GDSD

.

Oftewel: goede dagen slechte dagen. Zo gaat het leven nou eenmaal. Helaas overheersen bij mij de slechte dagen. Hoe dat komt? Wel, ik spaar. Met de huidige rentestand is het logisch dat de slechte dagen in de meerderheid zijn, zou je denken, maar… Het draait niet om geld, nee, ik spaar stenen. Stenen? Ja, stenen. En dan voornamelijk galstenen. Ik heb er al behoorlijk veel en met enige regelmaat dreigt er één te ontsnappen en dat levert bepaald geen fijne gevoelens op. De laatste maanden heb ik af en toe een fikse strijd moeten leveren en nu heeft de huisarts me aangeraden om de galblaas met al die zo zuinig gespaarde stenen te laten verwijderen. Ik wilde daar eerst over nadenken en we vertrokken weer naar ons hutje. Ik heb pijnstillers meegekregen en dacht, het komt wel goed. Maar dat valt tegen. Op pijnstillers wil ik niet leven, dus ik heb besloten om weer naar huis te gaan en toch maar om de verwijsbrief voor de chirurg te vragen. Geen idee hoe lang het dan nog gaat duren, maar het vooruitzicht van dagen zonder pijn en misselijkheid is behoorlijk aantrekkelijk.

Hopelijk vind ik dan ook weer een ritme om weer regelmatig te schrijven en bij anderen langs te komen.

.

Advertenties

INTERN(I)ET

.

Het is toch knap lastig om een goed contact op te bouwen met het internet. Wekenlang werd mijn lapje geweigerd als het om contact vroeg. Het is een paar jaar redelijk goed gegaan hier in ons hutje, maar dit jaar is het een ramp. De man van de technische toestanden is een paar dagen flink aan het klooien geweest maar ook hij kreeg het niet voor elkaar. Slechts twee keer heb ik even contact gehad, toen heb ik ook mijn vorige stukje kunnen schrijven, maar sindsdien nul komma nul. Het gekke is, dat zowel de i-pad als de telefoon van echtgenoot wel contact kreeg en hield, alleen lapje zat in het verdomhoekje. Nu is het met dit mooie weer geen straf om veel buiten te zijn in plaats van binnen bij een laptop, maar toch, het is knap irritant als je iets wil en het gaat gewoon niet. En toen, verrassing. Gisteren kwam opeens de grote baas van de technische zaken langs. Hij had een speciaal kastje voor ons, waar hij uitsluitend ons huisnummer in geprogrammeerd had. Het oude spul, dat in principe goed zou moeten functioneren, heeft hij verwijderd en het nieuwe kastje aangesloten. En zie hier, er is contact. En nu maar hopen dat het blijvend is. Ik houd namelijk niet van interniet. Eigenlijk ook niet van internet, maar ja, dat heb je nou eenmaal nodig tegenwoordig.

Zo, u bent allen in ieder geval op de hoogte van de stand van zaken en ik ga nu snel weer naar buiten, waar mijn boek op me ligt te wachten.

.

GOTEN EN PLANTEN

.

En het is gelukt met die temperatuur. De lente is eindelijk echt gearriveerd. Je ziet weer overal groene puntjes verschijnen aan bomen en struiken en de vogels hebben het druk met sjansen en een nestje bouwen. We zijn momenteel in ons hutje en daar moet ongelooflijk veel aan de tuin gebeuren. We waren al een half jaar niet geweest door baby- en andere omstandigheden, maar nu kunnen we aan de slag. Echtgenoot gaat eerst maar eens de goten goed leeghalen, want daar is in de afgelopen maanden toch nog behoorlijk wat blad gekomen van de grote eik die in de tuin staat. Ook de berk heeft zijn best gedaan en dat levert vooral een berg klein spul op en ja, dat moet er natuurlijk wel uit. De Hortensia’s moeten nog gesnoeid worden en wat planten die de winter niet hebben overleefd moeten worden verwijderd. Dat is natuurlijk jammer, maar geeft ons wel de gelegenheid om weer op zoek te gaan naar nieuwe plantjes. Ook een nieuwe drinkbak voor de vogels moet worden aangeschaft, want die zogenaamde vorstbestendige bakken zijn helemaal niet zo vorstbestendig. De bak die er stond is volledig aan gruzelementen gevroren. We gaan nu voor een soort stalen bak, die ziet er op het plaatje heel mooi uit, dus hopelijk is ie dat in het echt ook. Morgen wordt ie besteld en dan laten we hem bezorgen bij onze jongste, want wij zijn natuurlijk niet thuis. Schoondochter is vrijdag jarig, dan zijn we er toch voor het drinken van een bakkie koffie en het eten van een lekker gebakje (hoop ik) en dan kunnen we hem meteen meenemen.

