AARDIG

.

De afspraken vorige week gingen gewoon door. Of de operatie door zou gaan was niet bekend. Bij het opname-loket heb ik voor elkaar gekregen toch op de opnamelijst voor 6 november geplaatst te worden, maar zonder garantie.

Afgelopen vrijdag had ik nog steeds niets gehoord en ging dus een onrustig weekend tegemoet. Slapeloze nachten en gefrustreerde gedachten. Zaterdagmiddag bracht een beetje afleiding. Kleindochter Zoë was ziek en wij mochten een paar uurtjes oppassen. Normaal is ze een kleine stuiterbal, maar deze middag zat er weinig leven in. Ze had over de 39 graden koorts en wilde helemaal niets, alleen maar op de bank liggen. Zelfs haar altijd bezige mondje bleef stil. Gelukkig vertelde zoon X ons later die avond, dat ze weer aan het opknappen was. De koorts daalde en ze had zelfs gegeten.

Maandagochtend heb ik het ziekenhuis gebeld om te horen of de operatie nou wel of niet door zou gaan. Dat was nog steeds niet bekend, want de curator besliste per dag wat wel en niet mocht doorgaan. Ik zou in ieder geval gebeld worden. Nog langer wachten. Om kwart over twee ging de telefoon. Ik schrok meteen op, dat moest het ziekenhuis zijn. Maar nee, het was mijn zwager om te vertellen dat het met mijn zusje niet zo lekker ging. Ze was al tijden aan het stoeien met maagklachten, pijn op de borst en hoesten, hoesten en meer hoesten. Vorige week nog dacht de dokter dat ze een longontsteking had, maar een antibioticum haalde niets uit. De longfoto’s werden nog eens bestudeerd en hij kwam tot de conclusie dat het misschien wel iets anders zou kunnen zijn. Wat? ja, dat kon hij niet meteen zeggen, maar op korte termijn krijgt zusje een MRI-scan die meer duidelijkheid zou moeten geven. Angstige wachttijd dus weer voor haar.

Om half vier ging wederom de telefoon en nu was het wel het ziekenhuis met de geweldige mededeling dat de operatie door gaat. Straks om elf uur moet ik me melden en de operatie staat gepland voor half één. Is dat mooi snel of niet? De onrust in mijn lijf werd meteen een stuk minder en misschien ben ik nu bevooroordeeld, maar ik vind de curator best aardig…denk ik.

.

Advertenties

VAN KLEINDOCHTER EN FYSIO

.

En hoe is het nu met Noëmi? Na een paar dagen in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis, het leek een stuk beter te gaan. Vorige week ging het echter weer mis en moest ze wederom een nacht in het ziekenhuis blijven. Als ouders schrik je je iedere keer wezenloos, maar ook bij de grootouders gaan die dingen niet in de koude kleren zitten. Het houdt je constant bezig, maar je wilt ook niet elke vijf minuten bellen om te horen of het al iets beter gaat. Maar na die laatste nacht in het ziekenhuis wilde ik haar toch echt even met eigen ogen zien en vasthouden. Gelukkig was me toen duidelijk dat het echt beter met haar ging. Ze maakte oogcontact met me, iets wat ze voor die tijd nog niet had gedaan en ze lachte zelfs naar me. Bovendien hebben we samen een goed gesprek gevoerd. Zo’n gesprek dat je alleen kunt voeren met een 10 weken oude baby. En het voelde goed. Godzijdank. Volgens zoon X is ze nog wel wat onrustig, maar verder gaat het goed.

Even iets heel anders.

