dat niet duidelijk is wat enige spoed inhoudt. Wat bij de één een reactie oproept als: kom meteen vanmiddag, kan bij de ander betekenen: over een maand in plaats van over drie maanden. Ze gaf me een afspraak voor over twee weken en toen ik vroeg of ik dan al in Utrecht was geweest, keek ze bedenkelijk en zei: “Ik denk het niet.” Dat schiet natuurlijk niet echt op. Inmiddels loop ik al twee en een halve maand met oorontsteking. Echtgenoot doet trouw drie maal daags druppeltjes in mijn oren en zo blijven we “geduldig” wachten op een oproep uit Utrecht.

Dat het niet goed zit met mijn oor werd duidelijk toen we vorige week met zoon, schoondochter en kleinzoon een dagje naar Wildlands in Emmen gingen. Eerst bezochten we het koude gedeelte en daarna gingen we de jungle in. Achteraf bezien was dat geen goede keus, want voor een groot gedeelte overdekt, zodat geluid niet echt weg kan, maar weerkaatst. De herrie die daar op me af kwam, het krijsen van de vogels, de schrikreacties van mensen als zo’n vogel op hun hoofd of schouder ging zitten, het harde gelach van toeschouwers, plus het normale geroezemoes, het was allemaal teveel. Ik dacht dat ik gek werd. Het is lang geleden dat ik zo hard gelopen heb om weer buiten te komen.

Dan was ik ook nog jarig afgelopen maandag. Ik had de jongens en de familie doorgegeven dat ik het vieren een jaartje oversloeg i.v.m. mijn oor. Daar had iedereen begrip voor en na de ervaring in Emmen was ik blij dat ik dat gedaan had. Niet dat mijn familie krijst, maar lachen en praten doen ze wel graag en veel. Alleen mijn zusje en zwager kwamen, maar dat vond ik eigenlijk alleen maar fijn. Eén op één kan ik aan en zo had ik toch een beetje feestelijk gevoel en werd het nog heel gezellig die dag.

.

UITGEVLOERD

.

We hebben een heerlijk druk lang weekend achter de rug. Het begon al op vrijdag met het doen van de boodschappen. We zouden op zondag de verjaardag van echtgenoot vieren, dus moesten we ook denken aan allerlei lekkere hapjes. Dat is aardig gelukt, mag ik wel zeggen. Volgens mij hadden we genoeg voor een weeshuis. Omdat we heel erg veel in ons hutje zijn geweest het afgelopen jaar, is het bijhouden van ons echte huis er een tikkeltje bij ingeschoten. Als je dan een huis vol verwacht, wil je natuurlijk dat alles er ook netjes uitziet. Ken je dat? Het werd dus niet een kwestie van even snel alles afstoffen en wat rommel weggooien, maar het werd min of meer een grote schoonmaak. Het resultaat was wel dat we weer konden zien wie er op de foto’s staan. De foto’s die staan uitgestald op het dressoir. Ja, wij hebben nog een ouderwets dressoir. We hebben dus echt hard gewerkt de hele zaterdag en ’s avonds hingen we compleet uitgevloerd op de bank. Maar het zag er weer goed uit.

Zondag vierden we dus de verjaardag van echtgenoot, die eigenlijk op maandag jarig was. Hij is 69 geworden. Alle jongens waren er met vrouw en kleinkinderen. Dan hebben we al meteen een huis vol, 14 personen. Mijn zus kwam met twee zwagers. Nee, zij heeft slechts één echtgenoot, maar de andere zwager is de weduwnaar van mijn in 2007 overleden zusje. Ze wonen dicht bij elkaar in Amsterdam, dus hij rijdt altijd met zus en zwager mee. Het werd een buitengewoon gezellige drukte. Toen ’s avonds iedereen weer naar huis was, zaten wij wederom uitgevloerd op de bank.

Het weekend was nog niet voorbij, want op maandag kwamen mijn jongste zusje en zwager. Zij waren zondag verhinderd, omdat hun schoondochter die dag haar verjaardag vierde. Mijn zusje had gezegd dat ze het zo jammer vond er zondag niet bij te kunnen zijn, ze wilde zo graag onze nieuwe kleindochter zien. Toen schoondochter dat hoorde, bood ze onmiddellijk aan om maandag langs te komen, tussen de voedingen door. Superleuk! Uiteraard heb ik niets tegen zusje gezegd. Het moest wel een verrassing blijven. Zusje had drie cadeautjes meegenomen, één voor echtgenoot, één voor mij voor als de kleine meid bij ons zou zijn en één voor de baby zelf. Dat laatste cadeautje had ik op tafel gelegd, zeggende dat ik dat wel de eerstvolgende keer zou geven. Het gezicht van zusje was prachtig, toen tot haar doordrong wie er ‘s middags opeens binnen kwam. Ook deze dag was dus zeer geslaagd. En ’s avonds? Precies.

Na een redelijk rustige dinsdag heb ik vandaag een echte rustdag. Ik hoef niks, geen boodschappen, geen was, helemaal niks. Echtgenoot mag echter wel weer aan de slag. Als het goed is wordt er straks haardhout gebracht en dat moet natuurlijk wel in de opslag terecht komen. Hoewel ik bereid ben in kabouters te geloven, heb ik nooit daadwerkelijk iets van hun bestaan gemerkt. Ik vermoed trouwens dat die blokken hout voor die kleine kabouters een beetje te zwaar zijn. Het opstapelen wordt dus mannenwerk. En vanavond? Precies, maar dan alleen echtgenoot. Denk ik. Hoewel…van een hele dag niets doen kun je ook best heel moe worden. Toch?

.

