LENTE

.

Je zou het misschien niet zeggen, maar het is lente, toch? Gisteren zijn we even naar een tuincentrum geweest. Met een fiks aantal vrolijk gekleurde plantjes gingen we weer naar huis. De afgelopen weken zijn de zij- en voortuin volledig op de schop gegaan en opeens blijken we een zee van ruimte te hebben. Vooral de zijtuin was een ware jungle waar we eigenlijk niets aan hadden. Als we aan kwamen rijden, keken we aan tegen een muur van groen en daarvoor kwam dan de auto te staan. Nu is het opeens een prachtige ruimte waar we eventueel een bankje neer zouden kunnen zetten om te genieten van de ochtendzon. Dat doen we niet, want er is van huis uit geen toegang tot de zijtuin, dus als je daar wilt zitten heb je geen zicht op wat er bij de voordeur gebeurt en daar houd ik niet van. Het is eigenlijk een lang pad dat nergens naartoe gaat. Het is nu heel mooi bestraat en er zijn drie bloembakken opgebouwd. Het geeft een mooie ruime uitstraling. Ook de voorkant is nu bestraat met de zelfde mooie tegels en daar zijn twee grote bloem- of plantenbakken opgebouwd. Er lag namelijk eerst grind, van dat kleine spul dat in je schoenzolen bleef zitten en door de katten uit de buurt als kattenbak werd beschouwd. Daar hadden we na al die jaren meer dan genoeg van. Vandaar. Al die bakken moeten natuurlijk ergens mee gevuld worden. We hebben een paar mooie planten overgehouden uit wat er stond en die staan er al in. We zijn vooral heel trots op onze echt schitterende gele Magnolia boom. De gemeente heeft een handje geholpen door hun eigen planten een fikse snoeibeurt te geven waardoor onze boom nu goed tot zijn recht komt. Jazeker, soms doet de gemeente goede dingen. Maar goed, we hebben dus heel veel eenjarig spul gekocht om de verder nog wat lege bakken een vrolijk en fleurig aanzien te geven. Het is natuurlijk nog lang niet genoeg, maar hé, het begin is er. Als nu ook de temperatuur een beetje mee wil werken, wordt het misschien nog eens echt lente. Aan ons zal het niet liggen.

.

Advertenties

DRIE-EENHEID

.

Mijn laptop, windows tien en ik zouden samen moeten werken, maar eerlijk gezegd, we zijn niet bepaald een drie-eenheid. Sterker nog, we liggen elkaar totaal niet. Wat ik wil en wat lapje wil, kan nog weleens in overeenstemming zijn, maar zodra nummer tien zich ermee gaat bemoeien, wordt het een puinhoop. Ik heb een nieuw lapje, want mijn oude is volledig gecrasht bij het downloaden van nummer tien. Ik ben alles kwijt, al mijn verhalen e.d. Ik (lees: echtgenoot) heb ze wel ooit gekopieerd naar een externe harde schijf, maar die is helaas onvindbaar. Waarschijnlijk opgeborgen op een veilige plek. Maar waar is die veilige plek? Geen idee. Ter vervanging van mijn oude lapje had echtgenoot, dacht ie, een goed exemplaar gevonden, niet te duur en iets kleiner dan de vorige. Geen punt, vond ik. Na twee maanden werd er geroepen dat nummer tien updates had. Dat zal best, dacht ik en deed er niets mee. Ik houd nou eenmaal niet van updates en het nieuwe lapje werkte prima zoals ie was. Zo jammer, dat nummer tien een echte drammer is en maar bleef zeuren. Ik werd er behoorlijk kriegel van en gaf uiteindelijk toestemming om die updates dan toch maar te installeren. Grapje. Mijn lapje was niet alleen kleiner dan mijn vorige, maar had blijkbaar ook maar een heel klein schijfje. Oeps, foutje. Echtgenoot was er eigenlijk zonder meer vanuit gegaan dat elke laptop wel een behoorlijke schijf heeft. Helaas, niets is minder waar.

Windows tien riep dus elke dag dat hij schijfruimte nodig had en lapje riep elke dag dat mijn pc niet geschikt was voor updates. Ik werd bloednerveus van dat gezeur, want een lapje met een kleine schijf kan ik niet gebruiken natuurlijk. Ik blijk minder stressbestendig te zijn dan ik dacht, durfde amper iets te doen en werd er beslist niet vrolijker van. Echtgenoot is het net ingedoken, op zoek naar een lapje waar ik echt mee uit de voeten kan. Ik heb wel twintig keer gezegd, dat ik niet weer hetzelfde gezeur wil, maar dat er eventueel zonder problemen updates geïnstalleerd moeten kunnen worden.

Het was dus even zoeken, maar uiteindelijk is er één gevonden, die gaat doen wat hij moet doen. Hoop ik. Misschien kunnen dit lapje en ik in ieder geval een twee-eenheid worden met een gedoogbeleid voor nummer tien. Dan durf ik ook weer te lezen, te reageren en zelf te schrijven. Zoals nu. Dus.

.