ENERVEREND

.

Dertien jaar geleden begonnen zoon R en zijn (toen nog) vriendin N aan een jaar backpacken in Australië. Het was een bijzonder jaar waarin ze met heel veel nieuwe dingen in aanraking kwamen en heel veel nieuwe mensen hebben ontmoet. Zoon is heel makkelijk in de omgang en praat met iedereen die met hem wil praten. N was altijd iets terughoudender, maar dat is in de loop der jaren aardig bijgetrokken. Ze hebben tijdens hun reis o.a. kennis gemaakt met een paar jongens uit België. Ze hebben samen opgetrokken in dat vreemde, voor hen nieuw te ontdekken land. Ze werden vrienden. Deze vriendschap bestaat nog steeds en afgelopen weekend was er een feestje in België waar zowel R als N graag naar toe wilden en wat doe je dan? Je vraagt je ouders om een weekend op de kinderen te passen. Natuurlijk zeggen die ouders dan ja, want wat is er leuker dan een weekend samen met de kleinkinderen? Wel, na afgelopen weekend kan ik best wel iets bedenken.

Hoezo dat, vraag jij je natuurlijk af en dat snap ik, maar ik zal het uitleggen. Het begon al zaterdagochtend met een berichtje dat Mats, inmiddels tien maanden, niet erg lekker was. Hij had koorts, maar ze wisten niet waar hij last van had, misschien gewoon de tandjes. Oké, we zien wel hoe het gaat. N twijfelde hevig, moest ze thuis blijven of zou ze toch gaan? Zo’n anderhalf uur later dan gepland vertrokken ze toch.

Mats was huilerig en zat echt niet lekker in zijn vel, dus veel op schoot. In dit geval meer bij mij dan bij echtgenoot. Hij is het eerste kleinkind dat niet naar zijn opa trekt, een geheel nieuwe ervaring. Maar Mats is behoorlijk stevig met zijn 10 maanden en mijn armen zijn niet echt in staat om hem lang te tillen, bovendien is hij nogal beweeglijk. Dus krijsen als hij bij opa terecht kwam en ik even uit beeld verdween om zijn fles te maken. Slapen werd een ramp, het was huilen, huilen en nog een beetje meer huilen. Troosten werkte wel, maar als ik hem weer neerlegde begon hij opnieuw. Gelukkig is Bjorn een heel goede slaper en is hij niet één keer wakker geworden van zijn kleine broertje. Nee, Bjorn kwam om half twee om te plassen. Wij waren pas half in slaap, want Mats was nog maar net een half uurtje stil. Maar goed, Bjorn laten plassen en weer naar bed gebracht. Hij slaapt meteen. Nu wij nog. Af en toe klinkt een zacht gejengel, maar uiteindelijk vallen wij ook in slaap. Tot kwart voor vijf. Mats is wakker en begint meteen te huilen, niet zachtjes, maar voluit. We halen hem uit zijn bedje en leggen hem bij ons in bed. Hij zakt weer weg en wij doezelen een beetje. Echt slapen lukt niet meer. Om kwart voor zes ga ik uit bed, echtgenoot blijft bij Mats. Hij komt een half uur later met Mats op zijn arm. Ik maak meteen een fles klaar. Terwijl echtgenoot Mats de fles geeft, horen we geluiden boven. Bjorn is wakker. Ik ga naar boven en zie mijn grote, bijna vierjarige kleinzoon aangekleed op de grond zitten, bezig zijn sandalen aan te doen. Hij heeft zelf kleren uit de kast gepakt en kijkt me stralend aan. Stoer joch! Samen gaan we naar beneden.

N had gezegd dat Mats na zijn ochtendfles graag nog een uur of twee slaapt. Goed plan. Het lukt vandaag alleen niet echt. Om een uur of negen geef ik hem een fruithapje en hij lijkt iets vrolijker. Eventjes. De ochtend sleept zich echt voorbij, met een huilende baby en een grote kleinzoon die ook echt wel aandacht wil. Om twaalf uur maak ik eerst een broodje voor Mats en Bjorn. Mats heeft niet echt zin, maar Bjorn eet achter elkaar twee boterhammen en drinkt een glas melk. Dan maak ik nog een fles voor Mats, geef hem daarna nog een schone luier en breng hem weer naar bed. En na een heel kort gejengel is hij stil. En hij blijft stil. Yes! Eindelijk. Hij slaapt nog steeds als R en N thuiskomen om kwart over drie.

