PAASTIJD

.

Tweede Paasdag alweer. Wat gaat de tijd toch snel, zelfs als het allemaal niet zo lekker loopt. Gelukkig hoef ik nog maar twee bestralingen te ondergaan, daarna gaan we verder in het tia circuit. Een mens moet wat hè. Jammer genoeg moet ik morgen proberen om de afspraak voor de MRI te verzetten i.v.m. een crematie. Ook zoiets waar een mens niet op zit te wachten. Soms krijg je het idee dat alles tegelijk op je pad komt en als het nou nog leuke dingen waren, was er niets aan de hand, maar helaas.

In ieder geval hebben we een heerlijke eerste Paasdag achter de rug met een uitgebreide paasbrunch bij oudste zoon. Bijkletsen over alleen maar leuke dingen, lekker eten en ontspannen. Maar vooral genieten van onze kleindochter, een eersteklas lachebekje. Ze groeit als kool, hoewel ik dat een rare uitdrukking blijf vinden.

Nadat we thuis kwamen, hebben we allebei even een dutje gedaan. (ja, we worden een dagje ouder, nietwaar, dan heb je dat af en toe gewoon nodig) Ik had amper mijn ogen open toen derde zoon met vrouw en kleinzoon voor de deur stond. Kleinzoon wordt in juli al weer twee en is inmiddels iets beweeglijker dan kleindochter. Echtgenoot lag dus regelmatig over de grond te rollen of was met de bal aan het spelen. Ja, natuurlijk mocht kleinzoon meedoen. Prachtig vond ie het. Zowel echtgenoot als kleinzoon. Echtgenoot stond vanochtend wel op met spierpijn, maar dat heeft hij er graag voor over.

Ik heb het van tevoren niet gezegd, maar ik hoop dat iedereen een heerlijke paastijd heeft of heeft gehad.

.

Advertenties

VERSTANDIG

.

Het is dinsdag, de bestraling is geweest en echtgenoot en ik zitten wat te praten tot we voor de controle bij de arts terecht kunnen. Niets aan de hand. Na een kwartiertje word ik geroepen en natuurlijk is de eerste vraag van de dokter: “Hoe gaat het, heb je last van de bestralingen?” Ik wil antwoorden en probeer dat ook, maar mijn tong werkt niet helemaal mee. Voor mijn gevoel sta ik gewoon te brabbelen en kijk naar echtgenoot voor hulp. Hij heeft echter niets in de gaten en ook de dokter kijkt niet vreemd. Hè, verbeeld ik het me dan? Ik haal diep adem en begin opnieuw, nu gaat het goed gelukkig. Het gebrabbel duurde slechts tien, hooguit vijftien seconden. Al snel vergat ik het.

Als we thuiskomen doe ik de deur van het slot en ga naar binnen. Meestal loop ik meteen door om mijn jas op te hangen. Nu blijf ik staan, want ik zie een klein zwart beestje op de muur. Ik dacht een spinnetje, maar ik zie slechts zes pootjes. Ik wacht op echtgenoot en vraag aan hem wat het is. Dan vallen mijn sleutels op de grond. Ik buk om ze te pakken, maar dat lukt niet. Mijn hand doet niets, er is geen beweging in te krijgen. Echtgenoot staat verbaasd te kijken.

“Ik kan mijn sleutels niet pakken”, zeg ik, zelf ook verbaasd. Hij bukt zich en raapt de sleutels voor me op. We kijken naar mijn hand die opeens heen en weer zwaait. Ik heb er totaal geen controle over, sta er bij en kijk er naar. Alsof het mijn hand niet is. Heel vreemd. Na een minuut is het weer normaal, ik pak mijn sleutels aan en ga mijn jas ophangen. Omdat het al vrij laat is, gaan we eerst een boterham eten.