De baby’s groeien inmiddels allemaal als kool. Het is zo leuk om te zien hoe verschillend ze zijn en toch zie je bij alle drie overeenkomende trekjes. Logisch natuurlijk, het is allemaal familie. De baby’s lijken ook allemaal op de vaders. Kleinzoon Bjorn zag een babyfoto en riep meteen; “Mats!”, maar het was geen foto van Mats het was een foto van zoon R, de papa van Bjorn en Mats. Kleindochter Zoë had precies dezelfde ervaring. Bij de babyfoto van zoon X, haar papa, riep zij meteen dat het Noëmi was, haar babyzusje. Ik vind dat echt heel leuk.
..
Het gaat goed met de goten, dus ik denk dat ik maar even met de Hortensia’s ga stoeien.

.

OEDEEM, VERJAARDAGEN EN MEER

.

Terwijl op tv twee mannen zich helemaal in het zweet rennen om de finale te bereiken bij de Australian Open in Melbourne, kruip ik even voor mijn lapje. Januari is al weer bijna voorbij en ik heb het razend druk gehad met van alles en nog wat, o.a. de nodige verjaardagen en twee maal in de week naar de borstenmevrouw. Daar gaat best veel tijd in zitten. Wie de borstenmevrouw is? Oh, dat is een fysiotherapeute die gespecialiseerd is in oedeemmassage. Sinds december word ik dus gespecialiseerd gemasseerd en dat voelt best goed. Mijn borst is inmiddels bijna gehalveerd in grootte en een stuk soepeler dan ie was, maar we zijn er nog niet, dus gaan we nog even door.

Gisteren was de laatste verjaardag van deze maand. Jongste zoon is nu 35 en dat betekent dat ik me zelf niet meer tot de jongsten mag rekenen. Ja, ik mag het natuurlijk wel, maar ik ben het niet. Dus. Jongste woont momenteel bij zijn schoonvader in en dat is voor hem heel erg fijn natuurlijk, maar de schoonvader woont in een gehucht een end voorbij Emmeloord. Dat is niet echt naast de deur, maar hij vond het toch wel fijn als we zouden komen. En dat hebben we gedaan. We zijn er heen gereden toen het nog licht was, zodat we goed konden zien hoe we moesten rijden en hoe mooi en weids die omgeving is. Toen we weer weg gingen echter, was het donker. En ik bedoel ook echt donker donker, er was geen maan. Voor iemand die nachtblind is, ik dus, een ramp. Er was wel een prachtige sterrenhemel te bewonderen, het was mooi helder weer. Gelukkig ziet echtgenoot een stuk beter dan ik, we zijn dan ook veilig thuis gekomen. Vandaag hebben we een dagje rust.

Morgen houdt een andere zoon een housewarming party. Hij wil iedereen zijn nieuwe huis laten zien. En terecht, het is een prachtig huis en het staat op een heel mooie plek. Alle oudjes, de wederzijdse ouders en diverse ooms en tantes, worden ’s middags verwacht. Het jongere spul komt ’s avonds en omdat ze er echt een groot feest van willen maken en de nodige mensen ook blijven slapen, nemen wij kleinzoon mee naar huis. Die mag een nachtje bij ons slapen. Niet spoken of huilen, maar slapen. Ik hoop dat dat gaat lukken, want hij heeft dan natuurlijk een drukke dag met veel nieuwe gezichten achter de rug, maar ik heb goede hoop. Zondag brengen wij hem dan weer naar huis.

