AFSCHEID

.

Bijna vijftien is ze nu, Bindi, onze laatste hond. Ze heeft al heel lang problemen met haar achterpoten, die werken niet altijd even lekker mee. Sinds augustus vorig jaar is ze continu aan de pijnstillers. In eerste instantie werkten die goed en fleurde ze weer helemaal op. Toen stortte ze weer in en kreeg ze zwaardere pillen. Maar het wil niet meer. Ze kan niet meer zelf opstaan en haar ontlasting onder controle houden lukt ook niet al te best. ’s Nachts ligt ze te piepen en janken van frustratie en pijn, omdat ze dan niet bij haar drinkbak kan komen. Gisteren schrok ik echt toen ze opeens hapte naar echtgenoot. Hij wilde haar helpen overeind te komen, maar waarschijnlijk was de pijn te hevig, vandaar de hap. Dit is geen leven voor een hond. Wat het extra moeilijk maakt, is dat ze nog zo graag wil. Zodra ze je ziet begint haar staart heen en weer te zwiepen. Normaal gesproken springt ze dan enthousiast op en loopt je tegemoet. Nu blijft het bij een zwiepende staart en een droevige blik.

Vanochtend heeft echtgenoot de dierenarts gebeld en na goed overleg is besloten om Bindi aan het eind van de middag in te laten slapen. We hebben de hele dag om aan het idee te wennen en afscheid van haar te nemen. Het zal vreemd zijn opeens zonder honden verder te moeten, maar we gunnen Bindi haar rust en wij zullen wel weer wennen aan een leeg huis. Hoop ik.

Misschien bestaat er wel een hondenhemel en komt ze daar Stubby en Sheelah weer tegen. Dat zal een geweldig weerzien zijn, denk ik zo maar eens.

.

DONDER EN BLIKSEM

.

Pfffft, wat was het warm de afgelopen dagen. Ook nu loopt de temperatuur al weer aardig op. De eerste warme nacht werd een ramp. Echtgenoot is normaal al een behoorlijk luidruchtige slaper, maar meestal is een por of twee, drie voldoende om hem te laten draaien en mij de kans te geven om in slaap te vallen. Deze keer echter niet. Echtgenoot sliep bijna naakt en wilde niets over zich heen. Dat is natuurlijk prima, maar voor mij werkt dat niet. Ik wil niet alleen een nachthemd aan, ik wil ook onder het dekbed liggen. We lagen nog maar amper in bed en ik had echtgenoot net gevraagd: “No noise?” of hij begon met zagen. Eerst zachtjes, maar langzaamaan steeds luider en in no time had hij de eerste trap tegen zijn been te pakken. Dit herhaalde zich een paar keer tot ik toch in een lichte slaap viel. Niet voor lang echter. Ik werd wakker van een “elektrische” zaag. Shoot! De rest van de nacht werd ik zo’n beetje elk uur gewekt door de herrie naast me. Het maakte geen flikker uit hoe hij lag, op zijn rug, zijn linker- of zijn rechterzij. Ik was geradbraakt gisterochtend (echtgenoot trouwens ook) en ging om zes uur uiteindelijk mijn bed uit.
Heel voorzichtig stelde echtgenoot later voor: “Zal ik vanavond in het andere kamertje gaan slapen?” Een unieke vraag, want we hebben eigenlijk nog nooit apart geslapen. Ik zei meteen: “Ja, doe maar”.

Het was afgelopen nacht zo mogelijk nog warmer.

Het begon in het begin van de avond al te rommelen in de lucht. Droge donder, noem ik dat. We dachten beide dat de regen uit zou blijven en er geen echt onweer zou komen. Dat zei in eerste instantie de buienradar, maar dat viel tegen. Tegen de tijd dat we naar bed gingen, was het feest in de lucht. Het donderde en bliksemde alsof het niks was. De regen kwam met bakken uit de hemel. De hond had zich bij het eerste gerommel al verstopt onder mijn bureau en kwam daar niet meer vandaan. Even leek het iets rustiger en we gingen naar bed, ieder in zijn eigen kamer. Vreemde gewaarwording. Toen begon het gedonder weer. En hemeltje lief, wat ging het hard. Ik lag te trillen in mijn bed. Thuis ben ik super bang voor onweer, maar hier viel dat mee, hoewel het hier gevaarlijker is dan thuis met al die hoge oude bomen om ons heen. Opeens was daar een dubbele knetterende donder en ik schrok me wezenloos. Toch bleef ik liggen. Het hield echter niet op en uiteraard was het onmogelijk om in slaap te komen. Het onweer zat pal boven ons. Om vijf voor half een ging ik mijn bed uit en liep naar echtgenoot, die natuurlijk ook nog wakker was.