Na het eten ga ik toch even op google kijken en zoek op het plotseling uitvallen van de rechterhand. Ik kom terecht bij de beschrijving van een tia. Daar stond ook van het plotseling vreemd praten. Onder al die mogelijke verschijnselen die werden beschreven, stonden er dus twee die ik op één dag heb gehad. Als toevoeging stond er dan ook nog: Heeft u één of meerdere verschijnselen gehad, neem dan onmiddellijk contact op met de huisarts. Shit, daar heb ik nu echt geen trek in. Ik wacht minstens een half uur, maar ben dan toch zo verstandig om echtgenoot te vertellen wat ik heb gelezen. Hij belt meteen de huisarts.

Diezelfde middag moet ik komen, precies uitleggen wat er gebeurde en een neurologisch onderzoekje ondergaan. Zij denkt inderdaad dat het een tia is geweest en verwijst me meteen door naar de neuroloog. De volgende dag mag ik al komen. ’s Morgens dus eerst naar Almere voor de bestraling, dan gauw naar huis voor een boterham en daarna weer door naar het ziekenhuis in Lelystad. Daar hebben we bijna drie uur doorgebracht. Opnieuw een neurologisch onderzoek, een echo van de halsslagader en een hartfilmpje. De dokter is er van overtuigd dat het een tia is geweest en eigenlijk wil ze ook meteen een MRI scan van de hersenen laten maken, maar die wil ze niet tijdens de bestralingen doen. Dat is veel te belastend. Dat wordt dus 1 april en dat is geen grapje. Terwijl de baliedame de MRI regelt, komt de dokter nog even naar me toe en meldt dat ze ook een MRA wil van de hals. Welja, toe maar, anders verveel ik me toch maar. De MRA mag dan weer niet gelijk met de MRI dus dat wordt 6 April.

Er staan me dus nog wat letters te wachten, maar eigenlijk heb ik meer behoefte aan rust, want ik ben zo moe van alles. We zijn al drie maanden niet naar ons hutje geweest en dat is gewoon niet leuk. Stiekem denk ik: had ik maar niet aan echtgenoot verteld wat ik heb gelezen, dan hadden we na de laatste bestraling gewoon kunnen inpakken en wegwezen. Maar nu… verstandig zijn is lang niet altijd de prettigste keuze.

.

JAMMER

.

Dat doe ik wel even, dacht ik heel naïef. Wat is nou een maand op een heel mensenleven? Niets toch? Maar dat valt toch wel een beetje boel tegen. Elke dag heen en weer naar het ziekenhuis in Almere rijden is best vermoeiend. Vermoeiender dan ik van tevoren had ingeschat. Bovendien hoorde ik van de dokter dat de bestralingen, hoewel je er in principe niets van voelt, ook energie vreten. Ik ben nog niet eens halverwege, maar voel het al goed, heb de neiging om ’s middags in slaap te vallen en ’s avonds is het helemaal een gevecht om bij de les te blijven. Beetje jammer. Wat ook jammer is: ik heb totaal geen inspraak over de tijden van de afspraken. Elke week krijg ik een lijst met daarop aangegeven wanneer ik moet komen. Alle afspraken zijn in de ochtend, maar variëren van tien tot twaalf uur. Eén keer in de week moet ik daarna nog langs bij de dokter. Op mijn nieuwe lijst staat voor maandag ook nog een scan in gepland. Waarom? vraag ik me af. Als er al geen kanker zat, kun je op een scan toch ook niet zien dat de bestralingen hun werk doen? Hoe je het ook bekijkt, een maand blijft een maand, maar alle dagen zijn gebroken, de fut is uit mijn lijf verdwenen en er komt weinig tot niets uit mijn handen. Ik heb wat concentratieproblemen en mijn borst blijft rood, gezwollen en zeer gevoelig. Ik begin me zo langzamerhand af te vragen of dat ooit nog goed komt en wanneer dat dan zal zijn. Al met al kun je zeggen dat de nasleep van de operatie beroerder is dan de operatie zelf.

“Kom op, meid,” spreek ik me zelf toe, “waar is je positieve instelling gebleven?”

Die is er vast nog wel. Ergens. Ik kan hem alleen niet altijd vinden.

.