Er was een tijd dat we met enige regelmaat naar ons hutje konden gaan, maar dat heeft er deze maand nog niet in gezeten en of dat komende maand gaat lukken moeten we nog maar afwachten. Oudste zoon en schoondochter moeten volgend weekend darten in Assen en zij gaan dan gebruik maken van het hutje. Dat is voor hen dan weer erg makkelijk. In ieder geval gaan de temperaturen weer omhoog. Het wordt wel wat natter is de verwachting, maar daar heb je binnen geen last van en als je in een hal staat te darten, voel je het ook niet. Dus ik verwacht dat ze daar een prettig weekend hebben.

Hopelijk wordt het de komende tijd wat rustiger en heb ik wat meer zin en gelegenheid om langs te komen of zelf weer iets te schrijven.

.

HUSSELTJE

.

Er valt zo veel te vertellen, dat ik eigenlijk niet weet waar te beginnen, wat in detail kan en mag en wat ik beter oppervlakkig houd. Eerst mijn oor maar even onder handen nemen. Het gaat goed. Zo goed dat Utrecht voorlopig in de ijskast staat. Niet dat dat veel verschil maakt, want ze zijn daar niet zo snel met reageren, maar toch. Ik moet nog steeds druppelen, maar de zes weken antibioticum kuur is eindelijk afgelopen. De snelweg in mijn oor ligt wat verder weg, maar de ruis is er dus nog steeds. Echter, het allerbelangrijkste: de pijn is helemaal weg. Donderdag mag ik weer naar de KNO arts, even horen wat ze mij dan kan vertellen.

Tussendoor mocht ik naar de internist. Zij mat o.a. mijn bloeddruk, vond die aan de hoge kant en besloot dat ik een half uur aan zo’n apparaat mocht hangen. Ik heb nog nooit hoge bloeddruk gehad, zelfs niet tijdens mijn zwangerschappen, maar oké, ik ben de beroerdste niet, dus vorige week woensdag meldde ik mij keurig op tijd bij de balie. Ik moest even wachten, want er lag nog iemand vast. Even later zat ik zelf vast en werd elke vijf minuten mijn bovenarm afgekneld en weer vrij gelaten. Wat nou hoge bloeddruk? De hoogste stand was de beginstand, 153 over 67. Daarna zakte het alleen maar en de laagste stand was 127 over 52. Keurig netjes, zou ik zeggen, niks mis mee. Woensdag gaat de internist me bellen over het resultaat. Kan ze me gelijk feliciteren, want woensdag is echtgenoot jarig. Hij wordt 70. We beginnen nu toch echt bij de oudjes te horen, geloof ik.

Vrijdag mag ik dan naar de oogarts. Jaja, ik word gelijk weer even helemaal doorgelicht. Ach ja, dan hebben we dat ook maar weer gehad.

Na de meting woensdag hebben we de spullen ingepakt om even een paar dagen rust te zoeken in ons hutje. Er werd behoorlijk slecht weer voorspeld, maar dat kon me niet schelen, ik wilde er gewoon even tussenuit. Gelukkig viel het reuze mee met het weer, het bleef voornamelijk droog, maar somber. Gisteren de hele dag harde wind, met af en toe wat regen. Echt heel rustig was het niet, want afgelopen vrijdag zijn naast ons hutje twee kavels klaar gemaakt voor het plaatsen van nieuwe hutjes. Dat betekende een hoop herrie. Er heeft een complete kaalslag plaatsgevonden, er zijn tig bomen omgezaagd en in plaats van naar groen, kijken we nu rechtstreeks naar de hutjes die al verderop staan. Beetje jammer. Heel veel vogels zijn hun rust- en nestplekken kwijt geraakt. Zo zonde. Ook de eekhoorntjes zullen in het vervolg een omweg moeten maken om bij onze voederplaatsen te komen. Ik vind het niet leuk, maar er zat vanochtend wel opeens een buizerd op de vrijgemaakte grond. Voor hem is het wel gunstig, want hij heeft nu beter zicht op muizen en ander klein spul. We zullen er wel aan wennen, denk ik. Hoop ik. Morgen gaan we weer naar huis.