Heb je wel eens spierpijn gehad? Dat kan best heel pijnlijk zijn, nietwaar? Maar wist je dat er tussen je ribben spiertjes zitten? En dat die buitengewoon pijnlijk kunnen zijn? Ik wist het niet, maar inmiddels ben ik volledig op de hoogte. Het zijn spiertjes die je nachtenlang uit de slaap kunnen houden. Je kunt in geen enkele houding meer liggen en van pure ellende ga je dan je bed maar weer uit. Eerst denk je nog dat je een verkeerde beweging hebt gemaakt en dat het vanzelf wel weer over zal gaan. Helaas werkte dat niet zo. De nachten werden steeds korter en uiteindelijk, na ruim een week klooien, besloot ik toch maar naar de dokter te gaan. Ik kreeg pijnstillers, moest urine inleveren en moest een echo laten maken. Dit om eventuele nier- of leverproblemen uit te sluiten. Beide uitslagen waren goed gelukkig, maar dat haalde het probleem niet weg. De dokter vermoedde dat het toch met spieren te maken had en stuurde me naar de fysio, een man met behoorlijk stevige handen. Hij wist feilloos de pijnlijke spieren te lokaliseren en verraste me met de mededeling dat het spiertjes tussen de ribben zijn. Oh, oké, heb ik daar ook al spieren? Door de fybro had ik al kennis gemaakt met meer spieren dan me lief is en daar komen deze dus weer bij. Dit zijn verreweg de pijnlijkste spieren die je kunt hebben, kan ik je verzekeren. De man heeft me inmiddels vier keer stevig onder handen genomen en het helpt. Ik slaap al een week zonder pijnstillers en heb afgelopen nacht zelfs bijna zeven uur aan één stuk geslapen. Het vreemde van dit hele verhaal is trouwens, dat ik overdag nergens last van heb, hooguit als ik net uit bed ben een licht gezeur, maar daar kan ik heel goed mee leven. Ook dit gaat dus de goede kant op.

.

RS VIRUS

.

Pasgeboren baby’s zijn kwetsbaar, dat weet iedereen. Als een baby al een iets moeilijker start heeft dan is hij/zij extra kwetsbaar. Onze kleindochter Julia doet het goed, ze groeit, eet en poept als de beste, maar bij kleindochter Noëmi loopt het allemaal niet zo lekker. Ze had natuurlijk al een paar weken minder buiktijd, dat geeft al een kleine achterstand, maar ze werd al snel verkouden.

“Dat gaat wel weer over”, zei de dokter. Dokters weten echter ook niet alles en het ging niet over, het werd alleen maar erger. Afgelopen zaterdag belde zoon X om te laten weten dat Noëmi in het ziekenhuis lag en een nachtje moest blijven ter observatie. Dat was wel even schrikken. Zondag werd ze echter al ontslagen, de nacht was redelijk goed verlopen en met wat medicijnen moest het thuis ook goed gaan.

Maar het ging niet goed. Gisteren belde X weer om te vertellen dat ze wederom in het ziekenhuis lag en nu wat langer moest blijven. Alleen niet in het ziekenhuis in Almere, want daar was opeens geen plaats voor haar, maar in een ziekenhuis in Blaricum. Daar is ze met een ambulance naartoe gebracht. Ze blijkt het RS virus te hebben. Hoe lang het gaat duren, weet ik niet, in ieder geval een aantal dagen.

Ik heb begrepen dat dat virus vanzelf overgaat, dat wil zeggen, bij een milde vorm. Een kindje hoeft dan ook niet naar het ziekenhuis. Bij Noëmi is een milde vorm over gegaan in een niet zo milde vorm. Zoon heeft de nacht in het ziekenhuis doorgebracht en maar weinig geslapen natuurlijk, maar hij zei dat Noëmi redelijk door de nacht was gekomen. Ik had liever gehoord dat ze de nacht goed was door gekomen, maar helaas, lieverkoekjes worden niet gebakken, zei mijn moeder altijd. Voorlopig is afwachten het enige wat we nu kunnen doen.

.

WACHTEN

.

Wat een prachtige dag is het vandaag. Een volle zon aan een lichtblauwe hemel maakt de dag heerlijk licht. Ik denk dat de baby heeft gewacht tot het weer zou opknappen, want op 5 januari in alle vroegte is geboren: Julia Roos. Een heel mooi meisje van bijna zeven pond. Zoon L en schoondochter A zijn de superblije ouders van dit kindje. En wij zijn natuurlijk de superblije grootouders. Julia is ons zevende kleinkind. Hoe rijk kan een mens zijn?

Onze oudste kleindochter viert vandaag haar achtste verjaardag. Ze is eigenlijk in december al jarig geweest, maar dan is het altijd al zo’n drukke periode. Vanmiddag gaan we dus gezellig naar haar feestje.

Jaren geleden heb ik het maken van goede voornemens voor een nieuw jaar afgeschaft. Er kwam toch nooit iets van terecht. Als je besluit dat er iets moet veranderen of verbeteren dan moet je dat meteen doen en niet wachten tot 1 januari. Dit jaar ben ik daar toch van afgeweken door me voor te nemen alleen nog voor controles een arts te bezoeken. Wel, dat voornemen is al volkomen mislukt. Misschien dat ik daar later op terug kom.