“Verdomme”, zei ik, “nou kan ik evengoed niet slapen en ik kan jou niet eens de schuld geven”. Echtgenoot lachte en zei dat hij dat zelf ook al had bedacht. We zijn maar in de kamer gaan zitten, waar de hond nog steeds verscholen lag. Na een half uurtje gingen we het weer proberen. Wonder boven wonder, het onweer verdween en binnen de kortste keren sliep ik. Een verder ononderbroken nacht, tot echtgenoot me vanochtend wakker maakte om kwart voor acht. Wat een luxe!

.

DAG DRIE

.

Het nieuwe jaar is al bezig met de derde dag. Snel hè? Voor je het weet is het weer dag 365. Hoho Neel, niet zo vlug, we hebben nog 362 dagen voor het zo ver is. Oké, neem me niet kwalijk. Dag drie dus.

We zijn in ons hutje en echtgenoot is druk met het graven van kuiltjes voor wat mooie planten. Het geheel begint al ergens op te lijken en met de nodige buitjes tussendoor krijgen de nieuwe plantjes ook meteen water. We zijn hier maandag al heen gegaan in verband met het knallende geweld van oudejaarsnacht. In principe mag hier op dit park geen vuurwerk afgeschoten worden, dus dat leek ons ideaal voor onze hond, die echt doodsbenauwd is voor de lichtflitsen en harde knallen. Thuis bij ons in het dorp werd er al dagen lang gespeeld met vuurwerk en regelmatig lag ze weggedoken in een hoekje te trillen van ellende. Ze wil dan ook niet naar buiten om haar behoeften te doen. Eén knal is genoeg om haar rechtsomkeer te laten maken. Ze houdt alles rustig 24 uur op als het nodig is. Dat is natuurlijk geen doen. Ons hutje was dus de ideale oplossing.

Maar….

Ons hutje staat in Drenthe. Voel je hem al? Jawel, het carbidschietengebied. Omdat wij daar helemaal geen ervaring mee hadden, hebben wij er bij de keuze voor dit park ook geen seconde aan gedacht. Wie denkt er nou aan iets waar je niets van weet? Wel eens meegemaakt, dat carbid schieten? Ik nu wel. Je hoort geen gewone knallen, nee, het zijn zware doffe dreunen. De hond schrok zich wezenloos bij de eerste dreun en wist niet waar ze het zoeken moest. Er zijn weinig donkere hoekjes in ons hutje, dus de veiligste plek was tussen de benen van echtgenoot of mij. Langzaamaan had ze door dat dit anders was dan thuis. Er waren geen lichtflitsen en dat scheelde enorm. Ze werd rustiger en leek het doffe gedreun min of meer te accepteren. Gelukkig. Ze is zelfs nog buiten geweest om een laatste plasje te doen voor het slapen gaan. Iets wat thuis zeker niet gelukt zou zijn. Dus vind ik ons hutje toch de ideale oplossing.

Dag drie en het gewone leven is voor de meeste mensen weer begonnen. De kinderen zijn weer aan het werk en zien het jaar vol verwachting tegemoet. Wat zal het ze brengen? Ik hoop vooral op veel liefde en gezondheid en misschien wil er wel eentje aan kindjes beginnen. Dat zou ik wel heel erg leuk vinden. Maar ja, dat is iets wat ze zelf moeten willen.

Had ik iedereen al een gelukkig nieuw jaar gewenst? Ja? Nee? Ik weet het niet meer, ik word tenslotte ook al een dagje ouder. Als ik het al gedaan heb, doe ik het gewoon dubbel. Een mens kan nooit genoeg goede wensen krijgen. Toch?

Ik wens voor allen een heerlijk, mooi, warm, gelukkig, liefdevol, maar vooral gezond 2014.

Dat mag toch nog wel op dag drie, hè?

.