Er is nog meer te vertellen, maar dan wordt dit stuk zo lang, dus dat bewaar ik voor een volgende keer.

.

EN TOEN…

.

…zei de ene arts tegen de andere arts:

“Ik vind dar er geopereerd moet worden.”

“Dat is mijn afdeling, dus dat bepaal ik en ik vind dar er eerst nog een scan (met een heel mooie naam, maar die weet ik even niet meer, kan ik ook niet opzoeken nu, want we zijn in ons hutje) moet plaatsvinden.”

Oh, die boodschap kreeg ik door en ik verheugde me er zeer op om weer met mijn kop in die gezellige smalle opening te mogen liggen. Niet dus.

Ik mocht gedurende vier uur voor de scan niet eten en drinken, met uitzondering van een slokje water. Nou, dat is lekker dan. Goed gedaan om tegen een diabeet te zeggen de lunch over te slaan. De scan was om kwart over drie gepland. Ik meldde me keurig op tijd en vroeg meteen waarom ik nuchter moest blijven. Het antwoord verbaasde me zeer en als ik die reden had geweten, had ik normaal op tijd mijn middagbroodje gegeten. Ze waren namelijk bang dat ik misselijk zou worden van de vloeistof die me zou worden ingespoten en dat ik daarna de boel onder zou kotsen.

“Ik ben niet van de kotserige soort”, was mijn antwoord.

Nee, maar toch, voor de zekerheid, hè. Oh, en die vloeistof kon me ook het gevoel geven dat ik heel erg nodig moest plassen en dat ik het of warm of koud kon krijgen. Leuke dingen bedenken ze toch tegenwoordig. Ik werd er niet warm of koud van en kreeg ook niet het gevoel dat ik nodig moest plassen, het leek eerder alsof mijn blaas vanzelf leegliep. Gelukkig was dat slechts een gevoel.

De afspraak voor de uitslag liep niet helemaal als gepland. De neuroloog kon me nog niets vertellen, want ze kreeg maar geen contact met de vaatchirurg. Waarom bel je me dan niet even, had ik gewoon thuis kunnen blijven. Onverrichter zake weer naar huis. Ze zou me bellen zodra ze wat wist. Dat telefoontje kwam toen we niet thuis waren, op een zaterdag. De vaatchirurg zou contact met me opnemen zodra mijn geval in de groep gegooid was. In ieder geval na woensdag. Helaas zei ze er niet bij welke woensdag. We hoorden dus niets en na een paar weken hebben we zelf maar contact gezocht.

Ja, nee, de dokter gaat u bellen.

Leven in onzekerheid is zo niet fijn!

Eindelijk kwam het verlossende telefoontje. Ik hoef voorlopig niet geopereerd te worden. De tia was al te lang (twee maanden) geleden en omdat die operatie niet zonder risico is, wachten ze gewoon op een volgende tia. Is dat fijn? Of is dat fijn?

Inmiddels was ik ook al twee keer voor borstcontrole in het ziekenhuis geweest. Eerst bij de afdeling chirurgie en daarna bij de bestralingsarts. Beiden hebben me voorlopig goedgekeurd, al moet ik vijf jaar lang onder controle blijven. Het eerste jaar elke drie maanden, daarna twee keer per jaar.

Ondertussen was echtgenoot door gestuurd naar de uroloog in verband met een oude mannen kwaal. Niet dat echtgenoot oud is, maar toch. Die uroloog houdt echt van zijn werk en wilde echtgenoot een zeer onprettig onderzoek laten ondergaan. Dat is vorige week gebeurd en dat onderzoek is gelukkig gunstig afgelopen. Tenzij eerder klachten ontstaan hoeft hij pas volgend jaar terug te komen. En dat is uiteraard zeer goed nieuws.

.

VERSTANDIG

.