Nu eerst maar even een boterham eten en daarna richting Almere.

.

VOLLE WEEK

.

Er zijn van die weken die simpelweg voortkabbelen en dan opeens is er een week waar van alles tegelijk in gebeurt. Afgelopen week dus.

Het begon al op zaterdag met een babyshower voor schoondochter A. Zij wist van niets en was op stap met twee nichtjes, naar P.renatal. Rond drie uur zouden die nichtjes ervoor zorgen dat ze weer thuis kwam, alwaar dan een heleboel vrouwen op haar zaten te wachten. Oké, ze waren iets later thuis, maar de kamer was gevuld met twintig vrouwen en vijf kinderen. Haar mond viel open en ze kon zich wel voor de kop slaan, omdat ze helemaal niets gemerkt had van de voorbereidingen. Het werd een buitengewoon gezellige middag en schoondochter is ongelooflijk verwend met allerlei leuke babydingetjes. Missie geslaagd.

Maandag moesten we vroeg op om vanaf negen uur bij zoon R en schoondochter N op Bjorn en Mats te passen. De hele dag, met in ons achterhoofd de gedachte aan schoondochter L, die zich diezelfde ochtend vroeg in het ziekenhuis moest melden om te kijken hoe het stond met de zwangerschap. Of ze al dan niet ingeleid zou worden en ja, dat maakt zo’n dag toch extra spannend. Hoewel ik bang was dat die dag erg lang zou duren, (want hoe houd je een driejarige en een baby de hele dag rustig terwijl je toch regelmatig met je hoofd ergens anders bent?) is hij omgevlogen. Het was slecht weer en Bjorn gaat graag met opa naar buiten om te wandelen, maar dat ging even niet. En toch hebben we ons heel erg vermaakt met van alles en nog wat en voor we er erg in hadden, was het vijf uur en kwam schoondochter thuis. Wederom missie geslaagd.

En dan een heel spannende dinsdag. Al vroeg had ik contact met zoon X die zich met schoondochter L in het ziekenhuis bevond. Bij de geboorte van Zoë waren we aanwezig, maar deze keer wilden ze de bevalling met z’n tweeën beleven. Volkomen begrijpelijk, maar hé, ik wilde van elke cm ontsluiting op de hoogte zijn. Goed, dat is natuurlijk niet helemaal gelukt, maar wij zaten eigenlijk al vanaf het eerste berichtje die dag in de startblokken om naar het ziekenhuis te gaan. Wasmachine aanzetten wilde ik niet, want veronderstel dat… Heb ik al eens verteld hoe slecht ik ben in wachten? Vast wel en ook deze dinsdag ging het me slecht af. De hele ochtend kwam L niet verder dan twee cm ontsluiting. Damn! Dat schoot niet echt op. Toch maar thuis een boterham eten dan, want het kon nog wel een tijd duren. Boterhammen op en echtgenoot ging een rondje lopen met Renner. Hij was amper de deur uit toen X belde met de mededeling: “Stap maar in de auto.” Yes! Maar nu moest ik nog wachten tot echtgenoot weer terug kwam, pfff, volgens mij duurde het rondje deze keer extra lang. Eindelijk was het zover, we mochten mee naar de afdeling. X en L wilden eerst even samen met Zoë bij de baby zijn en toen mochten de oma’s en opa mee. Wat een mooi poppetje lag daar bij een stralende mama op bed. Het laatste half uur was het opeens heel erg snel gegaan en om 11.54uur is ze geboren: Xenna-Mae Noëmi. Een bijzondere naam voor een bijzonder kind. Ook deze missie is geslaagd.

Om de week nog even vol te maken, donderdag was echtgenoot jarig. Hij was echter, net als ik, behoorlijk moe van de voorgaande dagen en had absoluut geen zin in bezoek die dag. Ik vond het prima, dat gaf ons mooi de gelegenheid om ’s middags even naar X en L te gaan. We wilden graag nog een keer onze nieuwe kleindochter bewonderen en uiteraard beschuit met muisjes eten. Dat is gelukt en echtgenoot was volledig tevreden met deze invulling van zijn verjaardag. Al met al een zeer geslaagde week dus.

.

BEZIG

.