Ons weekend was dus nogal enerverend en bovenal zeer vermoeiend, niet zoals wij het ons hadden voorgesteld. Maar hé, R en N hebben genoten van hun weekend en dat was tenslotte de bedoeling.

.

Advertenties

VAN KLEINDOCHTER EN FYSIO

.

En hoe is het nu met Noëmi? Na een paar dagen in het ziekenhuis mocht ze weer naar huis, het leek een stuk beter te gaan. Vorige week ging het echter weer mis en moest ze wederom een nacht in het ziekenhuis blijven. Als ouders schrik je je iedere keer wezenloos, maar ook bij de grootouders gaan die dingen niet in de koude kleren zitten. Het houdt je constant bezig, maar je wilt ook niet elke vijf minuten bellen om te horen of het al iets beter gaat. Maar na die laatste nacht in het ziekenhuis wilde ik haar toch echt even met eigen ogen zien en vasthouden. Gelukkig was me toen duidelijk dat het echt beter met haar ging. Ze maakte oogcontact met me, iets wat ze voor die tijd nog niet had gedaan en ze lachte zelfs naar me. Bovendien hebben we samen een goed gesprek gevoerd. Zo’n gesprek dat je alleen kunt voeren met een 10 weken oude baby. En het voelde goed. Godzijdank. Volgens zoon X is ze nog wel wat onrustig, maar verder gaat het goed.

Even iets heel anders.

Heb je wel eens spierpijn gehad? Dat kan best heel pijnlijk zijn, nietwaar? Maar wist je dat er tussen je ribben spiertjes zitten? En dat die buitengewoon pijnlijk kunnen zijn? Ik wist het niet, maar inmiddels ben ik volledig op de hoogte. Het zijn spiertjes die je nachtenlang uit de slaap kunnen houden. Je kunt in geen enkele houding meer liggen en van pure ellende ga je dan je bed maar weer uit. Eerst denk je nog dat je een verkeerde beweging hebt gemaakt en dat het vanzelf wel weer over zal gaan. Helaas werkte dat niet zo. De nachten werden steeds korter en uiteindelijk, na ruim een week klooien, besloot ik toch maar naar de dokter te gaan. Ik kreeg pijnstillers, moest urine inleveren en moest een echo laten maken. Dit om eventuele nier- of leverproblemen uit te sluiten. Beide uitslagen waren goed gelukkig, maar dat haalde het probleem niet weg. De dokter vermoedde dat het toch met spieren te maken had en stuurde me naar de fysio, een man met behoorlijk stevige handen. Hij wist feilloos de pijnlijke spieren te lokaliseren en verraste me met de mededeling dat het spiertjes tussen de ribben zijn. Oh, oké, heb ik daar ook al spieren? Door de fybro had ik al kennis gemaakt met meer spieren dan me lief is en daar komen deze dus weer bij. Dit zijn verreweg de pijnlijkste spieren die je kunt hebben, kan ik je verzekeren. De man heeft me inmiddels vier keer stevig onder handen genomen en het helpt. Ik slaap al een week zonder pijnstillers en heb afgelopen nacht zelfs bijna zeven uur aan één stuk geslapen. Het vreemde van dit hele verhaal is trouwens, dat ik overdag nergens last van heb, hooguit als ik net uit bed ben een licht gezeur, maar daar kan ik heel goed mee leven. Ook dit gaat dus de goede kant op.

.

GEWOON LEUK

.