WACHTEN

.

Het is maandag vandaag, vijf, tien, vijftien. Best een leuke datum om geboren te worden, vind ik. Vorige week heb ik dan ook indringend gefluisterd tegen de dikke buik van schoondochter: “Vijf oktober, vijf oktober, vijf oktober”. Vandaag dus, maar de baby heeft nog geen zin en we moeten maar afwachten wanneer het wel zover is. Praten tegen de buik helpt dus niet, of het is zo lekker warm en intiem in de buik van mama, dat de lust om uit te breken totaal ontbreekt.

Het is niet alleen dat ik de datum leuk vind, nee, er is nog iets waardoor ik het leuk zou vinden als de baby vandaag komt. Echtgenoot en ik zijn vandaag namelijk samen 50.000 dagen oud. Hoeraaaaa! Hoe ik dat weet? Nou oudste zoon is best slim en bovendien in het bezit van een slimme telefoon. Twee slimmigheidjes bij elkaar dus. Samen zijn ze aan het rekenen geslagen en daaruit kwam deze dag naar voren. Grappig, hè?

Morgen vind ik stiekem ook wel een leuke dag, want precies veertig jaar geleden, leerde ik echtgenoot kennen. Het was mijn eerste werkdag op het kantoor waar echtgenoot werkte. Niet op dezelfde afdeling weliswaar, maar hij kwam zich netjes voorstellen toen hij binnenkwam. Het heeft wel een paar jaar geduurd voor we een relatie kregen, maar toen was het ook meteen raak. Over twee weken zijn we 36 jaar getrouwd en het bevalt nog steeds, dus….

Pffft, als de baby nou maar niet wacht tot die datum…..

.

BUITEN DUS

.

Insecten? Ik heb er niks mee en in principe heb ik er ook niets tegen. Dat wil zeggen, zolang ze daar zijn en blijven waar ze horen: buiten. Daar kan ik vol bewondering kijken naar de kunstwerken, gemaakt door spinnen, de prachtige kleuren van sommige kevers en het drukke leven van hele hordes mieren. Ze zullen vast wel ergens nuttig voor zijn en hebben alle recht op leven. Buiten dus. Komen ze mijn huis binnen dan wordt het een heel ander verhaal. Dan verliezen ze, wat mij betreft, elk recht dat ze in eerste instantie hadden.

Echtgenoot is een zeer vredelievend man, moeilijk kwaad te krijgen en van ruzie moet ie al helemaal niets hebben. Maar soms, gelukkig niet zo vaak, komt er een ongekend moordzuchtig wezen in hem naar boven. Ik zal het uitleggen.

Het is donker en we liggen in bed. In het halletje brandt een nachtlampje. Het is hier ’s nachts echt stikdonker en ik zie dan niets. Soms moet ik wel eens mijn bed uit voor een nachtelijk plasje en om dan geen benen of andere onderdelen van mijn lijf te beschadigen, is daar dat nachtlampje. Het grote licht is net vijf minuten uit.

“Mug”, zeg ik.

“Wat?”, zegt echtgenoot verbaasd. Ons hutje is namelijk overal voorzien van horren, juist om dit soort dingen te voorkomen.

“Ik hoor een mug”.

Binnen twee tellen staat echtgenoot naast het bed en is het grote licht weer aan. Zijn blik gaat speurend door de kamer. Niets. Na een paar minuten geeft hij het op. Het licht gaat weer uit en hij kruipt weer in bed. Hè gatver….hij heeft meteen weer een paar ijskoude voeten. Even later…

“Defenitely! Er is een mug.””

Sneller dan de eerste keer staat echtgenoot naast het bed en floept het licht weer aan. Er komen wat minder nette woorden over zijn lippen en hij staart woest in het rond. Deze keer kom ik ook overeind en speur met hem mee. Wederom niets. De muren zijn licht van kleur en je zou toch zeggen dat je een mug dan duidelijk moet kunnen zien. Als hij ergens gaat zitten, natuurlijk. Maar nee, geen mug te zien. Echtgenoot schudt met het dekbed en zwaait met de gordijnen. Nog steeds niets.

“Ik ga maar even plassen”, zeg ik. Als ik terugkom, staat echtgenoot te zwaaien met een krant.

“Mis, verdomme! Ik heb hem gemist.”

“Zag je hem?”, vraag ik onnozel.

“Ja, maar ik miste het kreng.”

Hij was ook meteen weer compleet verdwenen, die mug. Inmiddels pisnijdig, legt echtgenoot de krant op zijn nachtkastje en belooft dat hij net zo lang jacht maakt tot het beest dood is. Ik vind het goed en kruip weer onder de wol. Ik trek het dekbed over mijn hoofd zodat ik het gezoem van het beestje niet kan horen, sluit mijn ogen en zeg welterusten. Vijf minuten later klinkt een enorme vloek. Het beest vond bij mij geen gehoor meer en viel nu echtgenoot lastig. Dat had ie niet moeten doen. Een ferme klap met de krant maakt een einde aan het leven van de mug. Tevreden komt echtgenoot naast me liggen.

“Morgen ruim ik het lijk wel op”, zegt ie. Binnen de kortste keren vallen we in slaap.

Vanochtend heb ik vol bewondering naar de plek op de muur gekeken. Mijn echtgenoot, mijn held, heeft ervoor gezorgd dat wij de rest van de nacht heerlijk hebben geslapen. En die mug? Die speelde met zijn leven vanaf het moment dat ie besloot onze slaapkamer in te vliegen. Ik heb verder niets tegen muggen, zolang ze mijn nachtrust niet verstoren en blijven waar ze horen. Buiten dus.

.