Het is dinsdag, de bestraling is geweest en echtgenoot en ik zitten wat te praten tot we voor de controle bij de arts terecht kunnen. Niets aan de hand. Na een kwartiertje word ik geroepen en natuurlijk is de eerste vraag van de dokter: “Hoe gaat het, heb je last van de bestralingen?” Ik wil antwoorden en probeer dat ook, maar mijn tong werkt niet helemaal mee. Voor mijn gevoel sta ik gewoon te brabbelen en kijk naar echtgenoot voor hulp. Hij heeft echter niets in de gaten en ook de dokter kijkt niet vreemd. Hè, verbeeld ik het me dan? Ik haal diep adem en begin opnieuw, nu gaat het goed gelukkig. Het gebrabbel duurde slechts tien, hooguit vijftien seconden. Al snel vergat ik het.

Als we thuiskomen doe ik de deur van het slot en ga naar binnen. Meestal loop ik meteen door om mijn jas op te hangen. Nu blijf ik staan, want ik zie een klein zwart beestje op de muur. Ik dacht een spinnetje, maar ik zie slechts zes pootjes. Ik wacht op echtgenoot en vraag aan hem wat het is. Dan vallen mijn sleutels op de grond. Ik buk om ze te pakken, maar dat lukt niet. Mijn hand doet niets, er is geen beweging in te krijgen. Echtgenoot staat verbaasd te kijken.

“Ik kan mijn sleutels niet pakken”, zeg ik, zelf ook verbaasd. Hij bukt zich en raapt de sleutels voor me op. We kijken naar mijn hand die opeens heen en weer zwaait. Ik heb er totaal geen controle over, sta er bij en kijk er naar. Alsof het mijn hand niet is. Heel vreemd. Na een minuut is het weer normaal, ik pak mijn sleutels aan en ga mijn jas ophangen. Omdat het al vrij laat is, gaan we eerst een boterham eten.

Na het eten ga ik toch even op google kijken en zoek op het plotseling uitvallen van de rechterhand. Ik kom terecht bij de beschrijving van een tia. Daar stond ook van het plotseling vreemd praten. Onder al die mogelijke verschijnselen die werden beschreven, stonden er dus twee die ik op één dag heb gehad. Als toevoeging stond er dan ook nog: Heeft u één of meerdere verschijnselen gehad, neem dan onmiddellijk contact op met de huisarts. Shit, daar heb ik nu echt geen trek in. Ik wacht minstens een half uur, maar ben dan toch zo verstandig om echtgenoot te vertellen wat ik heb gelezen. Hij belt meteen de huisarts.

Diezelfde middag moet ik komen, precies uitleggen wat er gebeurde en een neurologisch onderzoekje ondergaan. Zij denkt inderdaad dat het een tia is geweest en verwijst me meteen door naar de neuroloog. De volgende dag mag ik al komen. ’s Morgens dus eerst naar Almere voor de bestraling, dan gauw naar huis voor een boterham en daarna weer door naar het ziekenhuis in Lelystad. Daar hebben we bijna drie uur doorgebracht. Opnieuw een neurologisch onderzoek, een echo van de halsslagader en een hartfilmpje. De dokter is er van overtuigd dat het een tia is geweest en eigenlijk wil ze ook meteen een MRI scan van de hersenen laten maken, maar die wil ze niet tijdens de bestralingen doen. Dat is veel te belastend. Dat wordt dus 1 april en dat is geen grapje. Terwijl de baliedame de MRI regelt, komt de dokter nog even naar me toe en meldt dat ze ook een MRA wil van de hals. Welja, toe maar, anders verveel ik me toch maar. De MRA mag dan weer niet gelijk met de MRI dus dat wordt 6 April.

Er staan me dus nog wat letters te wachten, maar eigenlijk heb ik meer behoefte aan rust, want ik ben zo moe van alles. We zijn al drie maanden niet naar ons hutje geweest en dat is gewoon niet leuk. Stiekem denk ik: had ik maar niet aan echtgenoot verteld wat ik heb gelezen, dan hadden we na de laatste bestraling gewoon kunnen inpakken en wegwezen. Maar nu… verstandig zijn is lang niet altijd de prettigste keuze.

.