De twee jongste zonen hebben vrijwel tegelijker tijd hun huis verkocht en dat ging redelijk snel. Nou is het natuurlijk heel fijn als je snel je huis verkoopt, maar dan moet je toch een alternatief hebben, waar je zelf heen kunt. De jongste ging voor nieuwbouw in Emmeloord. Dat betekent echter, dat hij nog bijna een jaar moet wachten tot hij daar in kan. In januari moet hij zijn huis uit en hij heeft een tijdelijke, goede plek gevonden bij zijn schoonvader, die het heel gezellig vindt om zijn dochter een tijd om zich heen te hebben. De ander moest al in september zijn huis verlaten en ook hij kon tijdelijk intrekken bij zijn schoonfamilie, met tussendoor af en toe een paar dagen bij ons. Dat was voor ons heel erg leuk, want dat betekende steeds een paar dagen met kleinzoon. Zij moesten namelijk al eind september hun huis verlaten. Ze hadden echter al een ander huis op het oog en daar hebben ze onmiddellijk werk van gemaakt. Met succes. De overdracht zou begin januari plaatsvinden. Tot hun grote vreugde werd dat vervroegd en heeft die gisteren al plaats gevonden. Dat betekent voor ons dat vandaag de laatste keer is dat ze hier slapen. Morgen gaan ze al verhuizen en mogen wij nog één dag heerlijk genieten van onze kleinzoon. Zodra in het nieuwe huis alles op orde is, gaan wij hem brengen en ziet hij voor het eerst waar hij voortaan mag slapen. Ik ben zo benieuwd hoe hij op weer een nieuwe situatie gaat reageren. Het afwisselend logeren bij de verschillende opa’s en oma’s is al behoorlijk ingrijpend voor zo’n klein manneke, maar dat is na morgen dus afgelopen. Ik hoop van ganser harte dat ze super gelukkig worden in hun mooie nieuwe huis.
.

VAN LEUK NAAR MINDER LEUK

.

Vorige week een onverwacht leuk weekend gehad. Op donderdag belde zoon: “Waar zijn jullie?” Een makkelijke vraag. “In ons hutje.” Volgende vraag: “Willen jullie je kleinkind zien?” Deze vraag was nog makkelijker. “Duhhuh, wat denk je zelf?” “Oké, dan komen we morgen een nachtje logeren.”

We hadden hem nog maar net een paar dagen eerder op zijn tweede verjaardag gezien, Maar een kleinzoon kun je niet vaak genoeg zien. Toch?

Vrijdagochtend werd het gras gemaaid, waardoor een mooi speelveld ontstond. Zouden we het eindelijk kunnen gebruiken waarvoor het bedoeld is? Ja, dat kon. Voetballen met papa en opa, door mama geduwd crossen met je loopfiets, het kon allemaal. En hij genoot. En wij genoten dubbel. Het slapen was even lastig, maar lukte uiteindelijk ook toen hij eenmaal doorhad, dat papa en mama bij hem zouden slapen. De volgende dag was het wederom feest, het weer werkte mee en we hebben de hele dag heerlijk spelend en in de open serre doorgebracht. ‘s Avonds gingen ze weer naar huis. Ze waren nog geen tien minuten weg toen er een berichtje binnen kwam. Met foto. Kleinzoon, volledig uitgevloerd en slapend in zijn stoeltje op de achterbank. Ze hadden het heerlijk gevonden en willen het snel nog eens over doen. Ik zeg: doen!

Maar toen.

Mijn oor zat al een paar dagen dicht. Dat is in principe geen probleem, meestal lost zich dat vanzelf weer op en als het lang duurt, moet mijn oor worden uitgespoten. Zo niet deze keer. Op dinsdag kreeg ik oorpijn. Woensdag werd dat erger, zo erg dat de hele omgeving van mijn oor pijn deed. De nacht van woensdag op donderdag heb ik nauwelijks geslapen, want ik kon niet op dat oor liggen. Ik was geradbraakt donderdag. Alles deed zo’n pijn, dat ook eten een probleem werd. Drinken ging nog, maar iets kauwen was een ramp. Echtgenoot zocht contact met een huisarts in een dorp hier vlakbij. Daar kon ik ’s middags terecht. Wat bleek? Ik heb gewoon een stevige oorontsteking, iets wat in mijn geheugen alleen speelt bij kinderen. Maar nee, ik dus ook. Ik mocht meteen door naar de apotheek voor neusdruppels en een antibioticum. Kuur afmaken en houd er rekening mee, dat het wel tot na het weekend kan duren voor je iets van verbetering merkt. Oh, en neem pijnstillers, zodat je in ieder geval kunt slapen. Dat van die pijnstillers klopt, ik heb twee nachten redelijk kunnen slapen. Afgelopen nacht echter een stuk minder, ik verging weer van de pijn. Voorlopig heb ik niet het idee dat iets zijn werk goed doet en voor verbetering zorgt, maar ja het is ook morgen pas na het weekend.