Twee jaar geleden was het een spannende dag op 18 oktober, maar die spanning resulteerde in een prachtige dochter voor zoon X en zijn vrouw L. En wij kregen er een prachtige kleindochter bij. Prachtig is ze nog steeds en zal ze in onze ogen ook altijd blijven.

Afgelopen zaterdag werd haar verjaardag gevierd en ze is weer mateloos verwend. Aan de oproep van zoon om iets voor haar te schrijven of tekenen is enthousiast gehoor gegeven. Mijn bijdrage heeft zich tot nu beperkt tot het schrijven van een gedicht voor de tweejarige Zoë, maar ik zeg er meteen bij dat een brief voor de achttienjarige Zoë in de maak is.

Het was heerlijk weer zaterdag en veel gasten waren dan ook in de tuin. Ik was daar ook en zat met kleinzoon Bjorn aan een mini tuintafel. Achter mij lag Zoë languit op de grond, zich totaal niet bekommerend om het schoonhouden van haar kleren.

“Zoë, wat ben je aan het doen?” vroeg ik.

“Ik ben bezig” was het parmantige antwoord.

“Oh, oké, waar ben je mee bezig?”

Ze liet me een minuscuul klein steentje (ja, dat is driedubbel op, maar het was dan ook niet groter dan haar vingertopje) zien en zei “kijk” en begon te graven in de aarde. Graven is natuurlijk een groot woord in dit geval, maar twee tellen later hield ze triomfantelijk een superdun takje van zo’n drie centimeter lang omhoog. Haar gevonden schat. Ze probeerde het rechtop in de grond te duwen, wat niet meteen lukte natuurlijk. Ze gooide het aan de kant met een blik van “nou, dan niet” en ging verder met haar graafwerk. Even later had ze er genoeg van, veegde haar handjes schoon aan haar broek en ging naar binnen. Ze kwam terug met haar mooiste verjaardagcadeau, een step, versierd met afbeeldingen van Woezel en Pip. Vrolijk lachend stepte ze de tuin door.

Nog zestien jaar steppen tot ze achttien is. Ik hoop van harte dat wij erbij mogen zijn als het zover is. Dan zijn echtgenoot en ik allebei zesentachtig jaar. Dat moet haalbaar zijn, toch?

.

RENNER EN MEER

.

WOW! Ben ik even snel. Al na negen dagen weer een nieuw stukje. Goed bezig, hè?

Het gaat goed met Renner, hij is al aardig gewend bij ons en reageert goed op zijn naam. Dat betekent echter niet dat hij ook meteen komt als ie wordt geroepen. Nee, hij blijft op twee meter afstand afwachtend naar je kijken met een blik van: wat wil je van me. Hij vindt het (nog) niet echt fijn om opgepakt te worden en dat vind ik dan weer heel erg jammer. Het is zo lekker om door die zachte vacht te woelen, terwijl hij rustig op je schoot ligt, maar dat wil dus nog niet erg lukken. Terwijl ik hier nu bij mijn lapje zit, ligt hij naast me op de grond, rustig om zich heen kijkend en af en toe plat met de oogjes dicht.

Jongste zoon heeft eindelijk de sleutels van zijn nieuwe huis en is anderhalve week druk bezig geweest met schilderen en vloeren leggen. Het is een prachtig huis geworden al zijn er nog wat dingetjes niet helemaal goed afgeleverd, maar dat komt uiteindelijk vast wel goed. Vandaag vindt de grote verhuizing plaats. Hij is echt super blij. Tien maanden bij je schoonvader wonen, gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Zelfs niet als je goed met elkaar overweg kunt. Maar het fijnst is toch als je samen met je vrouw in je eigen huis kan trekken en daar de komst van je eerste kindje mag afwachten. Nog ruim tweeëneenhalve maand en dan is het zover.

Komende woensdag wordt kleindochter Zoë twee jaar en dat gaan we a.s. zaterdag al vieren. Zoon heeft aan iedereen gevraagd om een soort brief aan haar te schrijven, of een gedichtje. Een tekening maken mag natuurlijk ook, maar dat is zeker niet mijn sterkste punt. Het is de bedoeling dat alle briefjes in een kistje gaan en dat krijgt ze dan als ze achttien wordt. Je kan dus iets doen voor de tweejarige Zoë of iets voor de achttienjarige Zoë. Of beide. Ik zit met verschillende ideetjes in mijn hoofd, moet ze alleen nog op papier zien te krijgen. Dat gaat vast wel lukken. Hoop ik.

.