Ik heb normaalgesproken een vrij hoge pijngrens, maar deze pijn is zo intens en diep in het oor, dat ik er doodmoe van word. Deze pijn vreet energie. Laat dok alsjeblieft gelijk krijgen, zodat ik morgen kan zeggen: ik denk dat ik het ergste heb gehad.

.

BUITEN DUS

.

Insecten? Ik heb er niks mee en in principe heb ik er ook niets tegen. Dat wil zeggen, zolang ze daar zijn en blijven waar ze horen: buiten. Daar kan ik vol bewondering kijken naar de kunstwerken, gemaakt door spinnen, de prachtige kleuren van sommige kevers en het drukke leven van hele hordes mieren. Ze zullen vast wel ergens nuttig voor zijn en hebben alle recht op leven. Buiten dus. Komen ze mijn huis binnen dan wordt het een heel ander verhaal. Dan verliezen ze, wat mij betreft, elk recht dat ze in eerste instantie hadden.

Echtgenoot is een zeer vredelievend man, moeilijk kwaad te krijgen en van ruzie moet ie al helemaal niets hebben. Maar soms, gelukkig niet zo vaak, komt er een ongekend moordzuchtig wezen in hem naar boven. Ik zal het uitleggen.

Het is donker en we liggen in bed. In het halletje brandt een nachtlampje. Het is hier ’s nachts echt stikdonker en ik zie dan niets. Soms moet ik wel eens mijn bed uit voor een nachtelijk plasje en om dan geen benen of andere onderdelen van mijn lijf te beschadigen, is daar dat nachtlampje. Het grote licht is net vijf minuten uit.

“Mug”, zeg ik.

“Wat?”, zegt echtgenoot verbaasd. Ons hutje is namelijk overal voorzien van horren, juist om dit soort dingen te voorkomen.

“Ik hoor een mug”.

Binnen twee tellen staat echtgenoot naast het bed en is het grote licht weer aan. Zijn blik gaat speurend door de kamer. Niets. Na een paar minuten geeft hij het op. Het licht gaat weer uit en hij kruipt weer in bed. Hè gatver….hij heeft meteen weer een paar ijskoude voeten. Even later…

“Defenitely! Er is een mug.””

Sneller dan de eerste keer staat echtgenoot naast het bed en floept het licht weer aan. Er komen wat minder nette woorden over zijn lippen en hij staart woest in het rond. Deze keer kom ik ook overeind en speur met hem mee. Wederom niets. De muren zijn licht van kleur en je zou toch zeggen dat je een mug dan duidelijk moet kunnen zien. Als hij ergens gaat zitten, natuurlijk. Maar nee, geen mug te zien. Echtgenoot schudt met het dekbed en zwaait met de gordijnen. Nog steeds niets.

“Ik ga maar even plassen”, zeg ik. Als ik terugkom, staat echtgenoot te zwaaien met een krant.

“Mis, verdomme! Ik heb hem gemist.”

“Zag je hem?”, vraag ik onnozel.

“Ja, maar ik miste het kreng.”

Hij was ook meteen weer compleet verdwenen, die mug. Inmiddels pisnijdig, legt echtgenoot de krant op zijn nachtkastje en belooft dat hij net zo lang jacht maakt tot het beest dood is. Ik vind het goed en kruip weer onder de wol. Ik trek het dekbed over mijn hoofd zodat ik het gezoem van het beestje niet kan horen, sluit mijn ogen en zeg welterusten. Vijf minuten later klinkt een enorme vloek. Het beest vond bij mij geen gehoor meer en viel nu echtgenoot lastig. Dat had ie niet moeten doen. Een ferme klap met de krant maakt een einde aan het leven van de mug. Tevreden komt echtgenoot naast me liggen.

“Morgen ruim ik het lijk wel op”, zegt ie. Binnen de kortste keren vallen we in slaap.

Vanochtend heb ik vol bewondering naar de plek op de muur gekeken. Mijn echtgenoot, mijn held, heeft ervoor gezorgd dat wij de rest van de nacht heerlijk hebben geslapen. En die mug? Die speelde met zijn leven vanaf het moment dat ie besloot onze slaapkamer in te vliegen. Ik heb verder niets tegen muggen, zolang ze mijn nachtrust niet verstoren en blijven waar ze horen. Buiten dus.

.